Het verhogen van het minimumloon drukt veel minder zwaar op de werkgelegenheid dan gedacht.

Op basis van nieuwe inzichten rekende het CPB de effecten van loonsverhogingen opnieuw door. Dat lijkt nu aan de vooravond van 1 mei gunstig voor de vakbonden.

Politieke partijen zullen het op hun beurt interessant vinden dat het loskoppelen van het minimumloon en de uitkeringen de negatieve effecten nog veel verder verkleinen.

Zonder die koppeling wordt het “interessanter om te werken”, omdat het verschil tussen uitkering en loon toeneemt.

Een opsteker voor de vakbonden: een verhoging van het minimumloon schaadt de werkgelegenheid veel minder dan gedacht. Dat schrijft het Centraal Planbureau (CPB) in een update over het minimumloonbeleid.

In de nieuwe berekeningen zorgt een verhoging van het minimumloon van 10 procent voor eenzelfde daling in banen als 5 procent verhoging in het eerdere model.

Volgens het CPB heeft de coronacrisis weinig invloed op de berekeningen. Het bureau beschrijft immers effecten op langere termijn.

Loskoppelen lonen en uitkeringen maakt werken interessanter

De werkgelegenheid daalt bij een verhoging van het minimumloon, maar voortschrijdend inzicht toont aan dat die effecten veel lager zijn dan eerder gedacht.

Wanneer een koppeling aan de sociale uitkeringen wordt losgelaten zijn de effecten nog veel kleiner. Bij een verhoging van vijf procent is er dan nog nauwelijks nog sprake van verlies van banen, stelt het CPB op basis van de nieuwe bevindingen.

“Het idee dat het verhogen van het minimumloon heel schadelijk is, kan op de helling”, zegt CPB-onderzoeker Jan-Maarten van Sonsbeek tegenover het AD. Bij een verhoging van 40 procent en een loskoppeling van de uitkeringen daalt de werkgelegenheid 2 procent.

Het loskoppelen van het minimumloon en de uitkeringen heeft voor de overheid dus als voordeel dat de negatieve effecten op de werkgelegenheid sterk afnemen. Dat komt doordat de vaak genoemde “prikkel om te werken” belangrijker wordt.

In plaats van dat het minder interessant is om te werken, omdat de uitkering stijgt, wordt werken namelijk interessanter, “omdat het verschil tussen uitkering en (minimum)loon toeneemt”.

Effecten op andere lonen kunnen wel ‘aanzienlijk’ zijn

Het CPB heeft niet alle looneffecten meegenomen in de berekening. Zo is het waarschijnlijk dat ook andere lonen zullen stijgen, om “verschillen in het loongebouw te bewaren”.

Met andere woorden: wanneer de laagst betaalde werknemers meer gaan verdienen zullen mensen die daar boven zaten ook salarisverhoging willen zien.

Zo’n stijging kan nog “aanzienlijk zijn”, merkt het planbureau in een voetnoot op.

LEES OOK: Minimumloon moet 50% omhoog naar 14 euro per uur, eist FNV