• Matthijs en Thomas van den Ende runnen al tien jaar samen het planningsoftwarebedrijf Dyflexis.
  • Volgens de twee broers is samenwerken met familie alleen mogelijk als je elkaar iets gunt.
  • Wij spraken ze over de werk-privébalans, een kansloze pitch voor een KPN-directeur en het aannemen van hun eigen zus.
  • Lees ook: ‘Vrijwilligerswerk kan meer zijn dan 1x per jaar het buurthuis schilderen’

Als jonge tieners wisten broers Matthijs en Thomas van den Ende al dat ze een bedrijf wilden starten. Waarin wisten ze nog niet. Maar uit het gezamenlijk kranten bezorgen, snoep verkopen op rommelmarkten en auto’s wassen kwam een ding naar voren: dat het samen moest zijn.

“We halen uit die baantjes van toen niet de lessen voor onze klantenservice nu”, lacht financieel directeur Thomas. “Alles voor een glimlach zat er gewoon al in”, vult CEO Matthijs meteen aan.

Dit najaar vierde Dyflexis, het bedrijf van de broers dat software en hardware voor personeelsplanning en urenregistratie aanbiedt, zijn tienjarige bestaan. De afgelopen anderhalf jaar werkt het bedrijf ook veel samen met ziekenhuizen, Het Rode Kruis en GGD-teststraten om de bezetting goed te regelen voor coronatesters en handen aan ziekenbedden.  

Dyflexis begon als driemansproject, met ontwikkelaar Joshua Angnoe als technisch directeur. Die stapte in 2017 uit het bedrijf, maar is als freelancer en meubelmaker nog regelmatig in het kantoor in Den Haag te vinden.

De twee broers zien elkaar vijf dagen per week op kantoor en dan ook nog vaak in de avonden en weekenden privé. In sommige families is elkaar een keer per jaar zien al te veel.

Hoe de twee het met elkaar uithouden? Veel met elkaar gemeen hebben. Zoals smaak in televisieseries. De twee broers smullen bijvoorbeeld van Succession, een satirische dramashow van HBO over een disfunctioneel familiebedrijf waarin het ene familielid de ander het licht in de ogen niet gunt.

Business Insider sprak met de twee broers over het samen leiden van een miljoenenbedrijf, hoe ze het leuk houden met z'n tweeën en over hun liefde voor disfunctionele familiedrama’s.

Jullie smullen allebei van Succession. Omdat het zo herkenbaar is?

(De broers kijken elkaar aan. Schudden met het hoofd.)

Matthijs: "Nee, die gunnen elkaar niks. We hebben gewoon veel gemeenschappelijke interesses. Ik vind de series en boeken die Tom leest vaak lachen. In Succession zit geen sympathiek mens. Maar het zijn topacteurs, dat zie je aan die kleine betekenisvolle gezichtsuitdrukkingen."

Thomas: "Voor ons is elkaar iets gunnen de basis van de samenwerking. Matthijs zit vroeger op kantoor en ik werk langer door. We vertrouwen erop dat we allebei hard werken."

De hele business van Dyflexis is urenregistratie. Dus jullie klokken elkaar niet?

Matthijs: "We klokken elkaar wel [lacht]. Maar we zitten elkaar dan gewoon te dollen. Tom is als CFO bezig met het geld. Als hij dan de overuren uitrekent, dan zegt hij: ik heb er meer. Dan zeg ik: dat maakt mij niet uit. Het fijnste is dat ik me zo vrij als een vogel voel in het bedrijf, en hij ook."

Matthijs is de CEO en Thomas de CFO.  Maar zijn die functies wel echt afgebakend?

Matthijs: "Onze functies lopen niet door elkaar, maar ze zijn wel een beetje titelconfetti. Tom doet de finance en de juridische dingen, ik houd me bezig met de commerciële kant en het product. Als er bij ons werk op de tafel valt, is altijd duidelijk wie wat moet oppakken. Bij belangrijke keuzes vragen we altijd wel even ruggespraak. Zo van: 'Joh, hoe zie jij dat?' Niet omdat het moet, maar omdat het lekker is. Zie ik het goed? Ben ik iets vergeten?"

Thomas: "Soms stellen mensen mij en Matthijs dezelfde vraag. Dan wijs ik ze door naar hem. Dan zeggen ze vaak: 'Waarom? Die gaat toch hetzelfde zeggen.' Negen van de tien keer denken we hetzelfde over de dingen."

Hoe belangrijk is familie?

