In 2012 presenteerde de PVV een rapport over de kosten en baten van herinvoering van de gulden in Nederland. Het rapport was opgesteld door het Britse onderzoeksbureau Lombard Street en was – kort gezegd – een aanfluiting.

Lombard Street had wat vage economische redeneringen aan elkaar geniet, deed geen eigen onderzoek, noemde nauwelijks cijfers en feiten en het rapport negeerde de meeste relevante vragen. Eigenlijk ging het niet eens echt over Nederland. Broddelwerk.

Op 6 februari 2014 presenteert de PVV weer een onderzoeksrapport.

Weer van een Brits bureau: Capital Economics. Onderwerp: wat zijn de kosten en baten als Nederland uit de Europese Unie stapt?

Veel beter rapport

Het is een onvergelijkbaar veel beter rapport dan dat van Lombard Street. Vol cijfers, grafieken, verwijzingen naar Nederlands en internationaal onderzoek en echte economische analyse. De opstellers gaan in op veel van de relevante vragen en hebben hun best gedaan zich te verdiepen in de specifieke Nederlandse situatie. Chapeau!

De conclusie van de Britten is overigens niet verrassend. De samenwerking tussen de PVV en een bureau dat eerder een prijs won voor de beste manier om uit de euro te stappen, levert een rapport op dat leest als een pleidooi om toch vooral de Europese Unie te verlaten. Uitstappen zou iedere Nederlander op termijn mogelijk 9.800 euro rijker maken!

Klinkt goed. Waar komt dat geld vandaan? Grofweg uit vier verschillende bronnen, waarvan sommige behoorlijk twijfelachtig. Ik bespreek ze alle vier:

1. Lagere bijdrage aan de EU

Als Nederland geen lid meer is van de EU, hoeven we ook geen geld meer af te dragen. We krijgen ook geen Europees geld meer, maar als netto betaler zijn we per saldo beter af.

De onderzoekers geven toe dat niet-EU-landen als Noorwegen ook moeten bijdragen, omdat ze deel uit maken van de Europese vrijhandelszone. Maar dat gaat om kleinere bedragen dan Nederland nu betaalt. Bovendien: als er weer eens Zuid-Europese landen moeten worden gered, hoeft Nederland geen geld meer te storten.

Er valt op deze redenering weinig af te dingen. Wie geen lid is betaalt minder. Al gaan de opstellers er wel erg makkelijk van uit dat Nederland de komende decennia een grote netto-betaler blijft en de komende jaren zelfs steeds meer zal moeten afdragen.

2. Goed voor de handel

Dit is een opvallende. Volgens het rapport kan Nederland na het verlaten van de EU moeiteloos een vrijhandelsakkoord met de EU sluiten. Import en export hebben er nauwelijks last van.

En zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat het niet lukt met die vrijhandel, en de EU importtarieven gaat heffen op Nederlandse exportproducten, heeft dat weinig effect op de uitvoer, verwachten de opstellers.

Dit is – zacht gezegd – een zwak deel van het rapport. Voor een handelsland als Nederland is het opzeggen van het ene handelsakkoord (de EU) in de hoop op een ongeveer net zo gunstig nieuw akkoord, op z’n minst roekeloos te noemen.

Hoe gaat die nieuwe vrijhandel uitpakken? Voor welke producten geldt het wel of niet? Hoe zeker zijn onze exporterende bedrijven als ze geen beroep meer kunnen doen op het Europese recht op vrijheid van verkeer? Gaat Duitsland vrachtwagens controleren aan de grens? Kunnen onze Rijnaken gewoon blijven doorvaren?

Is het uittreden van Nederland voor de Duitsers niet een uitgelezen kans om Hamburg voor te trekken boven Rotterdam? De opstellers van het rapport gaan ervan uit dat de EU-lidstaten niet zo kinderachtig zullen zijn. Maar ze leveren daarvoor geen overtuigende argumenten.

Nog doller wordt het als de opstellers beweren dat de Nederlandse handel met niet-EU-lidstaten zelfs gebaat is bij uittreden. Nederland zou in z’n eentje veel beter kunnen onderhandelen met opkomende economieën als China dan in EU-verband. Dit is volgens het rapport zelfs een belangrijk voordeel van uittreden: meer handel met snelgroeiende landen en dus ook meer economische groei voor Nederland.

De onderbouwing voor deze stelling ontbreekt. Hoezo kan een klein landje beter onderhandelen dan een machtsblok als de EU? Het rapport gaat geheel voorbij aan het machtsspel dat iedere handelsonderhandeling in essentie is. Zonder de steun van Duitsland en Frankrijk, wordt het voor Nederland tekenen bij het kruisje.

3. Minder niet-westerse immigranten

Geen kwaad woord over Polen of Roemenen in het rapport. Dat migratiestromen binnen de EU Nederland per saldo geld of welvaart kosten, is een conclusie waar Capital Economics zich niet aan waagt.

Maar instroom van niet-westerse immigranten kost wel geld, schrijven de opstellers. Die conclusie baseren ze op een Nyfer-rapport (pdf) uit 2010, dat in opdracht van de PVV werd geschreven, en waar behoorlijk veel kritiek op was (pdf).

Capital Economics stelt: als Nederland uit de EU stapt, kunnen die kosten van niet-westerse immigratie worden voorkomen. Nederland kan dan gezinsherenigers en asielzoekers buiten de deur houden.

Dat is een vreemde stelling. Het recht gezinshereniging komt uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (1950, artikel 8). Dat is geen EU-verdrag, maar een verdrag van Raad van Europa. Nederlandse rechters mogen direct toetsen aan dit verdrag. Of Nederland lid is van de EU of niet.

Hetzelfde geldt voor het recht op asiel. Dat komt uit het Internationale Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen en staat los van EU-lidmaatschap. Beide verdragen zijn ouder dan de EU en zelfs ouder dan de EEG en de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal.

4. Invoering van de gulden

Als Nederland uit de EU stapt, stappen we ook uit de monetaire unie. We schaffen de euro af en voeren de gulden weer in. Volgens Capital Economics kan dat zonder al te veel kosten of onrust, als je het maar snel doet.

Nederland krijgt dan controle over het eigen monetair beleid. De gulden moet daarvoor los kunnen bewegen van de euro, dus de opstellers gaan ervan uit dat er geen koppeling tussen beide munten komt.

Dat levert de Nederlandse economie extra groei op, want volgens het rapport voert de Europese Centrale Bank nu beleid dat vooral bij de Duitse economie en conjunctuur past. Dat monetair beleid is veel te streng voor Nederland, meent Capital Economics, want onze economie staat er veel slechter voor dan de Duitse.

Zij gaan er daarom van uit dat de Nederlandsche Bank (DNB) een zeer expansief beleid zal voeren, met nog lagere rente en kwantitatieve verruiming. DNB gaat dus staatsobligaties opkopen om de economie te stimuleren.

Er zijn misschien Nederlandse politici die zo’n opkoopprogramma als ‘knettergek’ zouden kwalificeren. En direct zouden aandringen op onderzoek naar een opkopende centrale bank, zoals de PVV in 2011 deed.

Bovendien het is zeer onwaarschijnlijk dat DNB-president Klaas Knot die in Frankfurt strijdt tegen kwantitatieve verruiming, daar in Amsterdam opeens anders over zou denken.

Deze opbrengst van uittreden lijkt dus zeer onwaarschijnlijk – als het al klopt dat de huidige ECB-rente van 0,25 procent voor Nederland momenteel veel te hoog is.

Nog onwaarschijnlijker is de veronderstelling van Capital Economics dat een vrij bewegende wisselkoers van de gulden de Nederlandse economie niet zou schaden. We hebben het in de recente geschiedenis nooit aangedurfd om de gulden los te laten bewegen van de Duitse mark. De handelsbelangen waren daarvoor te groot.

Maar volgens het rapport zal de wisselkoers van de nieuwe gulden zich binnen een half jaar stabiliseren en blijft dan rustig liggen rond de introductiewaarde. Blijkbaar heeft het feit dat DNB een veel ruimer monetair beleid zal voeren dan de ECB geen effect op de waarde van de gulden. Heel apart.

Omdat de gulden bij veronderstelling stabiel zal zijn, zegt het rapport niets over de kosten van wisselkoersvolatiliteit, van het afdekken van wisselkoersrisico’s door handelaren en beleggers, van extra onzekerheid over internationale inkomsten en uitgaven. Bewegelijke wisselkoersen hebben geen prijs, want Capital Economics veronderstelt dat wisselkoersen nauwelijks bewegen.

Het prettige gevolg van die veronderstelling is dat bankbalansen gelijk blijven en buitenlandse beleggingen van pensioenfondsen waardevast zijn. Tja, zo kan ik het ook.

Vragen niet beantwoord

Oké. Dat is het dan. De twee grote vragen bij uittreden zijn: wat gebeurt er met onze handel met Duitsland en hoe volatiel wordt de gulden? Deze vragen worden in Wilders rapport niet beantwoord, maar wegverondersteld. Het zal zo’n vaart niet lopen, schrijft men. Vrijhandel kan best zonder de EU en de wisselkoers van de nieuwe gulden wordt zowel flexibel als stabiel.

Uittreden levert Nederland de beste van alle werelden. Mits je dat van tevoren veronderstelt.