Net iets meer dan een jaar geleden opent de Friese ondernemer Siebrand Dijkstra een kantoor in Silicon Valley voor zijn bedrijf AppMachine. Binnen een half jaar is het raak: een grote Amerikaanse partner wil met de Friezen in zee. “Wat we nu hebben bereikt, is toch wel de hoofdprijs.”

Een grote gok, zo noemt Siebrand Dijkstra het avontuur dat hij vier jaar geleden aan is gegaan. Hij heeft dan een idee voor een systeem waarmee consumenten zonder technische kennis een app kunnen maken door virtuele bouwstenen aan elkaar te koppelen. De ervaren programmeur denkt in drie maanden klaar te zijn, maar dat worden er uiteindelijk vierentwintig.

In een Heerenveense ‘programmeergrot’, zoals hij het zelf ooit aanduidde, sleutelen twee jaar lang 25 mensen aan de software voordat de buitenwereld het te zien krijgt. “Ik heb er heel veel eigen geld ingestopt”, zegt Dijkstra. “Als je zoveel man op de loonlijst hebt staan zonder dat je een product heb verkocht, dan denk je weleens: waar ben ik mee bezig. Ik heb mijn grijze haren echt wel gekregen van AppMachine.”

Investering van grote Amerikaanse partij

De investering betaalt zich nu uit. Dinsdag maakte AppMachine bekend dat het aan de Nasdaq genoteerde Endurance International Group voor 15,2 miljoen dollar een belang van 40 procent neemt in de Friese softwarestartup. Daarmee krijgt het bedrijf van Dijkstra toegang tot de ruim 4 miljoen klanten van Endurance en tot de lucratieve Amerikaanse markt.

AppMachine levert de mobiele software die ontbrak in het portfolio van Endurance, dat onder zo’n vijftig afzonderlijke merknamen webhosting aanbiedt aan het midden- en kleinbedrijf. Dat is precies de doelgroep waar AppMachine zich ook op richt. Daarnaast werken de Friezen aan nieuwe webapps, waarmee van een standaard website een mobiele versie te maken is.

Dijkstra en het huidige managementteam blijven nog minstens vier jaar lang aan, daarna liggen er afspraken om de rest van de aandelen aan Endurance over te doen. “Dan kijken we wel verder”, zegt Dijkstra, die aangeeft veel plezier in zijn werk te hebben. “Je hebt die filosofische uitspraak: succes is een reis en niet een bestemming. Dat is verschrikkelijk waar”, zegt de Fries. “Anders was ik op mijn dertigste wel gestopt met werken. Toen had ik in principe al genoeg verdiend.”

Succesvol met eerdere bedrijven

Want voor de 46-jarige Dijkstra is AppMachine niet het eerste bedrijf dat hij vanaf nul opbouwt en verkoopt. Als hij 24 is, richt hij Quality Netware Tools (QNT) op, dat communicatiesoftware maakt in een tijd dat internet nog geen gemeengoed is. Als dat eenmaal opkomt, levert hij voor provider XS4ALL internetdiensten vanaf zijn zolder in Leeuwarden. “Ik heb een beetje het internet naar Friesland gebracht”, zegt Dijkstra.

Na acht jaar verkoopt hij QNT en kan hij in principe met pensioen. Maar al gauw begint het ondernemersbloed weer te kriebelen. Dijkstra koopt de failliete boedel van een softwareleverancier voor het voortgezet onderwijs. Hij belooft de vijftig scholen die klant zijn een jaar lang gratis onderhoud in ruil voor de kans om zich te bewijzen. Hij slaagt glansrijk.

Met een groep programmeurs bouwt hij Magister, een administratiepakket waarmee de prestaties van leerlingen gedurende hun schoolloopbaan gevolgd kunnen worden. In 2009 zijn twaalfhonderd schoollocaties aangesloten op het systeem, dan is voor Dijkstra de lol eraf. “Als je 85 procent van de markt hebt, kun je niet meer rebels zijn. Dan ben je de standaard”, zegt de Fries. Ook was het bedrijf te groot geworden voor Dijkstra, die graag fysiek aanwezig is op de werkvloer. “Dat kun je niet doen als je 70 tot 80 man in dienst hebt.”

Dijkstra vindt in de Iddink Groep een koper. “Daar heb ik tientallen miljoenen voor gekregen”, zegt de ondernemer. “Maar wat we nu met AppMachine hebben bereikt, is toch wel de hoofdprijs. Dan gaat het om een veelvoud van wat ik bij mijn vorige bedrijven heb gedaan.”

Engelstalige website niet genoeg

De deal was er nooit gekomen als AppMachine geen kantoor in de Verenigde Staten had geopend, een stap die al snel noodzakelijk bleek. In 2013, tijdens telefoontjesbeurs Mobile World Congress in Barcelona, onthult Dijkstra voor het eerst waar zijn team in het geheim twee jaar aan heeft gewerkt. De eerste reacties zijn positief, tienduizenden mensen bouwen in de maanden erna een gratis proefapp met de software, met name in Europa en Brazilië.

Maar Amerika blijft achter. “We hadden onze website vertaald in het Engels en dachten dat iedereen zo wel bij ons zou komen”, zegt Dijkstra. “Maar dat bracht niet wat de American Dream belooft.”

Later dat jaar staat AppMachine op een vakbeurs van Salesforce in de VS. Weer reageren mensen enthousiast, maar zodra ze horen dat het bedrijf van Dijkstra in Nederland gevestigd is, lopen ze door. “Je zag de teleurstelling op hun gezicht”, aldus Dijkstra. “Daar werd ons heel duidelijk dat het niet goed is om in Europa te zitten.”

Kantoor in VS de sleutel

Het roer gaat rigoureus om. Dijkstra wint informatie in bij zijn Amerikaanse contacten en het Nederlandse consulaat en opent binnen twee maanden een kantoor in Californië. “We hebben op de website van AppMachine gezet dat we in San Francisco zitten, met daarnaast een vestiging in Friesland Valley”, zegt Dijkstra. “Dat heeft zoveel veranderd.”

In een mum van tijd verkoopt AppMachine meer apps in de VS dan in Zuid-Amerika en Europa bij elkaar. “Mensen doen nu eenmaal liever zaken met een lokaal bedrijf”, verklaart Dijkstra de plotselinge groei van AppMachine in de VS.

Niet alle beslissingen zijn even succesvol. Dijkstra neemt al snel afscheid van Joe Monastiero, een ervaren Amerikaanse ondernemer op het gebied van mobiele apps die het kantoor in San Francisco zou leiden. “Dat was een lul van een vent”, zegt Dijkstra onomwonden.

Een samenwerking met Bootup Ventures pakt beter uit. Het adviesbureau van de Nederlandse Silicon Valley-veteraan Marco ten Vaanholt helpt Dijkstra met het oprichten van de Amerikaanse vestiging, de salarisadministratie en het opstellen van de contracten.

Deuren gaan open in Silicon Valley

Het kantoor in San Francisco opent nieuwe deuren voor Dijkstra, die eens per maand afreist naar de VS. Ineens staat hij op de radar van Amerikaanse bedrijven, die hem bellen voor een afspraak in plaats van andersom. “Dat zijn mogelijkheden die je in Silicon Valley krijgt die zich in Nederland niet aandienen”, zegt Dijkstra. “Het is het beloofde land voor digitale mensen. Daar kom je in de supermarkt toch andere figuren tegen dan wanneer ik in Heerenveen ga shoppen.”

Ook Endurance benadert Dijkstra, in augustus 2014 via LinkedIn. Ze willen graag met de Friese ondernemer spreken over AppMachine, maar alleen als hij een geheimhoudingsverklaring tekent. Dijkstra wil er eerst niet aan. “Je mag zo wel vertellen wat je wilt, zei ik tegen ze. Maar ze stonden erop. Ze zijn beursgenoteerd en mogen alleen op basis van geheimhouding met anderen spreken.” Uiteindelijk zet Dijkstra “een beetje onder protest” zijn krabbel.

Dijkstra houdt overname af

Al snel blijkt dat Endurance vergaande interesse heeft in AppMachine. “Ik zat aan tafel bij die mensen, laat de dingen zien waar we mee bezig zijn en ze zijn gewoon zwaar onder de indruk”, zegt Dijkstra. “Ze hebben uitgebreid de markt voor mobiele software onderzocht en gezien dat wij de beste papieren hebben.”

Endurance, dat de afgelopen jaren tientallen bedrijven overnam, laat meteen weten AppMachine te willen kopen. Dijkstra houdt de boot af. Maar de Amerikanen blijven aandringen en stellen uiteindelijk voor om strategisch partner te worden. Dijkstra ziet in dat dit een grote kans is voor zijn onderneming. “Dit is geen investeerder, die vanaf de dag dat-ie binnen is, bezig is met de exit”, zegt hij. “Wij slaan die hele financieringsstap over en zitten meteen aan tafel met de meest geschikte kandidaat om AppMachine over te nemen.”

Endurance doet de verkoop

Met de deal krijgt AppMachine direct voet aan de grond in de VS, en daar was het tenslotte allemaal om te doen. Endurance neemt de sales en support voor zijn rekening en verkoopt de appbouwsoftware aan zijn ruim 4 miljoen klanten. “We kunnen eigenlijk onze website wel sluiten”, zegt Dijkstra. “En ons kantoor in San Francisco misschien ook, al is dat nog wel handig voor de lokale contacten.”

Hij was drie weken geleden in Utah om alvast honderd medewerkers van Endurance te trainen voor sales en support van AppMachine. “Honderd mensen”, roept Dijkstra uit, “dat is tweeënhalf keer zoveel als dat we überhaupt aan werknemers hebben in Nederland”.

Team blijft in Friesland

Het programmeerwerk blijft AppMachine doen vanuit Friesland, al verhuist het team wel van Heerenveen naar Leeuwarden. Dijkstra: “Wij hebben nu een twintigtal extreem knappe koppen verzameld in Friesland. Dat team kun je niet verhuizen naar Amsterdam zonder dat je 90 procent verliest, laat staan dat je naar het buitenland verkast.”

Het afgelopen jaar stuurde Dijkstra wel maandelijks een groepje ontwikkelaars naar de VS. “Die vinden San Francisco nu natuurlijk fantastisch en zeggen dat ze er wel kunnen wonen”, zegt Dijkstra. “Maar na twee weken hebben ze toch heimwee en willen sommigen weer terug naar hun moeder.”