Thomas: "Binnen het bedrijf niet. Al zijn we wel net een tandje harder tegen elkaar."

Matthijs: "Mensen vinden het bijzonder, maar wij niet. Je legt de lat hoger met elkaar."

Dyflexis lijkt ook in een ander opzicht een beetje op Waystar RoyCo uit de serie Succession, omdat er nog meer familieleden op kantoor werken…

Thomas: "Onze zus was supportmanager voordat er nog maar iets te managen valt. Die is begonnen met de klantenservice en is nu product owner."

Matthijs: "Bij familiebedrijven dachten wij altijd aan plekken waar iedereen, die eigenlijk niks kan, zich meldt voor een baan. En toen hadden we een support manager nodig."

Thomas: "Ik was de functieomschrijving aan het opstellen voor de vacature en ik dacht: 'Ik mail die even naar mijn zusje om na te lezen.' Zij keek hem na, daarna bedankte ik haar en zette de vacature online."

Matthijs: "Toen ik die avond thuiskwam – mijn zus woonde toen even tijdelijk bij mij – vertelde ze me over een leuke vacature bij een jong softwarebedrijf. Ik wist dus niet dat Tom die van ons al had laten lezen. Dus ik kijk naar die vacature en zeg: 'Volgens mij hebben wij ook zo’n soort baan.' En allebei legden we niet de link dat zij voor ons zou kunnen werken. De dag erna vertelde mijn zus dat ze de hele dag over die vacature had nagedacht. En toen heb ik haar verteld dat ze maar moest komen solliciteren."

Dus zij solliciteerde tegenover jullie twee voor die baan?

Matthijs: "Omdat we toen nog met z’n drieën waren, vonden we dat ze bij onze derde compagnon Joshua moest solliciteren. Die had haar ook aangenomen als ze geen familie van ons was geweest, vertelde hij. Toen hebben wij hem wel aangeraden er nog een nachtje over te slapen. Zodat hij weldoordacht de beslissing kon nemen. En dus nooit meer kon zeggen dat we haar alleen hebben aangenomen omdat het onze zus was. Maar het was een schot in de roos. Die twee waren vier handen op een buik."

Thomas: "We hebben nog een andere broer en zijn vrouw in het bedrijf. Die hebben we ook niet zelf aangenomen. Zij is Duits en toevallig waren we op zoek naar een Duitssprekende collega."

Is het wel mogelijk voor jullie om privé en werk gescheiden?

Thomas: "Eigenlijk niet."

Matthijs: "Het is vaak onze moeder die tijdens familiebijeenkomsten vraagt of we het even over iets anders kunnen hebben dan de zaak. Mijn kinderen hoor je nooit over het bedrijf. Ik reed een keer door rood met mijn neefje, de zoon van mijn zus, in de bakfiets. Toen vertelde hij me dat ik moest oppassen. Want als ik een boete zou krijgen, dan kon ik zijn moeder niet meer betalen."

In tien jaar zijn jullie uitgegroeid van een driemans-startup naar een miljoenenbedrijf met tientallen werknemers. Wat zijn de belangrijkste lessen die jullie hebben geleerd?

Thomas: "Het leuke aan tien jaar groeien, is dat je ieder jaar wel ander werk doet. In het begin deden we alles met z’n drieën: ondersteuning, klanten binnenhalen. Op een gegeven moment hadden we nul euro op de bank en uitstel aangevraagd voor een lening. Toen sleepten we een order van 2500 euro binnen voor een hotel met vijftig medewerkers."

Matthijs: "Dan sta je te springen! Jaren later hadden we een paar mooie partijen verkocht. Toen leerden we waar mensen over praten als ze het hebben over cashflow. Want de factuur werd maar niet betaald. Dan leer je snel een lesje finance, dat je elke dag die mensen achterna belt om dat geld over te maken. Wij betaalden onszelf een paar weken niet uit, maar wel onze andere compagnon. Want bij softwareontwikkeling is het belangrijk dat je de rust bewaart. Wij vonden dat hij zich gewoon moest blijven focussen op het werk. Maar we dachten wel: dit gebeurt ons één keer, maar daarna nooit meer."

En is dat gelukt?

Matthijs: "Ja, we houden de cashflow sindsdien goed in de gaten."

Thomas: "Klanten betalen sindsdien de helft van de opdracht vooraf…."

Matthijs: "… En de andere vijftig procent na afloop."

