‘Ben je doener, denker, dromer of beslisser?’

Of kies je liever uit opties als ‘woordknap’ of ‘luisterknap’? Aan termen voor leerstijlen geen gebrek, zo blijkt uit een simpele rondgang online.

Maar onderzoek wijst uit dat er eigenlijk nauwelijks verschillen zijn.

Bijna alle ondervraagde leraren in een studie uit 2014 zeiden te geloven in leerstijlen. Maar de ‘neuromythe’ blijkt dus niet meer dan dat. Experts op het onderwerp, zoals Harold Pashler en Doug Rohrer beschrijven dat er weinig wetenschappelijk bewijs om alle bestaande testen te ondersteunen.

Veel studies wijzen daarentegen in de tegenovergestelde richting – zoals ook deze uit 2006 – waarbij testgroepen visuele of juist tekstuele hulpbronnen kregen voorgeschoteld tijdens een ‘les’. De onderzoekers vonden geen meldenswaardige verschillen tussen de twee groepen in hoe ze leerden.

VARK-test

De nagel aan de doodskist van deze theorie duikt nu op in de vorm van een publicatie in het wetenschappelijke blad Anatomical Sciences Education. Honderden studenten deden mee aan het onderzoek van de Indiana University School of Medicin. Ze moesten een populaire leerstijltest invullen, in dit geval de VARK. Die zou uitwijzen dat je visueel, auditief, tekstueel of praktisch bent ingesteld om te leren. De Kolb-test is een variant van deze test.

Nadat de studenten hun resultaat hadden, volgden ze een anatomieles. Hierbij gingen ze te werk al naargelang de leerstijl die uit de test was gerold, om te testen of ze werkelijk baat hadden bij hun vermeend ‘dominante’ manier van leren. Aan het eind van het jaar controleerden de onderzoekers of die aanpak enige invloed had op hun eindcijfers.

Lees ook op Business Insider

Maar liefst 67 procent van de studenten faalde om te leren volgens de stijl die uit hun VARK-test kwam en presteerden ook onder de maar voor iemand wiens ‘dominante’ leerstijl geaccommodeerd werd. De studenten die het protocol wél correct volgden, behaalden eveneens geen betere cijfers dan hun klasgenoten.

Excuses

De onderzoekers komen tot de conclusie dat het idee ‘ik kan dit niet leren omdat ik een visuele leerling ben’ uit het raam kan. “De gangbare denktrant van leerstijlen moet door zowel onderwijzers als studenten van de hand gewezen worden – daarvoor levert deze studie meer bewijs.”

Je leervermogen of -voorkeuren te simplistisch benaderen werkt alleen maar averechts. Als je bepaalde ‘types’ lessen weigert omdat die niet in je vermeende voorkeur past, mis je een kans om een zwakkere vaardigheid te verbeteren.

Dat wil overigens niet zeggen dat verschillende manieren van leerstof tot je nemen niet goed kunnen werken. Als je nieuw bent met een onderwerp, leer je het meeste van voorbeelden, terwijl je in een verder gevorderd stadium meer gebaat bent bij vraagstukken op te lossen. Ook kan het helpen om te tekenen en studeren tegelijkertijd.

Het probleem met leerstijlen is vooral dat mensen heel slecht zijn in inschattingen maken over hoe ze graag bepaalde lessen tot zich nemen. Bovendien is het ene vak meer geschikt voor luisteropdrachten dan het andere en kunnen mensen soms het idee hebben dat ze meer opsteken van een meer visuele manier van leren, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is – een soort didactische placebo.

LEES OOK: Deze kleding kun je het beste aantrekken naar je werk – van een informeel kantoor tot de directiekamer