ANALYSE – In mijn vorige column schreef ik over de verhoging van de pensioenleeftijd. Die gaat op 1 januari naar 68 jaar.

Let wel: het gaat hier om de beoogde leeftijd voor pensioen dat je via de werkgever opbouwt. De fiscale regeling wordt zo aangepast dat je alleen maximaal pensioen kan opbouwen als je blijft doorwerken tot je 68e.

Dit is iets anders dan de AOW-leeftijd: de ingangsleeftijd voor het staatspensioen gaat volgend jaar naar 66.

Hoewel de pensioenleeftijd voor het werkgeverspensioen binnenkort naar 68 jaar gaat, is de gemiddelde feitelijke pensioenleeftijd veel lager, namelijk ruim 64 jaar.

Weliswaar is deze leeftijd de afgelopen jaren flink gestegen – begin deze eeuw was het nog 61 jaar – maar nog altijd haken de meeste werkenden voortijdig af.

Hieronder ga ik in op de vraag wat eerder stoppen met werken voor je portemonnee betekent.

Je krijgt natuurlijk minder pensioen, want:

1. Je stopt eerder met het betalen van pensioenpremie.
2. Het pensioengeld heeft minder de tijd om te renderen.
3. De uitkeringsduur is langer, omdat je eerder begint met uitkeren.
4. Je betaalt vóór de ingang van je AOW-leeftijd hogere belastingtarieven.

Wat betekent dit in cijfers?

Ik ga voor de eenvoud even uit van een situatie waarbij de pensioenleeftijd voor de werkgever 67 jaar is en de AOW-leeftijd ook (dat laatste is vanaf 2021 het geval), terwijl iemand toch op z’n 65ste met pensioen wil.

De verhoging van de pensioenleeftijd voor het werkgeverspensieon naar 68 jaar maakt getallen iets anders, maar de verschillen zullen niet groot zijn.

Ik neem twee inkomens: 35.000 euro (iets minder dan het modale inkomen van 36.500 euro) en 70.000 euro. Deze meneer of mevrouw woont samen – alleenstaanden krijgen meer AOW dan samenwoners – en het salaris blijft tot aan de pensionering gelijk. Bovendien gaat het om een werknemer van de oude stempel: bij zijn of haar pensionering is 40 jaar lang pensioen opgebouwd.

Bij sommige pensioenfondsen, zoals het ABP, kun je online berekenen hoeveel je krijgt als je eerder of later met pensioen gaat. Maar bij de meeste pensioenuitvoerders komt het neer op ambachtelijk handwerk. Je moet in het pensioenreglement opzoeken wat de zogenaamde uitruilfactor is bij vervroegd pensioen.

Jaar eerder stoppen met werken, 5% minder pensioen

Bij de meeste pensioenuitvoerders krijg je zo’n 5 procent minder pensioen voor elk jaar dat je eerder stopt met werken. Maar daarmee ben je er nog niet, je moet ook rekening houden met het feit dat je twee jaar minder inlegt.

Bovendien krijg je naast pensioen vanaf – stel – je 67ste ook de AOW-uitkering Als je eerder stopt met werken, moet je dus een AOW-loze periode zien te overbruggen.

In de AOW-loze periode moet je niet alleen interen op je spaargeld, maar je betaalt dan ook nog eens hogere belastingtarieven. Het geld dat je nodig hebt om deze AOW-loze periode te overbruggen, smeer ik in mijn berekeningen uit over de 20 jaar die je statistisch gezien nog leeft als je 65 bent.

In onderstaande tabel staat wat je netto, inclusief AOW, per maand overhoudt als je doorwerkt tot je 67ste respectievelijk 65ste.

Je krijgt dus uiteindelijk 12 procent minder pensioen bij twee jaar eerder stoppen met werken. Daar staat tegenover dat je langer, en wellicht ook kwieker, van je pensioen kunt genieten.

Bovendien: binnen is binnen. Als je pak ‘m beet al op je 75ste overlijdt, heb je als vroegpensionado uiteindelijk meer pensioen ontvangen dan wanneer je pas op je 67ste met pensioen was gegaan.

Paul van der Kwast is onafhankelijk financieel planner en verdient geen geld aan de verkoop van financiële producten. Voor Business Insider volgt hij de pensioenontwikkelingen op de voet.