Vroeg sparen, regelmatig sparen. Dat is één van de belangrijkste vuistregels als je vermogen wilt opbouwen. Zo profiteer je namelijk het meest van het rente-op-rente-effect – iets dat Albert Einstein naar verluidt “het krachtigste fenomeen in het universum” heeft genoemd.

“De sleutel hierbij is het percentage van je inkomen dat je opzij zet”, vertelde financieel expert David Bach aan Business Insider. Bach is auteur van de bestseller “The Automatic Millionaire

Twee belangrijke redenen om vermogen op te bouwen zijn de zogenoemde noodbuffer – dus geld dat je achter de hand hebt voor onverwachte grote uitgaven – en aanvullend pensioen.

Hoe pak je dat aan en hoeveel moet je nu opzij zetten om te sparen en te beleggen? Dat verschilt natuurlijk per persoon en is afhankelijk van je uitgavenpatroon en persoonlijke doelen.

Spaarbuffer en pensioen: vuistregel

Maar er bestaat wel een vuistregel volgens Bach, en die is in onderstaande tabel uitgewerkt.

Te zien is dat je vanaf je 20ste per decennium een wat groter percentage van je inkomen opzij moet zetten om te sparen of te beleggen.

Volgens Bach is het belangrijk om een grotere noodbuffer achter de hand te hebben als je ouder wordt, aangezien je ook meer verdient en uitgeeft. De inkomensval in geval van werkloosheid is  groter als je ouder bent en dat vereist een grotere noodbuffer. Ook omdat de kans dat je snel een nieuwe baan vindt, kleiner kan zijn als je ouder wordt.

Lees ook op Business Insider

Bachs vuistregel voor pensioenbesparingen gaat uit van de Amerikaanse situatie, waarbij je het grootste deel van je pensioen zelf moet opbouwen – dit is in de Nederlandse situatie vooral relevant voor zzp’ers die geen geld inleggen bij een pensioenfonds van de werkgever.

Business Insider heeft de algemene tabel van financieel expert Bach hieronder uitgewerkt, iets meer toegespitst op de Nederlandse situatie.

We zijn uitgegaan van een middeninkomen dat gestaag groeit, tot gemiddeld 50 duizend euro bruto per jaar als iemand vijftiger is.

Een beetje toelichting. Als je als twintiger vanaf je 23ste met een brutoloon van 30 duizend euro per jaar, jaarlijks 3.000 euro opzij zet voor aanvullend pensioen, dan gaat het om 250 euro per maand.

We rekenen hier met een netto rendement op sparen en beleggen van 4 procent – dus na aftrek van beleggingskosten, de inflatie en de vermogensbelasting. Je moet dan bruto ongeveer 7 procent per jaar rendement maken, waarvoor deels in aandelen beleggen noodzakelijk is.

In de pensioenkolom van de tabel is een totaalbedrag van bijna 80 duizend euro te zien, bij de twintiger. Dit is de eindopbrengst op 60-jarige leeftijd, van de bedragen die je als twintiger inlegt.

Volgens hetzelfde principe zijn de bedragen als dertiger, veertiger en vijftiger ingevuld. Op zestigjarige leeftijd is er dan in totaal een vermogen van 435 duizend euro opgebouwd.

Dat lijkt veel. Maar als je van dat bedrag wil rentenieren tegen een netto rendement van 4 procent per jaar, heb je inkomsten van ongeveer 1.450 euro per maand. Aangevuld met de AOW-uitkering zit je dan op ongeveer 2.300 euro per maand.

Je kunt als oudere natuurlijk ook besluiten om je vermogen op een gegeven moment op te eten. Dan biedt de 435 duizend euro een redelijke basis.

Wat betreft de tweede kolom in de tabel voor de noodbuffer: dat zijn indicatieve bedragen, gebaseerd op het idee dat je uit je netto inkomen de maandbedragen voor aanvullend pensioen opzij zet en de rest spendeert.