Het Europees Medicijn Agentschap maakte dinsdag bekend dat BioNTech/Pfizer en Moderna een aanvraag tot markttoelating hebben gedaan voor hun coronavaccins.

Het kabinet denkt in de week van 4 januari de eerste coronavaccins te kunnen toedienen. Het RIVM, GGD’s, de huisartsen en de artsen in verpleeghuizen en instellingen werken hierin samen.

Bewoners van verpleeghuizen en mensen met een verstandelijke beperking die in een instelling wonen zijn vermoedelijk als eerste aan de beurt.

In de eerste week van januari worden mogelijk de eerste mensen ingeënt tegen het coronavirus.

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) heeft dat dinsdag laten weten naar aanleiding van de planning van het Europees Medicijn Agentschap (EMA) dat de vaccins moet goedkeuren. Hij houdt vanwege die beoordeling nog wel een slag om de arm.

De logistieke operatie is er in ieder geval op gericht om in de week van 4 januari te beginnen met de vaccinatie. Het RIVM, GGD’s, de huisartsen en de artsen in verpleeghuizen en instellingen werken hierin samen. “Het vaccin is nu binnen handbereik en daarmee staan we aan de vooravond van een nieuwe fase in deze crisis.”

Het is nu eerst belangrijk dat het EMA zorgvuldig zijn werk doet, aldus de minister. “Maar hier geldt ook een waarschuwing: dit is echt het meest gunstige scenario. EMA en de Europese Commissie zijn eerst aan zet. En veiligheid gaat voor snelheid”, zegt De Jonge.

Lees ook op Business Insider

Bewoners van verpleeghuizen krijgen voorrang

Het kabinet besloot dat bewoners van verpleeghuizen en mensen met een verstandelijke beperking die in een instelling wonen, als eerste aan de beurt komen. Het gaat om ruim 150.000 mensen.

Lees ook: Deze 7 groepen moeten voorrang krijgen als er een coronavaccin is

Maar of het eerste vaccin dat beschikbaar komt, echt geschikt is voor deze doelgroepen, moet nog blijken uit de beoordeling van EMA, stelt De Jonge. “Mocht dit niet het geval zijn, dan komen andere groepen in beeld.” Hij noemt de vaccinatiestrategie “wendbaar”. Er worden meerdere scenario’s uitgewerkt.

Het eerste vaccin dat wordt verwacht – van BioNTech/Pfizer – kan deze maand al aan Nederland worden geleverd, voordat het is toegelaten op de markt. Het gaat dan om een miljoen doses, waarmee 450.000 mensen kunnen worden ingeënt. Zodra de toestemming er is, kan meteen worden begonnen met het vaccineren.

Lees meer: 7 onbeantwoorde vragen over het veelbelovende coronavaccin van Pfizer

Het EMA maakte dinsdag bekend dat BioNTech/Pfizer en Moderna een aanvraag tot markttoelating hebben gedaan. Het agentschap gaan de vaccins nu beoordelen op onder meer veiligheid, kwaliteit en effectiviteit. Ook het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) is hierbij betrokken.

Als dat voorspoedig verloopt, verwacht EMA uiterlijk 29 december met een oordeel te komen over het vaccin van BioNTech/Pfizer. Als dit positief is, dan zal de Europese Commissie mogelijk nog voor de jaarwisseling een besluit kunnen nemen over de toelating van het vaccin tot de Europese markt.

Het besluit over het vaccin van Moderna wordt media half januari verwacht.

Lichte daling van aantal coronagevallen afgelopen week 

Ondertussen is het aantal coronagevallen in Nederland ook de afgelopen week licht gedaald. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) kreeg in de afgelopen zeven dagen 33.949 meldingen van positieve coronatests. Een week eerder waren het er 36.931 en de week daarvoor 37.706.

Ook het aantal sterfgevallen daalde. In de afgelopen zeven dagen kwamen 406 meldingen van overleden coronapatiënten binnen, tegen 422 de week ervoor. Verder werden 1.007 coronapatiënten opgenomen op een verpleegafdeling van een ziekenhuis en 183 op de intensive care. De week ervoor waren het er respectievelijk 1.291 en 193

Het zogeheten reproductiegetal bleef vrijwel gelijk. Het cijfer staat nu op 1,04, tegen 1,02 vorige week. Dat betekent dat de uitbraak vrijwel stabiel blijft. Het getal geeft aan hoe snel het virus zich verspreidt onder de bevolking. Hoe hoger het boven de 1 komt, hoe sneller het virus zich kan verspreiden.

Van ongeveer de helft van alle mensen die in november positief zijn getest, is bekend waar ze de coronabesmetting hebben opgelopen. De belangrijkste bron blijft de thuissituatie, met familieleden en huisgenoten. Daarna volgt het bezoek van vrienden en familieleden aan huis. Op de derde plaats staat de werkplek.

“Het blijft dan ook belangrijk zo veel mogelijk thuis te werken om besmettingen te voorkomen”, stelt het RIVM daarom.