Nederland wil graag een aangepast verdrag met Marokko over Nederlandse uitkeringen aan teruggekeerde Marokkanen, maar de klok tikt. Zonder nieuw akkoord wordt het huidige verdrag voor 1 juli opgezegd, waarschuwde minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken.

“Dan heeft dat verdrag zijn tijd gehad. Jammer maar helaas”, aldus Asscher donderdagavond in de Tweede Kamer. Daar spiegelt zich een meerderheid af om het bestaande verdrag eenzijdig op te zeggen. Veel Kamerleden vinden de huidige uitkeringen te hoog. De levenskosten in Marokko zijn immers lang niet zo hoog als in Nederland.

Marokkaanse Nederlanders in Marokko verliezen hun AOW niet, maar ontvangen dan nog maar 50 procent van het wettelijk minimumloon. Zonder verdrag is immers niet meer te controleren of AOW-gerechtigden samenwonen. Nederland past deze strikte regel toe op alle landen waarmee geen verdrag is gesloten.

Bij de uitkeringen voor Marokko gaat het, behalve om AOW, om de Algemene Nabestaandenwet, de arbeidsongeschiktheidsregelingen WAO en WIA, de Ziektewet, de kinderbijslag en het kindgebonden budget, een toeslag die afhangt van het inkomen.

Tientallen miljoenen

Bij het bedrag dat aan Nederlandse uitkeringen naar Marokko vloeit, gaat het om enkele tientallen miljoenen euro’s jaarlijks. Het is heel erg lastig om alles precies te specificeren, aldus een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken over het socialezekerheidsverdrag met het Noord-Afrikaanse land.

Vorig jaar was er een akkoord over een verlaging van uitkeringen, maar Marokko kwam daarna met nieuwe eisen. Daar wil de regering in Den Haag niet op ingaan.

Sommige Kamerleden wezen op de ironie dat kort voor het debat over Marokko een collega van Marokkaanse komaf, Khadija Arib, tot voorzitter van de Kamer werd gekozen.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl