Nieuwe auto kopen? De ontwikkeling van prijzen verschilt behoorlijk, afhankelijk van het segment waar je naar kijkt.

Vooral ‘submini’s’ (denk aan de Citroën C1 en Volkswagen Up) en hogere middenklassers (bijvoorbeeld de Volvo S90 en de BMW 5 Serie) zijn relatief hard in prijs gestegen de afgelopen jaren.

Gemiddeld kostte een nieuwe auto je in 2012 een bedrag van 25.573 euro. Afgelopen jaar moest je dieper in de buidel tasten en 32.386 euro ophoesten. Een stijging van 26,6 procent in zeven jaar, oftewel gemiddeld 3,4 procent per jaar.

Dit blijkt uit Mobiliteit in Cijfers Auto’s 2018-2019, een publicatie van BOVAG en RAI Vereniging.

Tot dusver geen schokkend nieuws. Maar wanneer we naar de prijsontwikkeling kijken en inzoomen op de verschillende categorieën, dan valt wel iets op.

Nederland kent officieel 14 autosegmenten, A tot met N. Die worden vooral gevoerd door de officiële instanties die de verkoopcijfers registeren en monitoren. Maar in de praktijk zijn de eerste vijf segmenten het meest courant. In de tabel hieronder zetten we de prijsverschillen tussen 2012 en 2018 voor deze segmenten op een rij.

Te zien is dat procentueel gezien het A-segment en het E-segment de grootste klappers maken: een gemiddelde prijsstijging van 28 procent in zeven jaar .

Lees ook op Business Insider

Het onderstaande overzicht geeft je een idee in welk segment jouw auto valt, volgens Autorai.nl:

  • A-segment: dit zijn de submini’s zoals de Citroën C1, Toyota Aygo en Volkswagen Up.
  • B-segment: dit segment bestaat uit de kleine auto’s zoals de Ford Fiesta, Volkswagen Polo en Opel Corsa.
  • C-segment: de categorie kleine middenklasse waaronder de Ford Focus, Volkswagen Golf en Audi A3.
  • D-segment: dit zijn de middenklassers bestaande uit de Audi A4, Peugeot 508 en Opel Insignia.
  • E-segment: met de E van Executive, de hogere middenklasse zoals de Volvo S90, BMW 5 Serie, Tesla Model S en Mercedes-Benz E-Klasse.

Wat zit er achter de stijgende autoprijzen? Accessoires en BPM

Volgens woordvoerder Tom Huyskens van BOVAG hebben we het over de gemiddelde ‘aanschafprijzen’, dus wat de koper er onder aan de streep voor neertelt. Dat totale bedrag wordt onder andere beïnvloed door de keuze voor opties en accessoires (en door wat de fabrikant er standaard allemaal al in stopt).

De toenemende vraag naar veiligheids- en entertainmentsystemen, maar ook bijvoorbeeld een automatische versnellingsbak, zorgt ervoor dat de koper een hogere prijs neertelt dan voorheen.

Volgens Huyskens is voor de zakelijke markt daarnaast de stimulans verdwenen om voor een zuinige variant te kiezen. Dit omdat voor leaseauto’s het bijtellingspercentage van 14 of 15 procent voor privégebruik sinds 2017 niet meer bestaat. Daardoor worden er per saldo meer onzuinige modellen verkocht, waar een hogere aanschafbelasting (BPM) op geheven wordt. En die BPM-tarieven zijn ook nog eens gestegen. Dus de totale prijs onder aan de streep stijgt.

Nieuwe auto kopen: A-segment meer aangekleed

Dat die stijging in het A-segment relatief groot is, heeft er volgens Huyskens er mogelijk mee te maken dat de kleine auto’s voorheen kaler dan kaal waren – om de prijs maar te drukken – en tegenwoordig steeds vaker geleverd worden met technologie die eerder alleen in duurdere auto’s voorkwam.

Navigatie, elektrische ramen, bluetooth en lichtmetalen velgen zijn nu bijvoorbeeld ook in dit segment al gemeengoed. In de hogere segmenten was dat veel eerder al het geval.

Wel wijst Huyskens erop dat de stijging van het A-segment ten opzichte van het B-segment in absolute bedragen vrijwel gelijk is, namelijk 3.000 euro. Maar procentueel gaat het hard in het A-segment, omdat de totaalbedragen lager zijn.

En de stijging in het E-segment? Het E-segment bestaat weliswaar voornamelijk uit hogere middenklassers, ze zijn voor de meeste consumenten veel te duur. Die categorie komt dan ook grotendeels via leasebedrijven naar zakelijke rijders. Huyskens wijt de stijging in het E-segment ook deels aan de komst van de Tesla Model S.

Lees meer over auto’s: