Welke reiskosten kun je zoal aftrekken als je met het OV, de fiets, je eigen auto of een auto van de zaak reist?

Reiskosten vormen voor veel werknemers een grote kostenpost. Hoe de fiscus hiermee omgaat, hangt af van het vervoermiddel dat je gebruikt.

Lees in dit laatste deel van de zevendelige jaarlijkse serie van Business Insider over fiscale aftrekposten: hoe de fiscus omgaat met reizen naar het werk bij de belastingaangifte 2018.


Fiscale aftrek reiskosten: met het OV

Wie in loondienst is en met het openbaar vervoer naar zijn werk reist, mag hiervoor onder voorwaarden een vast bedrag aftrekken. De hoogte van dat bedrag hangt af van de afstand die je moet overbruggen en de reisfrequentie. Het is maximaal 2.090 euro.

De tabel met de bedragen vind je hier.

Om voor deze aftrekpost voor reiskosten in aanmerking te komen, moet je wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De reisafstand moet minimaal tien kilometer zijn en je reist minimaal één dag per week naar je werk (of minimaal 40 dagen per jaar).

Woon je dicht bij je werk, dan mag je de kosten voor je busritjes naar kantoor dus helaas niet aftrekken van je inkomen.

Lees ook op Business Insider

Verder moet je zelf een flinke bijdrage leveren aan de reiskosten (minimaal 70 procent van de kostprijs). Heb je de vervoersbewijzen (zoals bus- of treinkaartjes) van je werkgever gekregen? Dan heeft hij je reiskosten betaald en kun je dus geen reiskosten aftrekken.


Bewaar je bewijsmateriaal

Om de reiskosten te kunnen aftrekken, moet je uiteraard bewijzen kunnen overhandigen. De fiscus eist een openbaarvervoerverklaring (die je aanvraagt bij het vervoerbedrijf) of reisverklaring van je werkgever (als je losse kaartjes koopt of met je OV-chipkaart reist).

Heb je een Jaartrajectkaart, een NS-Jaarkaart of een ov-Jaarkaart, dan is een openbaarvervoerverklaring niet nodig, omdat de NS die gegevens al aan de Belastingdienst verstrekt.

Heb je een reisverklaring, zorg dan wel dat je kunt bewijzen dat je echt met de bus of trein hebt gereisd; bijvoorbeeld via betalingsgegevens van je OV-chipkaart of een overzicht van reizen die je met die kaart hebt gemaakt. Let wel op: overzichten van een anonieme OV-kaart gelden niet als bewijs!

Maak tijdig een uitdraai van de reizen die je hebt gemaakt, want deze gegevens worden na 18 maanden vernietigd.

Reizen naar verschillende plekken

Sommige werknemers moeten op één dag naar verschillende plekken reizen. Zij mogen alleen de reiskosten aftrekken naar de plaats waar ze het vaakst naartoe gaan. Is de verdeling fifty-fifty, dan mag je uitgaan van de locatie met de langste reisafstand.


Reiskosten: met eigen auto of fiets

Ga je met je eigen auto of de fiets naar je werk, dan heb je geen recht op reisaftrek. Wel mag je baas maximaal 19 eurocent per kilometer onbelast vergoeden.

Reis je met zowel het openbaar vervoer als met de auto of fiets, dan kun je – als je aan de voorwaarden voldoet – in aanmerking komen voor reisaftrek voor het gedeelte dat je met de bus, tram of trein reist.

Carpoolen

Wie besluit te carpoolen, mag hiervoor een vergoeding van zijn baas krijgen. Als de werkgever dit organiseert, mag hij 19 cent per kilometer onbelast vergoeden, inclusief omrijkilometers. Maar organiseer jij het zelf, dan vallen de kilometers die je moet omrijden helaas buiten de vergoeding.


Reiskosten: met een auto van de baas

Rijd je in een auto van je werkgever, dan moet je werkgever een bedrag als loon bij je salaris tellen, voor het voordeel dat je hebt van het privégebruik van de auto: de bijtelling. De hoogte hiervan hangt af van de catalogusprijs en de datum waarop voor het eerst een kenteken is afgegeven.

Betaal je een eigen bijdrage voor het privégebruik auto van de werkgever, dan trekt je werkgever deze af van de bijtelling. Mocht jouw eigen bijdrage de bijtelling overtreffen, dan wordt de bijtelling teruggebracht naar nul. Een negatieve bijtelling is helaas niet mogelijk.

Ziekte of verlof heeft overigens geen invloed op de bijtelling als je in die periode de auto van je werkgever tot je beschikking had. Je mag voor deze periode dus geen bedrag in mindering brengen.

Verder is het belangrijk om je te realiseren dat je inkomen omhoog gaat door de bijtelling. Dat kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de zorg-, huur- en kinderopvangtoeslag.


Let op: bijtelling geldt vijf jaar

De bijtellingstarieven worden elk jaar tegen het licht gehouden. Voor auto’s waarvan het kenteken voor het eerst in 2018 is afgegeven, gelden er twee tarieven: 4 procent voor volledig elektrische auto’s en 22 procent voor alle overige auto’s; inclusief hybride auto’s.

Voor auto’s waarvan het kenteken eerder is afgegeven, moet je uitgaan van de tarieven van het betreffende jaar. Deze bijtelling moet je vijf jaar achter elkaar toepassen. Daarna geldt een nieuw percentage, volgens de dan geldende normen.

Is bijvoorbeeld het eerste kenteken van de benzineauto waarin jij rijdt in februari 2016 afgegeven en gold toen voor deze auto een bijtelling van 15 procent, dan moet je tot januari 2021 dit tarief blijven hanteren. Daarna geldt het tarief dat in 2021 is vastgesteld.

Is jouw benzineauto in maart 2018 voor het eerst op de weg toegelaten, dan moet je tot en met februari 2023 uitgaan van een bijtelling van 22 procent. Daarna geldt een ander percentage.

Lagere bijtelling voor youngtimers

Voor auto’s die ouder zijn dan 15 jaar geldt een ander tarief. Hiervoor moet je 35 procent van de waarde van het auto in het economisch verkeer hanteren, ofwel de dagwaarde. Die is lager dan de cataloguswaarde.

Weinig privéritten: geen bijtelling

Als je met de auto van je werk niet meer dan 500 privékilometers per jaar rijdt, is een bijtelling niet nodig. Je moet dat wel duidelijk kunnen bewijzen met een sluitende kilometeradministratie. De ritten van je werk naar huis en vice versa gelden als zakelijke ritten.

Heb je de auto niet het hele kalenderjaar tot je beschikking, dan moet het aantal privékilometers worden verrekend tot een heel jaar. Had je bijvoorbeeld vier maanden (dus een derde kalenderjaar) een auto van de zaak en legde je in die periode 150 privékilometers af, dan komt het totale aantal privékilometers uit op 450 (150 x 3): net voldoende om de bijtelling te ontlopen.

Maar zou je in die periode 200 kilometers privé hebben gereden, dan zou je volgens de rekensom uitkomen op 600 privékilometers en moet er dus wel een bedrag bij je loon worden opgeteld.

Ben je vorig jaar van baan veranderd en had je bij beide werkgevers een auto van de zaak, dan moet elke werkgever de bovenstaande rekenexercitie uitvoeren.


Twee auto’s van de zaak

Heb je meer dan één auto van de zaak, dan moet je werkgever per auto bekijken of er sprake is van een bijtelling.

Rijd je met geen enkele auto meer dan 500 privékilometers, dan hoeft er geen bedrag bij je inkomen te worden opgeteld.

Leg je met één van beide auto’s meer dan 500 privékilometers af en kun je dat aantonen, dan geldt de bijtelling ook slechts voor één auto.


Veel privéritten

Omgekeerd kun je ook worden geconfronteerd met een hogere bijtelling, als blijkt dat je de auto overwegend privé gebruikt en er relatief weinig zakelijke kilometers mee aflegt. In dat geval gaat de fiscus uit van de werkelijke waarde van het privégebruik.

Wil je weten of het voor jou wel of niet voordelig is om in een auto van de zaak te rijden, dan vind je in dit artikel een helder overzicht van kosten en baten.


Lees alles over slimme aftrekposten voor de aangifte 2018: