Voor de aftrek van reiskosten gelden bij de belastingaangifte strenge voorwaarden. Aan de andere kant profiteren werkenden automatisch van bepaalde heffingskortingen voor de te betalen belasting.

Wat is wel en niet aftrekbaar bij de belastingaangifte over 2016?  Lees het in deel 4 van de jaarlijkse serie van Business Insider over fiscale aftrekposten.

Business Insider zet de belangrijkste aftrekposten voor reizen op een rij – en geeft een overzicht van de fiscale kortingen voor werkenden.

Reiskosten: met het ov

Wie in loondienst is en met het openbaar vervoer naar zijn werk reist, mag hiervoor onder voorwaarden een vast bedrag aftrekken. De hoogte van dat bedrag hangt af van de afstand die je moet overbruggen en de reisfrequentie en is maximaal 2.066 euro.

Om voor deze aftrekpost in aanmerking te komen, moet je wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De reisafstand moet minimaal tien kilometer zijn en je reist minimaal één dag per week naar je werk (of minimaal 40 dagen per jaar).

Verder moet je zelf een flinke bijdrage leveren aan de reiskosten (minimaal 70 procent van de kostprijs). Heb je de vervoersbewijzen (zoals bus- of treinkaartjes) van je werkgever gekregen? Dan heeft hij je reiskosten betaald en kun je dus geen reiskosten aftrekken.

Om de reiskosten te kunnen aftrekken, moet je  uiteraard bewijzen kunnen overhandigen. De fiscus eist een openbaarvervoerverklaring (die je aanvraagt bij het vervoerbedrijf) of reisverklaring (als je losse kaartjes koopt of met je OV-chipkaart reist). Heb je een Jaartrajectkaart, een NS-Jaarkaart of een ov-Jaarkaart, dan is een openbaarvervoerverklaring niet nodig, omdat de NS die gegevens al aan de Belastingdienst verstrekt.

Lees ook op Business Insider

Heb je een reisverklaring, zorg dan dat je kunt bewijzen dat je echt met de bus of trein hebt gereisd; bijvoorbeeld via betalingsgegevens van je OV-chipkaart of een overzicht van reizen die je met die kaart hebt gemaakt. Let wel op: overzichten van een anonieme ov-kaart gelden niet als bewijs.

Sommige werknemers moeten op één dag naar verschillende plekken reizen. Zij mogen alleen de reiskosten aftrekken naar de plaats waar ze het vaakst naartoe gaan. Is de verdeling fifty-fifty, dan mag je uitgaan van de locatie met de langste reisafstand.

Reiskosten: met eigen auto

Ga je met je eigen auto of de fiets naar je werk, dan heb je geen recht op reisaftrek. Wel mag je baas maximaal 19 eurocent per kilometer onbelast vergoeden. Reis je met zowel het openbaar vervoer als met de auto of fiets, dan kun je voor het gedeelte dat je met de bus, tram of trein reist in aanmerking komen voor reisaftrek.

Wie besluit te carpoolen, mag hiervoor een vergoeding van zijn baas krijgen. Hoeveel dit is, hangt af van de vraag die het organiseert. Is dit de werkgever, dan mag hij 19 cent per kilometer aan de chauffeur vergoeden, inclusief de omrijkilometers. Organiseer jij het zelf, dan kun je eveneens een vergoeding krijgen van maximaal 19 cent per kilometer, maar dan zonder omrijkilometers.

Reiskosten: met een auto van de baas

Rijd je in een auto van je werkgever, dan moet je werkgever een bedrag als loon bij je salaris tellen, voor het voordeel dat je hebt van het privégebruik van de auto (de bijtelling). Deze hangt af van de CO2-uitstoot van je auto en bedraagt meestal 25 procent van de cataloguswaarde van de auto.

Behalve de CO2-uitstoot is ook de datum waarop voor het eerst een kenteken is afgegeven van belang voor het vaststellen van de hoogte van de bijtelling. De normen voor een lagere (lees: gunstiger) bijtelling worden namelijk elk jaar aangescherpt.

Valt jouw auto in een verlaagd bijtellingspercentage, dan mag je vijf jaar gebruik maken van dat fiscale voordeel. Is bijvoorbeeld het eerste kenteken van de benzineauto waarin jij rijdt in januari 2015 afgegeven en gold voor deze auto toen een bijtelling van 14 procent, dan geldt dat percentage nog tot januari 2020. Daarna wordt een nieuw percentage vastgesteld, volgens de dan geldende normen. Voor auto’s waarvan het kenteken voor 1 juli 2012 is afgegeven gelden er andere regels.

