Luister hieronder naar de audioversie van dit artikel


0:00
7:52

Je leest het twaalfde artikel van Beter Beleggen, een reeks beleggingsartikelen van Business Insider, die erop is gericht om je voor te bereiden op je financiële toekomst. Indien je het tiende stuk nog niet gelezen hebt, bekijk dan: Crypto opnemen in je beleggingsportefeuille? Dit zijn de do’s en don’ts

Een van de belangrijkste redenen om te beleggen is om ervoor te zorgen dat je voldoende geld hebt voor je oude dag. Mensen die voor zichzelf werken of geen pensioen van de werkgever krijgen, moeten al sowieso beleggen voor hun pensioen.

Maar ook als je werkgever wel je pensioen regelt, heeft het zin om serieus naar je oudedagvoorziening te kijken. Pensioenfondsen hebben al meerdere jaren achter elkaar de pensioenen niet laten meegroeien met inflatie of lonen, waardoor veel werknemers een pensioengat hebben van minimaal een paar duizend euro per jaar.

Lees ook: Pensioen niet waardevast door hoge inflatie: zo groot kan het bedrag zijn dat je jaarlijks mist

Bepaal je beleggingshorizon en je rendement

Bij pensioenbeleggen heb je geen onbeperkte, maar een tijdsgebonden horizon: je wilt bij je pensionering een bepaald vermogen hebben, dat je vervolgens kan inzetten om uitkeringen aan jezelf te doen.

Hiervoor moet je een aantal aannames maken over bijvoorbeeld je beleggingshorizon en het verwachte rendement.

Voor de beleggingshorizon moet je weten wanneer je ongeveer met pensioen gaat. Dat bepaalt de tijd die je hebt om het benodigde vermogen op te bouwen.

Als je weet hoelang je te gaan hebt tot je pensioen, moet je bepalen hoeveel je periodiek opzij kunt leggen om het beoogde vermogen op te bouwen. In dit stuk laten we zien hoeveel je als 30’er of 50’er nog hebt tot de AOW-datum en hoeveel vermogen je kunt opbouwen als je 400 euro per maand belegt.

Hoeveel vermogen je uiteindelijk nodig hebt, hangt af van het rendement dat je verwacht te behalen aan het eind van de rit. Deze twee variabelen bepalen namelijk samen de hoogte van de uitkering van je aanvullende pensioen.

Stel bijvoorbeeld dat je op het moment dat je met pensioen gaat 500.000 euro aan vermogen hebt opgebouwd en je verwacht jaarlijks een rendement van 4 procent. Dat betekent dat je elk jaar 20.000 euro aan jezelf mag uitkeren zonder dat je je vermogen opeet. Maar wat als je een hogere rendement van 6 procent aanneemt? Dan stijgt het bedrag dat je jaarlijks kunt uitkeren naar 30.000 euro.

Je moet wel realistisch blijven over de aannames die je maakt. Een hoger rendement gaat gepaard met een hoger risico voor je beleggingen en als je al met pensioen bent, wil je deze risico's beperkt houden.

Het is gangbaar om een bruto rendement, dus exclusief de vermogensbelasting en beleggingskosten, tussen 4 procent en 5 procent aan te nemen. Dit past bij een gebalanceerd portfolio, waar ongeveer de helft van de beleggingen in aandelen en de andere helft in obligaties is belegd.

Voor de beleggingshorizon geldt dat hoe langer je hebt, hoe minder je per maand hoeft in te leggen. Daarnaast profiteer je optimaal van het rente-op-rente effect als je eerder begint met beleggen.

Lifecycle beleggen bij opbouwen pensioenpot

Als je belegt voor je pensioen, beleg over een hele lange periode van vaak meerdere decennia. Naarmate jouw pensioendatum dichterbij komt, wil je minder risico nemen met beleggen: je wilt niet dat er door en toevallige beursdip plots een flink deel van je vermogen verdampt net voor je oude dag. Dus, het risicoprofiel van de beleggingsportefeuille verandert op basis van je leeftijd. Dit heet ook wel lifecycle beleggen.

Hoe geef je dat vorm in de praktijk? Stel, je koopt een wereldwijd aandelenfonds en daarnaast beleg je een deel van je geld in veilige obligaties of een deposito met een vaste rente. De aandelen leveren op lange termijn meer op, maar bewegen op korte termijn heftiger.

Naarmate de datum waarop het vermogen direct beschikbaar moet zijn dichterbij komt, wordt het behoud van wat je hebt opgebouwd belangrijker. Om het risico op vermogensverliezen door een plotselinge beursdip te verkleinen, moet het percentage aandelen in de portefeuille daarom geleidelijk afnemen.

Keuze: zelf lifecycle beleggen of laten beleggen

Je kunt dit op twee manieren aanpakken. Als je zelf belegt en een portefeuille bijhoudt met bijvoorbeeld ETF's van aandelen en obligaties, dan kun je periodiek bijsturen door de balans tussen het percentage aandelen en obligaties aan te passen. Of je kunt je geld laten beleggen door een vermogensbeheerder of stoppen in een speciaal lifecycle beleggingsfonds.

Als je kiest zelf te beleggen dan kan je bijvoorbeeld de 90-min-je-eigen-leeftijd vuistregel gebruiken. Dat is een makkelijke vuistregel om het gewenste aandelenpercentage vast te stellen die luidt als volgt: negentig min je eigen leeftijd. Ben je dertig, dan mogen aandelen 60 procent van je beleggingspot uitmaken. Op je veertigste kom je uit op vijftig procent aandelen, vijftig procent obligaties. Ben je 65 dan mag nog maar 25 procent van de beleggingsportefeuille uit aandelen bestaan.

Elke twee jaar of elke vijf jaar moet je dus even nagaan wat de verhouding is tussen de waarde van de aandelenportefeuille en de vastrentende beleggingen.

Begin je net met pensioenbeleggen dan kun je dit bijsturen door periodiek meer of minder in aandelen dan wel obligaties te stoppen. Naarmate het opgebouwde vermogen groter wordt, moet je wellicht ook tussentijds een deel van de aandelenportefeuille verkopen om de gewenste verhouding tussen aandelen en obligaties te krijgen.

De tweede optie is om te investeren in beleggingsfondsen die dit voor je doen, dat zijn zogenoemde lifecycle funds. Maar deze fondsen zijn wel duur. De jaarlijkse kosten zijn namelijk gemiddeld twee tot drie keer zo hoog als bij indexfondsen.

Een andere mogelijkheid is om naar een pensioenuitvoerder te stappen. Het aanbod van deze partijen verschilt in hoe ze de beleggingsmix aanpassen per leeftijdscohort, hoe snel ze het risico afbouwen naarmate je ouder wordt en het type beleggingsproducten waarin daadwerkelijk belegd wordt.

Een alternatief: doorbeleggen met een deel van je vermogen na de pensioendatum

Een andere mogelijkheid is om na je pensioen te blijven doorbeleggen. Bij het bereiken van de pensioenleeftijd worden de pensioenbeleggingen normaal gesproken verkocht en wordt het vermogen geïnvesteerd in een pensioenproduct dat een bepaald vast bedrag uitkeert.

Maar wat je ook kunt doen is blijven beleggen na je pensioen. Daarmee kies je ook indirect voor een variabele uitkering, die afhankelijk van het beleggingsresultaat, hoger of lager kan uitkomen dan als je voor een vaste uitkering had gekozen. Een deel van je vermogen wordt dus jaarlijks gebruikt om jezelf wat pensioen uit te keren. De rest blijft belegd.

Een groot voordeel van doorbeleggen is dat je uitkering minder afhankelijk wordt van de rente op moment dat je met pensioen gaat. Kies je niet om door te beleggen, dan wordt je vermogen tegen de op dat moment geldende rente omgezet in een pensioenproduct dat een bepaalde uitkering geeft.

De hoogte van de uitkering hangt in dat geval af van de hoogte van de rente. Momenteel is deze rente laag, wat ook zich in een lager inkomen vertaalt. Daarom kan doorbeleggen als alternatief interessant zijn.

Als je kiest om door te beleggen zal je uitkering minder afhankelijk zijn van de rente op één moment. De uitkering kan dus hoger maar ook lager uitvallen, afhankelijk van het beleggingsresultaat.

Daarnaast: als je doorbelegt hoef je met een lifecycle-strategie minder snel het risico van je beleggingen af te bouwen. Je beleggingshorizon is namelijk langer en je hebt dus langer de tijd om eventuele verliezen op te vangen! Je kunt dus het aandeel van obligaties in je portefeuille wat later vergroten en langer van het hogere aandelenrendement genieten.

Beter Beleggen is een reeks beleggingsartikelen van Business Insider, die erop is gericht om je voor te bereiden op je financiële toekomst. Aan de hand van op elkaar aansluitende artikelen nemen we je mee van de basis tot de beurs. Beter Beleggen wordt mede mogelijk gemaakt door Litebit.