Het is weer verkiezingstijd. Vandaag mag Nederland aan de democratische plicht voldoen door niet één, maar twee stemformulieren in te vullen. Want waar in de volksmond wordt gesproken over ‘de Provinciale Statenverkiezingen’, gaat het officieel om de ‘Verkiezingen Provinciale Staten en waterschappen‘.

Afgaande op eerdere opkomstpercentages is de kans dat jij je rode potlood boven een stemformulier laat zweven grofweg 50 procent. Een krappe meerderheid van de stemmers heeft voor de Provinciale Statenverkiezingen al een sterke voorkeur voor een specifieke partij en deze verkiezingen worden door de media op de voet gevolgd – niet in de laatste plaats omdat Rutte III mogelijk de meerderheid in de Eerste Kamer verliest.

De waterschapsverkiezingen, die dit jaar voor de tweede maal tegelijk met de Provinciale Staten worden gehouden, blijven daarentegen het democratische probleemkind. De verwachting is dat een deel van de kiezers het stemformulier voor de waterschappen links zal laten liggen, niet goed wetende wat te stemmen wanneer het op dijkverzwaring, afvalwaterzuivering of de verhoging dan wel verlaging van het grondwaterpeil aankomt.

Toch breidt het takenpakket van het oudste bestuursorgaan van Nederland zich steeds verder uit, mede als gevolg van klimaatverandering. Ook gaat er steeds meer geld naar de waterschappen. De komende vier jaar zullen de waterschappen gezamenlijk jaarlijks 1,5 miljard euro investeren. Waar dat geld naartoe gaat, kan directe invloed hebben. Zowel op jouw directe leefomgeving, als op je portemonnee.

Om jou in het stemhokje een goed geïnformeerde afweging te laten maken, zocht Business Insider contact met de Unie van Waterschappen (UVW) en vroeg naar de verkiezingskwesties waar de kiezer het meest van merkt.


Aanpassen aan klimaatverandering

Klimaatverandering brengt extremere weertypen met zich mee en dat raakt direct aan één van de kerntaken van het waterschap:  waarborging van de veiligheid. De andere kerntaak is zorgen voor voldoende en schoon water.

Lees ook op Business Insider

Langere periodes van droogte, afgewisseld met hevige regenval, hebben zowel directe gevolgen voor de dijken als voor de afwatering in de steden. “De hoogte en zwaarte van de dijken zijn aan nationale standaarden gebonden”, legt Bram Rosenbrand, beleidsadviseur innovatie en educatie bij de UVW. “Maar wanneer een dijk wordt verzwaard, maakt de manier waarop veel uit.”

“Sommige partijen staan een sobere aanpak voor, aarde afgedekt met klei en asfalt, terwijl andere partijen de voorkeur geven voor natuurdijken met brede vooroevers, die beter passen in het landschap. Daar hangt een ander kostenplaatje aan.”

Ook in de stad zorgt hevige regenval voor steeds meer problemen. Door de ‘verstening’ van het straatbeeld zakt het water bovendien steeds minder goed weg. De waterschappen zoeken nu naar maatregelen die kunnen zorgen voor extra wateropvang. Om welke maatregelen dat gaat, merkt ook de particulier. “Geven we subsidies voor particulieren die hun tuin ontdoen van tegels, kiezen voor een groen dak of andere wateropvangende maatregelen? En hoe hoog zijn die subsidies dan? Daar verschillen de partijen van mening over”, zegt Rosenbrand.

Lees meer: Is jouw huis al klaar voor klimaatverandering? Zo bereid je je voor op hitte en wateroverlast


Waterkwaliteit: de vervuiler betaalt?

Ook de andere kerntaak van de waterschappen, zorgen voor een toevoer van voldoende en vooral schoon water, vergt steeds meer inspanning. Microplastics en medicijnenresten vervuilen het oppervlaktewater.

Rosenbrand: “We werken samen met het bedrijfsleven om kennis te ontwikkelen over hoe we ons oppervlaktewater als drinkwaterbron zo goed mogelijk schoon kunnen houden. Die innovatie is hard nodig, maar vergt ook tijd. Hoe zorg je in de tussentijd voor schoon water?”

Industriële lozingen vormen een belangrijke bedreiging voor de waterkwaliteit. De zuivering kost geld en wie dat geld moet ophoesten is onderdeel van discussie. “Iedereen wil schoon water. Maar komen de kosten daarvan terecht bij de overheid, de consument, of het bedrijfsleven? Voor dit probleem bestaan meerdere oplossingen. Sommige partijen zoeken deze in meer in de hoek van de markt en zelfregulering, andere in overheidsinvesteringen of belastingen.”

Welke oplossing door de waterschappen wordt gekozen, heeft invloed op zowel de hoogte als de verdeling van de belastingtarieven.


Een duurzamer waterschap

Een andere actuele discussie is de verdere verduurzaming van de waterschappen, die afspraken hebben gemaakt met het Rijk over onder meer over energieverbruik. De waterschappen willen in 2020 minstens 40 procent zelf duurzaam produceren.

De doelstellingen van het duurzaamheidsbeleid worden bijgehouden in de jaarlijks gepubliceerde Klimaatmonitor Waterschappen, waaruit blijkt dat de waterschappen op schema liggen om hun energiedoelstelling te halen.

De verkiezingen werpen de vraag op of het nodig is de doelstellingen voor de komende jaren aan te scherpen. Sommige partijen zijn van mening dat de waterschappen al voldoende vooroplopen op het gebied van duurzaamheid. Andere partijen zien juist ruimte voor extra investeringen.

Die investeringen zorgen op korte termijn voor een hogere uitgave van publieke middelen. Op de langere termijn kunnen deze investeringen zich echter mogelijk terugverdienen.

“Een belangrijk vraagstuk is of het waterschap in de toekomst als energieleverancier kan dienen door energie op te wekken uit biogas van rioolwaterzuiveringen en warmte uit afvalwater.” Zo zijn er al meerdere zuiveringen die meer energie opbrengen dan dat ze verbruiken in het zuiveringsproces.

Andere mogelijkheden zijn investeringen in windmolens of zonnepanelen door de waterschappen, het opnemen van voorwaarden omtrent circulaire economie bij alle aanbestedingen die het hoogheemraadschap doet of het verhogen van de waterschapslasten – lees: belastingen – om de waterschappen in 2030 al CO2-neutraal te laten zijn.


Democratisering

De lage opkomstpercentages bij de vierjaarlijkse verkiezingen zijn niet de enige reden dat er regelmatig discussie is over noodzaak van de verkiezingen. Een meer inhoudelijk argument wordt aangevoerd door zij die menen dat de verkiezingen weinig democratisch zijn, omdat de stemmer slechts gedeeltelijk kan kiezen wie er het algemeen bestuur van het waterschap vormen.

Het algemeen bestuur, qua politieke rol grofweg vergelijkbaar met een gemeenteraad of parlement, kiest het dagelijks bestuur, dat onder leiding van de dijkgraaf (voorzitter) verantwoordelijk is voor de dagelijkse uitvoer van de kerntaken van het waterschap. Naast de verkiesbare plekken hebben boeren, eigenaren van natuurterreinen en bedrijven ieder vaste plaatsen in het algemeen bestuur, dat daardoor slechts deels verkiesbaar is.

Deze ‘geborgde zetels’ zijn sommigen een doorn in het oog. Zij pleiten ervoor alle zetels verkiesbaar te stellen, zodat de stem van de burger meer invloed heeft. Andere partijen wijzen op het soms zeer technische takenpakket van het waterschap en de belangen die boeren, natuurterreinen en specifieke bedrijfssectoren hebben wij een goed functionerend hoogheemraadschap.


De waterschappen zijn een van oorsprong middeleeuws instituut. Halverwege vorige eeuw kende Nederland nog ruim 2600 waterschappen, nu zijn het er nog 21. Alle 21 krijgen met bovenstaande kwesties te maken, maar, benadrukt Rosenbrand, de mate waarin verschilt per regio. “Bovendien kent iedere waterschap ook nog uitdagingen die specifiek zijn voor die regio.”

Voor wie nu van plan is om beide stemformulieren in te vullen en benieuwd is naar de verkiesbare partijen en welke oplossingen zij bieden voor de kwesties die spelen in de regio, bestaat er gelukkig de Stemwijzer, die deze verkiezingen voor alle waterschappen beschikbaar is. Dan betreed je dan goed beslagen het stemhokje.

Lees meer over verkiezingen: