In dit nieuwe jaar ben je waarschijnlijk om en nabij de 700 euro kwijt aan gemeentelijke woonlasten. De kosten stijgen gemiddeld nauwelijks, ondanks de decentralisatie, maar kunnen lokaal toch flink oplopen.

Verspreid over het land laten de ontwikkelingen van de woonlasten ogenschijnlijk grote verschillen zien. In Haarlem betaal je dit jaar 15,40 euro minder, terwijl een inwoner van Amersfoort 52,34 euro meer moet neertellen. Nu zegt dat niet alles, want in Amersfoort blijven de woonlasten (onroerende zaakbelasting, reinigingsheffing en rioolheffing) gemiddeld aardig laag met 692,90 euro per huishouden. Haarlemmers betalen ondanks de verlaging fors meer, namelijk 762,39 euro.

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) becijfert dat in een rapport dat dinsdag is gepubliceerd. Het COELO bekeek de woonlasten in 29 gemeentes die samen bijna 40 procent van de Nederlanders huisvesten. Gemiddeld komen de belastingen uit op 697 euro, een verhoging van gemiddeld 4 euro per huishouden. Dat komt neer op 0,6 procent stijging of zelfs een 0,3 procent daling als de inflatie van 0,9 procent wordt meegerekend.

Delftse huishoudens zijn per jaar 832 euro kwijt aan woonlasten voor de gemeente, het meeste van alle onderzochte steden. Een paar kilometer verderop betalen Hagenaren slechts 549,45 euro, oftewel een verschil van 43 procent. De lasten stijgen in Delft ook nog eens hard, met 5,3 procent en 43 euro. Opvallend is ook dat grote steden niet per se duur zijn. Amsterdam, Eindhoven en Tilburg scoren alle drie onder het gemiddelde.

Venlo schrapt relatief het meeste: de woonlasten dalen met 2 procent in de Limburgse gemeente. In Amersfoort stijgen de lasten juist met 8,3 procent.

(klik voor vergroting)

woonlasten

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl