De coronapandemie zal niet de laatste chaotische crisis zijn waar de wereld tegenaan loopt.

De aanpak van de crisis in Nederland kenmerkt zich door een nogal statische benadering, met weinig ruimte voor flexibiliteit, creativiteit en de benutting van verschillende invalshoeken.

Hopelijk kunnen we van deze crisis leren dat je ‘wicked problems’ anders moet benaderen, betoogt strategisch adviseur Diederik Heinink.

ANALYSE – “In een wereld vol veranderingen, in de toekomst waarschijnlijk nog ingrijpender dan nu, is het maar helemaal de vraag of een hooggespecialiseerde samenleving wel de beste aanpak is. De strategie werkt prima voor lange stukken rechtuit, maar faalt in scherpe bochten, waar snel en krachtig moet worden bijgestuurd.”

Aldus natuurkundige Robbert Dijkgraaf in zijn column in NRC afgelopen vrijdag.

Als je bij alle tegenslag die de coronapandemie heeft meegebracht, één positief punt mag noemen, dan betreft het de opbloeiende discussie over hoe je een complexe en uiterst onzekere crisis aanpakt – ook wel een ‘wicked problem’ genoemd.

Onzekerheid betekent hier: een situatie waarin je moet werken met onvolledige en tegenstrijdige informatie, en er niet sprake is van één juiste oplossing.

Corona zal niet de laatste chaotische crisis zijn waar de wereld tegenaan loopt. Veranderingen op allerlei terreinen vinden steeds sneller plaats. En dat vraagt om andere ingrediënten van een crisisaanpak: multidisciplinair, creatief, ondernemend, alert. Meer generalisten, fouten accepteren en improvisatievermogen dus.

Econoom Lex Hoogduin doet al jaren onderzoek naar de aanpak van ‘wicked problems’ en heeft hiervoor een model ontwikkeld waarmee hij organisaties in de praktijk helpt. Het gaat dus zeker niet om een nieuw fenomeen; je kunt hooguit zeggen dat het zeer plotselinge én mondiale karakter van de coronacrisis zoveel impact heeft, dat niemand erom heen kan.

Wicked problems vragen om andere vorm van crisismanagement

De aanpak van ongestructureerde, lastig op te lossen problemen vraagt om een meer organische manier van denken dan nu vaak het geval is. Organisch betekent dat de aanpak die je hanteert gaandeweg moet worden aangepast.

Waar bij een pandemie als de huidige in het begin ‘better safe than sorry’ het belangrijkste devies kan zijn, kun je in een latere fase wellicht beter handelen op basis van (al dan niet ‘worst case’) scenario’s. Of je wisselt verschillende strategieën met elkaar af, afhankelijk van de situatie.

Nederland heeft de coronapandemie echter, net als veel andere westerse landen, niet als een ‘wicked problem’ benaderd.

Het principe van ‘better safe than sorry’ is in de vroege fase maar zeer beperkt van toepassing geweest. Maar ook nu, verder in de pandemie, wordt vrij krampachtig en weinig creatief met risico omgegaan.

Routekaarten, signaalwaardes en doelen hebben vooral symbolische waarde. Ze zijn opgesteld aan de hand van een statische strategie, niet een organische.

Wat betreft de communicatie wordt stelselmatig gerefereerd aan de bestaande situatie en te weinig uitgegaan van een onzekere toekomst. Met een regeltje “als de besmettingen het toelaten” vang je dit niet af; wat achter de komma staat, vergeten mensen.

Met beloftes of verwachtingen uitspreken moet je in zo’n complexe en onzekere situatie dus uitermate voorzichtig zijn. Zeker als het grote belangen zoals de gezondheid, economische bedrijvigheid en pensioenen van mensen betreft.

Het intrekken van toezeggingen tast het toch al broze vertrouwen in de overheid alleen maar verder aan. In die zin verdient het terugkomen op de eerdere suggestie dat er vanaf 21 april versoepelingen mogelijk zouden zijn, geen schoonheidsprijs.

Nederlandse aanpak van corona: eenzijdig en weinig flexibel

Nederland heeft de crisis vooral politiek ‘gemanaged’. Een multidisciplinaire en creatieve aanpak zijn niet of nauwelijks aan de orde geweest.

Zo zou je vanuit de cocktail van complexiteit kunnen redeneren dat het juist verantwoord is om de terrassen nu te openen: parken lopen anders toch vol, terraseigenaren kunnen prima handhaven (ook om boetes te voorkomen), ze hebben de omzet hard nodig en de rek bij de mensen is er al een tijdje uit.

Wat je idealiter wilt bereiken bij een lastig te temmen crisis, is dat je continu leert van onvermijdelijke fouten, nieuwe inzichten en onbedoelde uitkomsten.

Vergelijkbare processen zie je bij startups of bedrijven die opereren met iteratieve innovatieprocessen. Ze starten, maken fouten, sturen bij en worden zo steeds beter.

Leren leven met risico’s

Risico’s zijn acceptabel en onlosmakelijk verbonden aan de ‘wicked’ aanpak. Natuurlijk wil je schade zoveel mogelijk beperken, maar risico’s zijn nou eenmaal niet uit te sluiten. Bijvoorbeeld: op enig moment moet je steunpakketten van de overheid laten vallen en creatief kijken hoe je ondernemers weer hun werk kunt laten doen.

Grote groepen mensen meekrijgen, maakt communicatie bij het managen van een wicked probleem dan ook cruciaal. Het is het smeermiddel dat het organische proces vlotter moet doen verlopen. Wat je te allen tijde wilt voorkomen, is dat communicatie alleen maar tot verder onbegrip, verlies aan draagvlak en onrust in de maatschappij leidt.

Het beste zou natuurlijk zijn als we de aanpak van de huidige crisis bijsturen om deze in betere banen te leiden. Ook met betrekking tot het vaccinatieprogramma, want hier zijn nog veel lessen te leren.

Om toch met een positieve noot te eindigen: hopelijk is deze pandemie een dure, maar grote les. Het is zaak om nu al na te denken over hoe je een volgende chaotische crisis het beste kunt benaderen.

Op weg naar een hopelijk mooie zomer!

Diederik Heinink is oprichter van East en adviseert bedrijven en leiders over hun positionering en bedrijfsstrategie. Daarnaast is hij high performance coach. In de afgelopen jaren was hij veel actief in de finance en techsector. Hij werkte onder andere voor ING, Randstad en veel internationale scale-ups en mid-corporates.