Twee Nederlandse trampolineparken gaan samen verder om de Europese markt te veroveren, zo werd woensdag bekendgemaakt door de ketens Jumpsquare en Jump XL Trampoline Parks.

Want trampolinespringen is booming. Alleen al in Nederland is het aantal indoor springparadijzen gegroeid van één in 2011, naar 20 in 2015 en 64 in 2018. Naar verwachting stijgt dat aantal naar 98 in 2019, schrijft horeca-adviesbureau Van Sponsen & Partners in een rapport over de branche.

De fuserende bedrijven gelden als de grootste spelers in Nederland. Jump XL, opgericht in 2014, is met 29 trampolineparken in vijf landen groter dan Jumpsquare, dat momenteel acht parken telt. Toch is het Jumpsquare die alle activiteiten van Jump XL voor een onbekend bedrag overneemt, met behulp van grootaandeelhouder Nordian Capital Partners.

Nog dit jaar worden drie nieuwe parken geopend, waarmee het fusiebedrijf 40 trampolineparken telt en de grootste van Europa wordt. Van die parken bevinden zich er 27 in Nederland, twee in België, negen in Frankrijk, één in Duitsland en één in Polen.

En daar blijft het niet bij. “We creëren hiermee een Nederlandse leisure-onderneming van formaat met een stevige basis voor verdere groei binnen Europa”, zei Roland van Geest, CEO van Jumpsquare Group.

Het bedrijf ziet genoeg ruimte voor ‘organische groei’ en sluit tegelijkertijd meer overnames niet uit. Naast de 40 parken opent het nog eens 10 nieuwe springparadijzen, waarvoor de locaties al zijn gehuurd.

Het is opvallend dat trampolinespringen nu zo’n vlucht neemt, aangezien de activiteit al meer dan een eeuw bestaat. Reden voor Business Insider om eens in te zoomen op de trend.

Lees ook op Business Insider


Trampolinespringen gaat van het gooien van mensen en een oogstfeest, naar een circusact en een sport.

Het is niet helemaal te zeggen waar trampolinespringen zijn oorsprong vindt. Maar de kiem kan liggen bij de Inuit, die het einde van het walvisseizoen vieren door een danser in de lucht te gooien met een walrusvel dat ze gezamenlijk vasthouden. Een dergelijke activiteit zou eeuwen geleden ook in Europa in zwang zijn geweest, maar toen werden mensen op niet-vrijwillige basis vanaf een laken de lucht in geworpen.

Dan zou er volgens circusfolklore ook een acrobaat genaamd Trampolin zijn geweest, die experimenteerde met trampoline-achtige apparaten om een zachte landing te maken tijdens zijn capriolen. Hiervoor is echter geen bewijs gevonden.

Wel zijn trapezeartiesten een inspiratie voor de Amerikaanse turners George Nissen en Larry Griswold om in 1936 een trampoline te bouwen zoals we die nu kennen. Ze zien hoe de acrobaten terugveren in een vangnet en denken dat dit waarde kan toevoegen aan hun prestaties. Ze spannen een doek met spiraalveren aan een ijzeren frame.

Aanvankelijk is het object bedoeld om mee te trainen, maar de activiteit wordt op zichzelf populair. Dat leidt tot de oprichting van Griswold-Nissen Trampoline & Tumbling Company in 1942. Nissen haalt de naam trampoline van het Spaanse woord trampolín, dat duikplank betekent. Trampolinespringen geldt al snel als nieuwe wedstrijddiscipline binnen de turnwereld en is sinds 1999 ook een olympische sport.


In het begin is het behoorlijk gevaarlijk om je op een trampoline te begeven.

Rond de jaren 60 worden in de Verenigde Staten commerciële trampolineparken populair, waar je terecht kunt voor de nodige springlol. De hoge sprongen gaang echter gepaard met veel ongelukken, waardoor het publiek op een gegeven moment wegblijft.

De trampolineparken maken pas in de 21ste eeuw een comeback in de VS en Canada. In 2004 bouwt een ondernemer in Las Vegas een hal met aaneengeschakelde trampolines om de nieuwe sport Sky Zone in te voeren, een combinatie van verschillende sporten en trampolinespringen. Die combinatie slaat niet helemaal aan, maar jongeren betalen wel entree om op de trampolines te springen.

In 2014 zijn er 345 parken. Het gaat om indoor parken met trampolines van muur tot muur, wat voorkomt dat mensen op een harde ondergrond klappen als ze vallen. Ook worden ze beschermd met gewatteerde wanden. Dat neemt niet weg dat er zo en nu dan wel ongelukken gebeuren, waarvan enkele met dodelijke afloop.


Inmiddels is trampolinespringen veiliger en is de trend overgewaaid naar Nederland.

Ook internationaal worden indoor parken geopend, zo ook in Nederland. In 2011 zet Bounz hier voet aan de grond. Met een trampolineveld en wat extra activiteiten als een tumblingbaan heeft het nog niet de schaal van de enorme parken in de VS.

Uiteraard is trampolinespringen niet nieuw in Nederland. “Scheveningen kent bijvoorbeeld al sinds jaar en dag een outdoor trampolinepark, maar dat is veel kleinschaliger dan de indoor trampolineparken die hier later zijn gevestigd”, vertelt Niek Timmermans die het brancherapport trampolinespringen voor horeca-adviesbureau Van Spronsen & Partners schreef.


Het slaat aan: binnen enkele jaren groeit het aantal indoor parken enorm.

Vanaf 2011 worden meer trampolineparken geopend, waaronder door Jumpsquare en Jump XL. Momenteel zijn 29 parken grootschalig, wat betekent dat ze naast een trampolineveld meer dan twee extra activiteiten hebben. Op basis van gepubliceerde informatie groeit het totaal aantal parken van 64 nu naar 98 in 2019, verwacht Spronsen & Partners.

Daarna is de rek er in Nederland wel uit, denkt Timmermans. “Je kunt straks overal in Nederland binnen een halfuur met de auto bij een trampolinepark zijn.” Het is volgens hem dan ook niet zo gek dat het fusiebedrijf van Jump XL en Jumpsquare vooral buiten Nederland gaat uitbreiden.


En de parken bieden meer dan alleen trampolines, je kunt er ook springend basketballen en discospringen.

Het trampolinespringen gaat zeker in de grote parken gepaard met allerlei andere activiteiten. “Denk aan basketbal op trampolines, trefbal, een ninjacursus, airbags en foampits”, somt Timmermans op. Volgens hem maakt de schaal en de variëteit het trampolinespringen populair. “De verschillende onderdelen maken het spectaculair en uitdagend. Je bent niet snel uitgekeken.”

Afhankelijk van het park betalen bezoekers 7 tot 13 euro voor een uurtje springen, vaak kun je ook een rittenkaart aanschaffen. De ‘losse verkoop’ is volgens Timmermans het meest in trek, abonnementen minder. Een enkel park bood onbeperkte abonnementen aan, maar die zijn weer afgeschaft. “Na een uur springen ben je ook wel bekaf”, zegt de adviseur die het trampolineparadijs uitgeprobeerd heeft.


De trampolineparadijzen zijn vooral het domein van jongeren.

Nu kan het zijn dat de doelgroep iets meer energie heeft om langer te springen, want springparadijzen zijn vooral het domein van jongeren. De kleinere parken hebben meestal kinderen van 4 tot 12 jaar als doelgroep, terwijl middelgrote en grootschalige parken een doelgroep tot respectievelijk 18 en 25 jaar hebben.

“Het is de jeugd die dit leuk vindt en in mindere mate studenten, vooral die een sportopleiding doen. Maar daarna houdt het wel een beetje op”, zegt Timmermans. Wel ziet hij dat parken work-outs voor volwassenen organiseren om de daluren mee te vullen, dat kan aantrekkelijk zijn voor een doelgroep ouder dan 25 jaar.

“Maar dit wordt geen voorziening voor bedrijfsuitjes à la karten”, voorspelt hij.


En het is ook nog eens ontzettend gezond. Zó gezond, dat sommigen zich afvragen of springen in het basispakket van de zorgverzekering moet.

De indoor parken koppelen trampolinespringen in toenemende mate met fitness en gezondheid, signaleert Van Spronsen & Partners. Niet alleen organiseren ze de eerdergenoemde work-outs voor volwassenen, maar zijn er ook gymprogramma’s voor basis- en middelbare scholieren.

Jump XL haalt zelfs onderzoek van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA aan, waaruit zou blijken dat trampolinespringen het immuunsysteem versterkt en een betere manier is om af te vallen dan bijvoorbeeld hardlopen.

In een half uur work-outspringen verbrand je zo’n 450 tot 500 kilocalorieën, schrijft Van Spronsen & Partners in het brancherapport. Timmermans raadt zorgverzekeraars dan ook aan de work-outsessies op te nemen in het basispakket van de zorgverzekering.

Dat is niet eens zo’n wild idee als je bedenkt dat leefstijltraining als preventie steeds meer aandacht krijgt. Zo komt de gecombineerde leefstijl interventie (GLI), die gericht is op het tegengaan van overgewicht, in 2019 in het basispakket. “Er zijn zorgverzekeraars die korting geven als je lid bent van een sportschool, dat kan ook met trampolineparken”, aldus Timmermans.

LEES OOK: Dagje dierentuin of pretpark: met deze 11 tips krijg je de hoogste korting