Hoe de fiscus omgaat met de reiskosten die je maakt om naar je werk te komen, hangt af van het vervoermiddel dat je kiest.

Ben je in loondienst, dan zijn er bepaalde kosten die je mag aftrekken. In het vorige deel van deze serie hebben we de studiekosten onder de loep genomen. Hieruit bleek dat de voorwaarden voor aftrek behoorlijk streng zijn.

Ook voor overige kosten die je voor je werk maakt, moet je je niet rijk rekenen. Zo zijn de kosten voor ritten met bus of trein van je huis naar je werk slechts in beperkte mate aftrekbaar. Woon je bijvoorbeeld dicht bij je werk, dan moet je de ritjes met de bus of tram volledig uit eigen zak betalen.

Rijd je in een auto van de zaak, dan heb je te maken met een bijtelling, tenzij je deze auto nauwelijks privé gebruikt. Maar dit moet je dan wel kunnen bewijzen met een sluitende kilometeradministratie.

Welke aftrekposten mag je als werknemer opvoeren bij de belastingaangifte over 2017? Lees het in dit zesde deel van de jaarlijkse serie van Business Insider over fiscale aftrekposten.

Heffingskortingen

Heffingskortingen zijn kortingen op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Hoe hoger de korting uitpakt, hoe minder belasting je hoeft te betalen.

De algemene heffingskorting is inkomensafhankelijk. Deze bedraagt maximaal 2.254 euro, voor de laagste inkomens (tot 19.982 euro) en 1.151 euro voor mensen met een AOW-uitkering.

Lees ook op Business Insider

Daarnaast zijn er nog andere heffingskortingen, waaronder de arbeidskorting, de werkbonus en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Arbeidskorting

De arbeidskorting is een heffingskorting waar iedereen die werkt aanspraak op maakt. De hoogte hiervan hangt af van je leeftijd en de hoogte van je inkomen. Ben je in loondienst, dan houdt je werkgever bij de berekening van de loonheffing al rekening met de arbeidskorting. Je hoeft de arbeidskorting dus niet apart aan te vragen als je aangifte doet.

Werkbonus

De werkbonus is dit jaar afgeschaft, maar op de aangifte over 2017 mag hier voor het laatst gebruik van worden gemaakt. Deze tegemoetkoming geldt voor werkenden die zijn geboren in 1953, met een inkomen tussen de 17.327 en 33.694 euro. De hoogte ervan hangt af van je inkomen.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting is bedoeld voor ouders die een kind tot twaalf jaar in huis hebben. Dat hoeft niet je eigen kind te zijn; het mag ook de zoon of dochter van je fiscaal partner zijn.

Om hier gebruik van te kunnen maken moet je een inkomen hebben van minimaal 4.895 euro of als ondernemer aanspraak maken op zelfstandigenaftrek. De hoogte van deze korting is – zoals de naam al aangeeft – afhankelijk van je inkomen. Welk bedrag jij in mindering kunt brengen, lees je op de site van de Belastingdienst.

Reiskosten: met het ov

Wie in loondienst is en met het openbaar vervoer naar zijn werk reist, mag hiervoor onder voorwaarden een vast bedrag aftrekken. De hoogte van dat bedrag hangt af van de afstand die je moet overbruggen en de reisfrequentie en is maximaal 2.073 euro.

Om voor deze aftrekpost in aanmerking te komen, moet je wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De reisafstand moet minimaal tien kilometer zijn en je reist minimaal één dag per week naar je werk (of minimaal 40 dagen per jaar).

Verder moet je zelf een flinke bijdrage leveren aan de reiskosten (minimaal 70 procent van de kostprijs). Heb je de vervoersbewijzen (zoals bus- of treinkaartjes) van je werkgever gekregen? Dan heeft hij je reiskosten betaald en kun je dus geen reiskosten aftrekken.

Zorg voor bewijs

Om de reiskosten te kunnen aftrekken, moet je uiteraard bewijzen kunnen overhandigen. De fiscus eist een openbaarvervoerverklaring (die je aanvraagt bij het vervoerbedrijf) of reisverklaring (als je losse kaartjes koopt of met je ov-chipkaart reist).

Heb je een Jaartrajectkaart, een NS-Jaarkaart of een ov-Jaarkaart, dan is een openbaarvervoerverklaring niet nodig, omdat de NS die gegevens al aan de Belastingdienst verstrekt.

Heb je een reisverklaring, zorg dan wel dat je kunt bewijzen dat je echt met de bus of trein hebt gereisd; bijvoorbeeld via betalingsgegevens van je ov-chipkaart of een overzicht van reizen die je met die kaart hebt gemaakt. Let wel op: overzichten van een anonieme ov-kaart gelden niet als bewijs.

Maak wel tijdig een uitdraai van de reizen die je hebt gemaakt, want deze gegevens worden na 18 maanden vernietigd.

Reizen naar verschillende plekken

Sommige werknemers moeten op één dag naar verschillende plekken reizen. Zij mogen alleen de reiskosten aftrekken naar de plaats waar ze het vaakst naartoe gaan. Is de verdeling fifty-fifty, dan mag je uitgaan van de locatie met de langste reisafstand.

Reiskosten: met eigen auto

Ga je met je eigen auto of de fiets naar je werk, dan heb je geen recht op reisaftrek. Wel mag je baas maximaal 19 eurocent per kilometer onbelast vergoeden.

Reis je met zowel het openbaar vervoer als met de auto of fiets, dan kun je – als je aan de voorwaarden voldoet – in aanmerking komen voor reisaftrek voor het gedeelte dat je met de bus, tram of trein reist.

Carpoolen

Wie besluit te carpoolen, mag hiervoor een vergoeding van zijn baas krijgen. Als de werkgever dit organiseert, mag hij 19 cent per kilometer onbelast vergoeden, inclusief omrijkilometers. Maar organiseer jij het zelf, dan vallen de kilometers die je moet omrijden helaas buiten de vergoeding.

Reiskosten: met een auto van de baas

Rijd je in een auto van je werkgever, dan moet je werkgever een bedrag als loon bij je salaris tellen, voor het voordeel dat je hebt van het privégebruik van de auto: de bijtelling. Behalve voor volledig elektrische auto’s bedraagt deze 22 procent van de cataloguswaarde van de auto.

Behalve het type auto is ook de datum waarop voor het eerst een kenteken is afgegeven van belang voor het vaststellen van de hoogte van de bijtelling. De normen voor een lagere (lees: gunstiger) bijtelling zijn de afgelopen jaren namelijk fors aangescherpt.

Valt jouw auto in een verlaagd bijtellingspercentage, dan mag je vijf jaar gebruikmaken van dat fiscale voordeel. Is bijvoorbeeld het eerste kenteken van de benzineauto waarin jij rijdt in februari 2016 afgegeven en gold voor deze auto toen een bijtelling van 15 procent, dan geldt dat percentage nog tot januari 2021. Daarna wordt een nieuw percentage vastgesteld, volgens de dan geldende normen.

Slechts twee bijtellingscategorieën

Voor auto’s waarvan het kenteken voor het eerst in 2017 is afgegeven (of die in 2017 voor het eerst in gebruik zijn genomen), golden er slechts twee bijtellingscategorieën: 4 procent (voor volledig elektrische auto’s) en 22 procent (voor overige auto’s). Voor die laatste categorie maakt het geen verschil of de auto rijdt op diesel of benzine.

Voor auto’s die ouder zijn dan 15 jaar geldt een bijtelling van 35 procent van de waarde van de auto in het economisch verkeer (dus niet de cataloguswaarde).

Ziekte of verlof heeft overigens geen invloed op de bijtelling, als je in die periode de auto van je werkgever tot je beschikking had. Je mag voor deze periode dus geen bedrag in mindering brengen.

Betaal je een eigen bijdrage voor het privégebruik van de auto van de werkgever, dan trekt je werkgever deze af van de bijtelling. Mocht jouw eigen bijdrage de bijtelling overtreffen, dan wordt de bijtelling teruggebracht naar nul. Een negatieve bijtelling is helaas niet mogelijk.

Let op: door de bijtelling wordt je inkomen hoger. Dat kan gevolgen hebben voor de zorg, huur- of kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget.

Weinig privéritten: geen bijtelling

Als je met de auto van je werk niet meer dan 500 privékilometers per jaar rijdt, is een bijtelling niet nodig. Je moet dat wel duidelijk kunnen bewijzen met een sluitende kilometeradministratie.

Heb je de auto niet het hele kalenderjaar tot je beschikking, dan moet het aantal privékilometers worden verrekend tot een heel jaar. Had je bijvoorbeeld vier maanden (dus een derde kalenderjaar) een auto van de zaak en legde je in die periode 150 privékilometers af, dan komt het totale aantal privékilometers uit op 450 (150 x 3): net voldoende om de bijtelling te ontlopen.

Maar zou je in die periode 200 kilometers privé hebben gereden, dan zou je volgens de rekensom uitkomen op 600 privékilometers en moet er dus wel een bedrag bij je loon worden opgeteld.

Ben je in 2017 van baan veranderd en had je bij beide werkgevers een auto van de zaak, dan moet elke werkgever de bovenstaande rekenexercitie uitvoeren.

Twee auto’s van de zaak

Heb je meer dan één auto van de zaak, dan moet je werkgever per auto bekijken of er sprake is van een bijtelling. Rijd je met geen enkele auto meer dan 500 privékilometers, dan hoeft er geen bedrag bij je inkomen te worden opgeteld. Leg je met één van beide auto’s meer dan 500 privékilometers af en kun je dat aantonen, dan geldt de bijtelling ook slechts voor één auto.

Veel privéritten

Omgekeerd kun je ook worden geconfronteerd met een hogere bijtelling, als blijkt dat je de auto overwegend privé gebruikt en er relatief weinig zakelijke kilometers mee aflegt. In dat geval gaat de fiscus uit van de werkelijke waarde van het privégebruik.

Wil je weten of het voor jou wel of niet voordelig is om in een auto van de zaak te rijden, dan vind je in dit artikel een helder overzicht van kosten en baten.

LEES OOK IN DEZE SERIE: