Internetondernemen in China kan leiden tot een bloedige strijd, aldus Marc van der Chijs, één van de succesvolste Nederlandse entrepreneurs in het land. “De concurrentie in China is onethisch, concurrenten proberen elkaar kapot te maken.”

“De wereld heeft meer dan één internet”, zegt Marc van der Chijs (39) tegen de zaal met internetondernemers. Hij spreekt woensdagavond tijdens de uitreiking van de LOEY Awards, een prijs voor online ondernemerschap.

Van der Chijs doelt op het Chinese internet, dat door de overheid van het land wordt gecensureerd. Doordat het land digitaal afgezonderd is van de rest van de wereld, zijn er veel klonen van buitenlandse sites ontstaan.

Maar volgens de Nederlandse entrepreneur is China meer dan een copycatland. “Doordat mensen geen Chinees spreken, zien ze de innovatie niet.” De Chinese versies van buitenlandse sites zijn substantieel anders. “Ze zijn bijvoorbeeld veel interactiever en ook innovatiever. Ze worden sneller doorontwikkeld.”

Chinese YouTube

Van der Chijs heeft zelf ruime ervaring als ondernemer in China. Hij is de bedenker van Tudou, een Chinese YouTube. Maar anders dan veel Chinese websites is Tudou geen kopie: Van der Chijs kwam op het idee voor een online videosite nog voordat YouTube bestond.

Begin dit jaar werd Tudou overgenomen door rivaal Youku voor ruim 762 miljoen euro in aandelen. Hoewel Van der Chijs niet meer in het bestuur van de videosite zat, heeft hij zijn aandelen behouden. En die zijn door de overname fors meer waard geworden, al haalt hij de Quote 500 naar eigen zeggen nog niet.

Concurrentie is moordend

Tudou kwam in 2005 online. Toen de site groot werd, waren er binnen afzienbare tijd zo’n 200 kopieën in de lucht. “Sommige hadden de broncode gewoon gekopieerd.” Dat typerend voor de Chinese ondernemerscultuur, meent Van der Chijs. “Chinezen beginnen heel snel een bedrijfje. Ze denken niet echt na, ze beginnen gewoon.”

Veel van die nieuwe concurrenten vergaten echter dat een online videosite content nodig heeft. Het speelveld dunde al snel uit. Toch bleven er een aantal serieuze concurrenten over. En die bedienden zich van guerrilla-achtige tactieken. “De concurrentie in China is onethisch, concurrenten proberen elkaar kapot te maken”, aldus Van der Chijs.

Zo proberen concurrenten video’s bij de ander online te zetten die niet door de beugel kunnen. Als je namelijk drie keer een fout filmpje op je site hebt staan, bepaalt de overheid dat het over en uit is.

Ook Tudou deed mee in de concurrentiestrijd. “Je moet je aanpassen aan de lokale gebruiken”, zegt Van der Chijs met een glimlach. Over de specifieke tactieken weidt hij niet verder uit. “Maar we hebben geen dingen gedaan waardoor mensen de gevangenis indraaien.”

Rol van de overheid

Bij ondernemen op internet in China speelt de overheid altijd een rol. De regering wil voorkomen dat een online medium kritische boodschappen publiceert. Ook Van der Chijs kreeg met de overheid te maken.

China wilde dat Tudou de helft van hun aandelen verkocht aan een staatsbedrijf voor een bedrag dat de overheid bepaalde. “Via contacten hebben we toen gekeken wat de overheid precies wilde. Die wilde gewoon controle.” Van der Chijs gaf het advies om een licentiesysteem op te zetten. Daar zagen de Chinese bestuurders wel iets in. Zo wist Tudou de aandelen te behouden.

Netwerken is belangrijk

Voor een ondernemer in China is netwerken tevens belangrijk, misschien nog wel belangrijker dan in westerse landen. Met Chinezen moet je een relatie opbouwen en iemand leren kennen. “Je gaat eerst een paar keer eten, dan pas ga je iemand helpen. Maar dan is de relatie ook wederkerig. Als jij iemand helpt, probeert de ander jou ook te helpen.”

Het opbouwen van een netwerk kost jaren, aldus Van der Chijs. Dat is een van de redenen waarom het voor Westerse bedrijven lastig is om te slagen in China. Van der Chijs noemt Google, eBay en Groupon als voorbeelden waarbij het niet gelukt is om China te veroveren.

Buitenlandse bedrijven maken steeds dezelfde fouten in China. “Ze nemen de verkeerden mensen aan en snappen de Chinese cultuur niet”, zegt Van der Chijs. “Ook weten ze niet hoe ze met de overheid om moeten gaan.”

Kansen voor Nederlandse ondernemers

In China zitten ze ook niet meer op buitenlanders te wachten, meent Van der Chijs. Veel Chinezen hebben in het buitenland gestudeerd. Die kennis nemen ze mee terug. Koppel dat aan de al aanwezige kennis van het thuisland en Chinezen weten al snel veel meer dan westerlingen.

Toch liggen er volgens Van der Chijs voldoende kansen voor Nederlandse ondernemers in China. Hij deelt enkele tips met het publiek, dat al een kwartier aan zijn lippen gekluisterd zit. Zo verbaast het Van der Chijs dat sommige ondernemers bij hem aankomen met ideeën die allang zijn uitgevoerd. Die hebben dan alleen gekeken op Engelstalige sites. “Doe je huiswerk, doe ook onderzoek op het Chineestalige internet.”

Zakenpartner

Het vinden van een goede zakenpartner met kennis van de Chinese markt is tevens een must. Van der Chijs vond die partner in de Chinees Gary Wang. “Zonder hem was Tudou nooit zo groot geworden. Ik denk dat het beter is om iemand de helft van de aandelen te geven en echt groot te worden, dan om alles te houden en klein te blijven.”

De geboren Arnhemmer raadt ondernemers daarnaast aan om de tijd te nemen. “China is geen land waar je snel winst maakt.” Het kost sowieso een jaar om de licenties op orde te krijgen. En dan moet je nog geschikt personeel zoeken. “Het duurt twee à drie jaar voordat je geld gaat verdienen.”

Altijd willen werken

China is een land vol hindernissen, met een aparte cultuur en eigen regels. Met de juiste aanpak kun je toch slagen als ondernemer. De instelling van Nederlanders is daarbij een voordeel, denkt Van der Chijs. “Amerikanen zijn bijvoorbeeld veel arroganter en weten het allemaal beter.”

Het belangrijkste ingrediënt voor zijn succes is de bereidheid om altijd te willen werken. “Chinese ondernemers hebben dat ook. Buitenlanders moeten minstens zo hard willen werken.”