Luister hieronder naar de audioversie van dit artikel


0:00
8:56
  • Het kabinet heeft een aantal belastingmaatregelen voor ondernemers gepresenteerd op Prinsjesdag.
  • De vennootschapsbelasting wordt verhoogd en de zelfstandigenaftrek voor zzp’ers wordt versneld afgebouwd.
  • Het kabinet heeft ook enkele lastenverlagingen voor ondernemers in petto.
  • Lees ook: 11 fiscale maatregelen van Rutte die je portemonnee in 2023 raken

Prinsjesdag 2022 komt met een aantal fiscale maatregelen voor ondernemers waar zij in 2023 of 2025 mee te maken krijgen. Zo gaat de vennootschapsbelasting omhoog en wordt de zelfstandigenaftrek voor zzp’ers versneld afgebouwd.

Ondernemers kunnen vanaf 2023 ook geen oudedagsreserve meer opbouwen. Naast lastenverzwaringen heeft het kabinet ook enkele lastenverlagingen voor ondernemers in petto.

De maatregelen staan in het Belastingplan 2023 en worden doorgevoerd als de Eerste en Tweede Kamer dit hebben goedgekeurd.

Dit zijn zeven fiscale maatregelen voor ondernemers:

1. Box 2 'inkomen uit aanmerkelijk belang' gaat van één tarief naar twee in 2023

Een van de maatregelen die het kabinet doorvoert heeft betrekking op box 2 voor een aanmerkelijk belang in een bedrijf.

Er is sprake van aanmerkelijk belang als je al dan niet met een fiscaal partner direct of indirect een belang van minstens 5 procent in een onderneming hebt.

Je betaalt als ondernemer belasting over het voordeel dat je haalt uit een bv of coöperatie , zoals dividend of winst uit de verkoop van aandelen.

Momenteel telt box 2 nog één schijf. In 2022 geldt één tarief van 26,9 procent belasting dat moet worden betaald over de ontvangen winstuitkeringen.

In 2023 introduceert het kabinet twee schijven. Aandeelhouders van een bv betalen over de eerste 67.000 euro aan ontvangen winstuitkeringen 24,5 procent belasting. Boven 67.000 euro geldt een tarief van 31 procent.

Met deze maatregel wil het kabinet voorkomen dat ondernemers de box 2-belasting uitstellen door geen winst uit te keren. De twee schijven moeten ondernemers stimuleren om vaker winst in delen uit te keren tegen het lagere tarief.

De opbrengst gaat het kabinet gebruiken om de belastingbetalers te compenseren die te veel belasting hebben betaald in box 3 tussen 2017 en 2020. Zij moeten dan wel bezwaar hebben gemaakt.

Lees ook: Let in augustus op, als je belastingaangifte hebt gedaan over 2021: mogelijk extra voordeel in box 3 voor sparen en beleggen

2. Verhoging vennootschapsbelasting (vpb) in 2023

De vennootschapsbelasting gaat omhoog. Bedrijven betalen nu nog 15 procent belasting voor de eerste 395.000 euro winst en 25,8 procent boven de 395.000 winst.

In 2023 vallen bedrijven eerder buiten het lage tarief en gaan zij een hoger tarief betalen. Per 1 januari gaat de drempel van het lage tarief van 395.000 euro naar 200.000 euro. Tegelijk gaat het lage tarief van 15 procent naar 19 procent. Ook het hoge tarief gaat omhoog; van 25 procent naar 25,8 procent.

Het is de bedoeling dat het kabinet in 2024 opnieuw naar het lage tarief kijkt.

Met deze maatregel wil het kabinet geld ophalen om de lasten voor burgers te verlagen en hun koopkracht te vergroten.

3. Zelfstandigenaftrek gaat verder omlaag vanaf 2023

Zzp'ers kunnen een versnelde afbouw van de zelfstandigenaftrek verwachten. De zelfstandigenaftrek is een belangrijke aftrekpost voor ondernemers met een eenmanszaak die aan het urencriterium voldoen. De afgelopen drie jaar konden ze tussen de 6.000 euro en 7.000 euro van de winst aftrekken bij de aangifte inkomstenbelasting.

In het coalitieakkoord werd al afgesproken om de zelfstandigenaftrek vanaf 2023 terug te brengen tot 1.200 euro in 2030. Maar het kabinet gaat een tandje bijzetten.

In het Belastingplan 2023 staat het voorstel om de zelfstandigenaftrek al in 2026 terug te brengen naar 1.200 euro en om in 2027 een verdere verlaging naar 900 euro door te voeren.

De afbouw tot en met 2027 ziet er als volgt uit:

Bron: Rijksoverheid
Bron: Rijksoverheid

4 Bestelauto onderneming: vrijstelling bpm verdwijnt en verhoging motorrijtuigenbelasting in 2025

Wanneer een bestelauto voor meer dan 10 procent van de onderneming wordt gebruikt, dan hoef je daar als eigenaar geen bpm (belasting van personenauto's en motorrijwielen) over te betalen.

Maar deze vrijstelling verdwijnt in 2025 als het om een bestelauto gaat die op benzine, diesel of gas rijdt. Het tarief dat gaat gelden is afhankelijk van de CO2-uitstoot van de wagen. De vrijstelling blijft wel gelden voor emissievrije auto's.

Voor ondernemers met een bestelauto geldt nu ook een lager tarief motorrijtuigenbelasting (mrb). Dat gaat in 2025 omhoog met 15 procent. In 2026 volgt nog een verhoging van 6,96 procent.

Met deze maatregelen wil het kabinet de belastingopbrengst verhogen, de autobelastingen vereenvoudigen en het gebruik van zuinige en emissievrije bestelbussen stimuleren.

5. Oudedagsreserve wordt afgeschaft in 2023

Ondernemers kunnen elk jaar bij de aangifte inkomstenbelasting een deel van de winst reserveren als oudedagsreserve. Hierover hoeft dan geen belasting te worden betaald in het jaar waarin ze de reservering hebben gedaan. De bedoeling is dat dit bedrag in een pot voor de oude dag wordt gestopt, bijvoorbeeld een lijfrenteverzekering of banksparen.

Echter, ondernemers gebruiken de oudedagsreserve ook vaak zonder dat ze het geld in hun pensioen steken. Ondertussen betalen ze geen belasting over het deel van de winst dat ze hebben gereserveerd.

Het kabinet wil korte metten maken met deze vorm van belastinguitstel. Vanaf 1 januari 2023 kunnen ondernemers hun oudedagsreserve niet meer verder opbouwen.

De al opgebouwde oudedagsreserve kan tot en met 31 december 2022 volgens de huidige regels worden afgewikkeld. Dit betekent dat het hele bedrag of in één keer vrijkomt en je daar als burger alsnog belasting over betaalt, of je zet het meteen over in een pensioenproduct en betaalt er geen belasting over.

6. Gepensioneerde ondernemers moeten hun oudedagsverplichting kunnen omzetten in lijfrente

In het verleden konden ondernemers pensioen opbouwen in eigen beheer (PEB). Het pensioen werd dan opgebouwd binnen de eigen bv en niet bij een instantie als een verzekeraar of pensioenfonds. Het pensioen in eigen beheer werd in 2017 afgeschaft, waarbij ondernemers drie mogelijkheden kregen.

Ze konden de pensioenvoorziening in de bv laten staan. Deze werd dan bevroren en niet verder opgebouwd. Een tweede mogelijkheid (tot 2019) was om de pensioenvoorziening af te kopen met belastingkorting. De derde optie was om voorziening om te zetten in een oudedagsverplichting (ODV)

De ODV is de fiscale waarde van de pensioenverplichting in eigen beheer van de onderneming. Omzetting naar ODV houdt in dat de fiscale pensioenvoorziening wordt omgezet in een jaarlijkse uitkering met een vaste looptijd van 20 jaar. Deze gaat in vanaf de AOW-datum. De uitkering stopt als de pot leeg is.

Het kabinet wil nu dat gepensioneerde ondernemers die al een ODV-uitkering genieten, alsnog hun ODV kunnen overzetten naar een lijfrenteproduct. AOW-gerechtigden moeten die mogelijkheid 5 jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd krijgen. De nieuwe wet zal met terugwerkende kracht ingaan tot en met 1 april 2017.

7. Lastenverlaging werkgevers

In 2023 wil het kabinet ook een lastenverlaging voor werkgevers en investeringen aantrekkelijker maken. Zo gaat de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) voor kleine werkgevers omlaag en investeringen worden fiscaal gestimuleerd met onder meer de investeringsaftrek (MIA) en de energie-investeringsaftrek (EIA).

Daarnaast krijgen werkgevers een hoger budget voor de Werkkostenregeling (WKR). De Werkkostenregeling regelt de belastingheffing voor vergoedingen en andere extraatjes die werkgevers aan hun personeel verstrekken. Over de vergoedingen die buiten de 'vrije ruimte' van de WKR vallen (en die ook niet onder de uitzonderingen binnen de WKR vallen) betaalt de werkgever 80 procent belasting over het teveel.

Lees ook: De regeling voor vergoedingen aan personeel is hopeloos ingewikkeld – bier en bitterballen op het werk is belastingvrij, een thuisborrelpakket niet

De vrije ruimte in de WKR wordt verruimd van 1,7 procent tot een loonsom van 400.000 euro naar 1,92 procent tot een loonsom van 400.000 euro.

De vrije ruimte stijgt hierdoor naar 6.800 euro naar 7.680 euro bij een loonsom van 400.000 euro. Op deze manier kunnen werkgevers meer onbelaste vergoedingen geven aan werknemers, zoals bijvoorbeeld een kerstpakket of bedrijfsuitje. Als acht werknemers samen 400.000 verdienen is een extra onbelaste vergoeding van 110 euro per werknemer mogelijk.

Het budget van de MIA en de EIA gaat per 2023 omhoog. De EIA gaat met 100 miljoen per jaar omhoog, de MIA met 50 miljoen per jaar.

Met deze maatregelen wil het kabinet de lasten verlagen voor ondernemers die geraakt worden door de hogere vennootschapsbelasting (vpb), hogere lonen voor werknemers en hogere energiekosten.

LEES OOK: 11 fiscale maatregelen van Rutte die je portemonnee in 2023 raken