Er zijn ongeveer 140.000 huishoudens in Nederland met een vermogen van een miljoen euro of meer.

Wat doen zij met hun geld? Op een spaarrekening zetten heeft weinig zin, omdat dat minder oplevert dan de inflatie. Sinds de financiële crisis willen mensen sowieso minder te maken hebben met grootbanken.

Het kleine fonds Capvest Fund Management probeert een alternatief te zijn voor de grote fondsen.

In 2003 begon Martijn Brans (1970) met zijn eigen beleggingsonderneming in Nijmegen. Sinds 2006 doet zijn echtgenote Constance Harm (1972) mee. Hij is analist, zij doet communicatie en relatiebeheer. “Als echtpaar met twee kinderen een beleggingsfonds runnen is in het wereldje absoluut niet normaal”, aldus Brans. ‘Normaal’ zijn grote fondsen van bekende banken in de Randstad, met een klein leger van analisten, fondsmanagers en secretaresses in dienst.

Van een adviseur voor individueel portefeuillebeheer veranderde Capvest in 2011 in een fondsorganisatie met twee eigen beleggingsfondsen, een defensief en een offensief fonds. “Klanten moesten eerst zelf het akkoord geven voor elke transactie. Daardoor moest ik in feite tachtig verschillende fondsen beheren”, zegt Brans. “Dat was een onhoudbare toestand. Nu is het één pot geld.”

Hoe groot is die pot nu? “Je hebt als fonds minimaal acht tot tien miljoen euro nodig om een externe accountant, een onafhankelijke bewaarder en fondsenadministrateurs te betalen. We zitten nu op twaalf miljoen, van ruim veertig participanten.”

Het fondsvermogen bestaat voor een deel uit familiekapitaal. Dat maakt verjaardagen soms wat ongemakkelijk, als de beurskoers een duik maakt. De kredietcrisis maakte het leven niet leuker voor het gezin, geeft Constance Harm toe. “Martijn wilde toen liever niet naar voetbalwedstrijden en niet meer door bepaalde straten fietsen. Als de beurs omhooggaat is iedereen je vriend, maar als het minder goed gaat… Maar ja, soms moet je een omweg maken, dat weet elke belegger.”

Rendement in 2015

Sinds de verandering van de aanpak in 2011 is het rendement van de twee fondsen van Capvest 15 en 17 procent. Ook door de crises heen een beetje groei dus. Voor dit jaar is het rendement 3 en 4,5 procent. “De grootbanken doen het nu dus beter,” erkent Harm. “Zij investeren meer in Amerika en minder in opkomende landen, en daarvan hebben ze nu geprofiteerd.”

Maar moeten we nog wel handelen op de beurs? Heeft de financiële crisis niet laten zien dat die handel veel te groot en gevaarlijk is geworden? Harm: “Het sentiment is héél negatief. Dat heb ik zelf ook nog heel erg hoor.”

“Als je een kapitaaltje hebt, dan moet je dat laten werken”, meent Brans. “Het gevoel van veiligheid dat mensen hebben bij sparen is achterhaald. En funest. Als je je geld op een spaarrekening zet, ben je over tien jaar gegarandeerd 10 tot 20 procent van je koopkracht kwijt. De rente is tenslotte lager dan de inflatie. Als je je koopkracht wil behouden, moet je bepaalde risico’s nemen door je geld in onroerend goed of in bedrijvigheid te steken.”

Geen geheimzinnigheid

Capvest wil onderscheidend zijn door transparantie en een uitgesproken beleggingsfilosofie: niet de fondsen maar mensen maken het verschil. Martijn Brans belegt via fondsmanagers die hij zorgvuldig uitzoekt. “Wij zetten in op specialisten. Dat zijn zelf ook voornamelijk zelfstandige ondernemers. Ik analyseer hun performance en zet die analyses en hun cv’s op onze site. Eigenlijk gooi ik al mijn huiswerk in de etalage.” Constance Harm: “De beleggerswereld is erg wollig en ondoorzichtig. Wij willen die transparant maken. Als je bij Capvest belegt, weet je precies waar je in belegt. We leggen in normale-mensen-taal uit wat er in het mandje zit en waarom.”

Al die openheid wordt Capvest niet altijd in dank afgenomen, vertelt Brans. “Soms word ik teruggefloten. Het Zweedse beleggingsfonds Nektar vond wat wij op onze website publiceren ‘too much’. Sommige rapporten heb ik er weer af moeten halen. Er zijn ook fondsmanagers die niets over zichzelf gepubliceerd willen hebben.”

Zo stond Fabrice Vecchioli van Parus Fund erop dat Capvest alle achtergrondinformatie over hem van de site zou verwijderen. “Ik heb toen heel veel heen en weer moeten mailen”, vertelt Brans. “Toen ik liet zien dat diezelfde info ook gewoon in de Financial Times had gestaan, zei hij uiteindelijk ‘oké, laat dan maar staan’.”

De Nederlandse markt wordt beheerst door de grootbanken. Heel anders dan in Duitsland en Groot-Brittannië, waar de grootbanken nog maar twintig à dertig procent van het kapitaal in beheer hebben – de rest zit inmiddels bij boetiekfondsen.

‘Private banking is koffieleuten’

In Nederland heb je bijna geen kleine nichespelers, meent Harm. “Bij de meeste vermogensbeheerders zie je kroonluchters en hoogpolige tapijten. De private banker is erop gericht op het juiste moment te bellen als de dochter eindexamen doet en een bloemetje te sturen als iemand jarig is. Ze willen hun klanten kietelen, hen laten weten hoe ontzettend belangrijk ze zijn. Het beheer lijkt bijzaak te zijn geworden. Professioneel koffieleuten, dat is private banking.”

Capvest houdt af en toe bijeenkomsten waarbij Brans vragen beantwoordt van bedrijven en beleggingsclubs over de beurs en beleggen. “Er zat laatst een bankmanager bij die duidelijk niets begreep van wat ik vertelde. Maar 95 procent van de mensen vertrouwt daar wel nog steeds zijn geld aan toe.”

Bij Capvest gaat het niet om de kroonluchters of Porsches, leggen ze uit. In wat voor auto’s rijden zij dan eigenlijk? Brans lacht. Hij rijdt in een Mercedes S-klasse uit 1990, zij in een nog oudere Toyota. “En we werken gewoon thuis in onze woonkamer. Als we afspreken met klanten, dan doen we dat bij mijn ouders. Die hebben een kantoor aan huis.”

Het is wel een serieus bedrijf, zegt hij, geen hobby. “Meer dan de helft van onze klanten is gestopt met werken. Als mensen hun kapitaal en hun pensioen aan je toevertrouwen, dan moet je niet hobbyen.”