Het kantoor van Dyflexis in Den Haag. Foto: Dyflexis
Het kantoor van Dyflexis in Den Haag. Foto: Dyflexis

Het kantoor van Dyflexis ziet eruit als een grote speeltuin: graffiti, hardloopbaan, biljarttafel, bar en tuinstoelen. Is dat ook een geleerde les geweest?  

Thomas: "Veel mensen denken inderdaad dat dit een doordachte inrichting is. Maar we hadden 900 vierkante meter te vullen terwijl we maar met z’n vijftienen waren. We zitten wekelijks meer dan veertig uur op kantoor, dus kunnen we het maar beter een beetje gezellig maken."

Matthijs: "Hiervoor zaten we in een kantoor van 140 vierkante meter en een tuin met wat losse kantoortjes erbij. In totaal zo’n 300 vierkante meter. De vloeren waren verschillend en de plafonds waren overal anders. Het was een ratjetoe. Toen kwam er een klant langs die zei dat het zo leuk was dat we antikraak zaten. Nou, als je iets niet wilt, is dat een klant dat zegt. Misschien als je echt in een antikraakpand zit. Toen de klant weg was, voelden we ons vreselijk voor lul staan. Vooral omdat die vrouw het sympathiek bedoelde. We vonden dus dat ons nieuwe pand meteen mooi moest zijn."

Dus nooit meer zo’n pijnlijke vergissing met klanten.

Matthijs: "Het grappige is, we zijn begonnen met een heel klein kantoor."

Thomas: "Toen hebben we de directeur van KPN gepitcht. Op onze 60 vierkante meter in het begin. Ik had een klacht ingediend bij KPN, omdat we al drie weken geen internet hadden. Ik gokte zijn e-mailadres met voor- en achternaam en stuurde hem een boos bericht. Zo van: jullie zeggen voor het bedrijfsleven te werken. Wij zitten om de hoek, kom maar even langs en praat eens met een echte ondernemer. Nu bleek die man sportief te zijn. Toen gingen wij met z’n drieën die man in dat kleine kantoor pitchen dat hij zijn klantenservice via ons moest regelen. We hadden niet door dat die man er geen seconde over nadacht om zijn hele planning aan ons drie kneuzen over te dragen."

Matthijs: "Haha, ja in dat kippenhok."

Die pitch zou nu wat anders gaan, begrijp ik. Hoe is de urenplanningswereld de afgelopen tien jaar veranderd?

Thomas: "Vroeger moesten we bij onze software benadrukken dat het online werkte. Dat is nu een vereiste. Ook zijn er veel meer managementfuncties en API’s (koppelingen die verschillende softwareprogramma’s met elkaar laten samenwerken, red.) bijgekomen."

Matthijs: "API’s waren in onze eerste jaren zeldzaam, toen een luxe en nu een must have."

Thomas: "Wij hebben zelf een hekel aan software. Het moet werken, mooi en strak zijn. In de businesssoftware, zeker bij oude garde, ziet het er gortdroog uit."

Matthijs: "Waar de standaard voor software in de consumentenmarkt hoog ligt, mist dat in de bedrijfssoftware. Met onze 75 man knokken we met aandacht, warmte en liefde voor het vetste computerscherm."

Hoe ziet de komende tien jaar eruit voor Dyflexis?

Matthijs: "Binnen tien jaar willen we naar 50 miljoen gebruikers. Dat zijn er nu nog een half miljoen, dus we moeten nog even aan de bak. We groeien mee met onze Nederlandse klanten die wereldwijde vestigingen hebben. We houden van Risk, dus we zijn altijd druk met vlaggetjes prikken op de wereldkaart. De focus ligt nu op Duitsland."

Thomas: "Uiteindelijk is het de bedoeling dat bedrijven onze pakketten volledig online kunnen aanschaffen en zelf inrichten. Want als je echt in de HR-processen gaat hangen met de software, dan is daar normaal consultancy voor nodig is. We willen plug and play zijn en tegelijkertijd complexe formules aankunnen"

Matthijs: "Zoals overuren uitbetalen die op de ene dag zoveel euro per uur is, maar op andere dagen weer anders zijn. Verschillende cao’s verwerken in de salarisadministratie in het geval van bedrijfsovernames. Dat vinden we leuk. Waar heeft een ondernemer een hekel aan? Dat lossen wij op."

LEES OOK: Deze jonge ondernemers kregen $100.000 om hun school te verlaten en werk te maken van hun briljante ideeën – dit is er van ze terechtgekomen