Sverre Lunde Pedersen is de nieuwe wereldkampioen op de 5000 meter. De Noorse schaatser was de Nederlandse favorieten Sven Kramer en Patrick Roest toch wel verrassend te snel af. Pedersen zegevierde met een persoonlijke toptijd van 6.07,16, tevens een baanrecord.

Roest veroverde zilver in zijn eerste WK-race op de 5000 meter (6.11,70). De onttroonde Kramer moest met brons genoegen nemen (6.12,53). Hij is achtvoudig wereldkampioen op de 5000 meter en drievoudig olympisch kampioen op deze afstand.

Kramer leek in de zevende rit op weg om zijn baanrecord dat hij in oktober vorig jaar reed (6.10,97) te verbeteren. Hij kon zijn befaamde versnelling in de laatste drie rondjes (29,8 – 30,1 – 30,6) echter niet vasthouden.

Pedersen, die afgelopen vrijdag nog een wereldbekerrace in Hamar reed en ook won (6.16,16), begon in de voorlaatste rit vrij behoudend. Pas in de elfde ronde zette hij echt aan en met drie fraaie slotronden (28,7 – 28,9 – 29,3) gaf hij Kramer het nakijken.

Roest deed in de laatste race een alles-of-niets-poging. Tot en met de tiende ronde was hij de snelste, maar daarna liepen zijn rondetijden sterk op. Meer dan zilver zat er voor hem niet in.

Sven Kramer reageerde redelijk nuchter op zijn troonsafstand: “Die derde plaats zegt me niets, maar is wel teleurstellend”, erkende de achtvoudige kampioen.

,,Het was gewoon niet goed genoeg. Dat is jammer, zeker omdat het een WK is. Ik moet op dit moment beter kunnen, daar had ik ook op gehoopt, al denk ik niet dat ik dan hier even 6.07 had gereden”, doelde hij op het indrukwekkende baanrecord dat zijn Noorse opvolger Sverre Lunde Pedersen neerzette.

Lees ook op Business Insider

Kramer, nog steeds niet helemaal de oude na zijn rugproblemen eerder dit seizoen, had tijdens zijn race al snel door dat titelprolongatie er voor hem niet zou inzitten. “In het begin ging het nog wel, maar de hele rit ging niet echt lekker. Ik wilde mijn rondetijden afbouwen naar het einde, maar die liepen juist op.”

De machtsgreep van Pedersen kwam voor Kramer niet echt onverwacht. “Hij verkeert in topvorm. Hij wint hier met een fantastische tijd. Pedersen heeft gewoon vakwerk afgeleverd.”

Ook geen Nederlandse winst op 3 km vrouwen

Antoinette de Jong heeft in Inzell net naast haar eerste wereldtitel op een individuele afstand gegrepen. De 23-jarige schaatsster van Team Jumbo-Visma mocht met een tijd van 3.59,41 even dromen van de gouden medaille op de 3000 meter. De Tsjechische oudgediende Martina Sablikova (31) wist in de laatste rit de tijd van De Jong toch nog te verbeteren: 3.58,91 (baanrecord).

Achter De Jong eindigde de Russin Natalia Voronina op de derde plaats (3.59,99). Carlijn Achtereekte, olympisch kampioene op deze afstand, belandde op de vierde plek (4.00,47). De onttroonde titelhoudster Ireen Wüst moest genoegen nemen met de vijfde plek (4.01,45).

De Jong bouwde haar race goed op en sloeg met twee prima slotronden (31,9 en 32,3) toe. Voronina reed daarna lange tijd onder het schema van de Friezin, maar verloor in haar laatste ronde (33,0) alsnog haar leidende positie. Sablikova stelde haar vijfde wereldtitel op de 3000 meter veilig met slotrondes van 31,6 en 32,0.

De Jong pakte zowel in 2016 als in 2017 WK-brons op de 3000 meter. De Europees allroundkampioene heeft in de ploegachtervolging al wel twee wereldtitels op haar naam staan.

Wel dubbel Nederlands succes bij het nieuwe onderdeel teamsprint

De Nederlandse mannenformatie heeft goud veroverd op de teamsprint bij de WK afstanden. Het schaatstrio van Oranje zegevierde met een baanrecord: 1.19,05. Zuid-Korea gaf als nummer twee 0,95 seconde toe (1.20,00). Het brons was voor de Russische ploeg (1.20,10).

Namens Nederland kwamen Ronald Mulder, Kai Verbij en Kjeld Nuis in actie. In deze samenstelling hadden ze dit seizoen nog geen internationale race gereden op de teamsprint.

Ook de Nederlandse vrouwenploeg pakte goud op de teamsprint. Het schaatstrio van bondscoach Jan Coopmans reed in de vierde en laatste rit tegen Italië de beste tijd: 1.26,28. Het zilver was voor Canada (1.27,21) en het brons ging naar Rusland (1.27,26).

Voor Nederland verschenen Janine Smit, Jutta Leerdam en Letitia de Jong op het ijs.