Leaseauto: vier bijtellingscategorieën in 2016

Voor leaseauto’s waarvan het kenteken voor het eerst in 2016 is afgegeven, golden er in totaal vier bijtellingscategorieën: 4 procent (voor volledig elektrische auto’s), 15 procent (voor semi-elektrische auto’s met een CO2-uitstoot van minder dan 50 gram per kilometer), 21 procent (voor auto’s met een CO2-uitstoot van 106 gram of minder) en 25 procent. Hierbij maakt het geen verschil of de auto rijdt op diesel of benzine.

Voor auto’s die ouder zijn dan 15 jaar geldt een bijtelling van 35 procent van de waarde van de auto in het economisch verkeer (dus niet de cataloguswaarde).

Ziekte of verlof heeft geen invloed op de bijtelling, als je in die periode de auto van je werkgever tot je beschikking had. Je mag voor deze periode dus geen bedrag in mindering brengen.

Betaal je een eigen bijdrage voor het privégebruik auto van de werkgever, dan trekt je werkgever deze af van de bijtelling. Mocht jouw eigen bijdrage de bijtelling overtreffen, dan wordt de bijtelling teruggebracht naar nul. Een negatieve bijtelling is helaas niet mogelijk.

Let op: door de bijtelling wordt je inkomen hoger. Dat kan gevolgen hebben voor de zorg, huur- of kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget!

Weinig privéritten

Als je met de auto van je werk niet meer dan 500 privékilometers per jaar rijdt, is een bijtelling niet nodig. Je moet dat wel duidelijk kunnen bewijzen met een sluitende kilometeradministratie.

Heb je de auto niet het hele kalenderjaar tot je beschikking, dan moet het aantal privékilometers worden verrekend tot een heel jaar. Had je bijvoorbeeld vier maanden (dus een derde kalenderjaar) een auto van de zaak en legde je in die periode 150 privékilometers af, dan komt het totale aantal privékilometers uit op 450 (150 x 3): net voldoende om de bijtelling te ontlopen.

Maar zou je in die periode 200 kilometers privé hebben gereden, dan zou je volgens de rekensom uitkomen op 600 privékilometers en moet er dus een bedrag bij je loon worden opgeteld.

Ben je in 2016 van baan veranderd en had je bij beide werkgevers een auto van de zaak, dan moet elke werkgever de bovenstaande rekenexercitie uitvoeren.

… of juist veel

Omgekeerd kun je ook worden geconfronteerd met een hogere bijtelling (dan 25 of 35 procent) als blijkt dat je de auto overwegend privé gebruikt en er relatief weinig zakelijke kilometers mee aflegt. In dat geval gaat de fiscus uit van de werkelijke waarde van het privégebruik.

Wil je weten of het voor jou wel of niet voordelig is om in een auto van de zaak te rijden, dan vind je in dit artikel een helder overzicht van kosten en baten.

Heffingskortingen

Heffingskortingen zijn kortingen op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Hoe hoger de korting uitpakt, hoe minder belasting je hoeft te betalen. De algemene heffingskorting is inkomensafhankelijk. Deze bedraagt maximaal 2.242 euro, voor de laagste inkomens (tot 19.922 euro) en 1.145 euro voor mensen met een AOW-uitkering.

Daarnaast zijn er nog andere heffingskortingen, waaronder de arbeidskorting, de werkbonus en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Arbeidskorting

De arbeidskorting is een heffingskorting waar iedereen die werkt aanspraak op maakt. De hoogte hiervan hangt af van je leeftijd en de hoogte van je inkomen. Ben je in loondienst, dan houdt je werkgever bij de berekening van de loonheffing al rekening met de arbeidskorting. Je hoeft de arbeidskorting niet apart aan te vragen als je aangifte doet.

Werkbonus

De werkbonus geldt voor werkenden die zijn geboren in 1952 of 1953, met een inkomen tussen de 17.327en 33.694 euro. De hoogte van deze tegemoetkoming hangt af van je inkomen.

LEES OOK:

Slimme aftrekposten 2016: je ziektekosten

Slimme aftrekposten 2016: giften, erfenis en kinderopvang

Slimme aftrekposten 2016: fiscale voordeeltjes studie