Stel je hebt een koophuis, dan wil je misschien weten wanneer bijvoorbeeld onderhoud nodig is aan de kozijnen of wanneer ze aan vervanging toe zijn.

Daarvoor bestaat 3D-technologie waarin dit soort informatie kan worden opgeslagen en gedeeld, voor onder meer optimaal onderhoud aan een gebouw. Alleen maakt lang niet elke schakel in de vastgoedsector hier gebruik van.

De architect, ontwikkelaar, bouwer, woningcorporatie, huismeester of woningbezitter, ze kunnen allemaal gebruik maken van een bouwwerkinformatiemodel, afgekort BIM.

Een project wordt, voordat het daadwerkelijk wordt gerealiseerd, eerst met 3D-objecten in een virtuele omgeving ‘gebouwd’. Aan deze objecten kan allerlei informatie worden toegevoegd, van de afmetingen van een gebouw of verschillende onderdelen, tot het type steen in de gevel en de kosten daarvan.

Dit wordt allemaal weergegeven in een 3D-visualisatie die werkt als een soort Google Streetview. Je kunt virtueel om het gebouw lopen of er naar binnen gaan en inzoomen op allerlei elementen om meer informatie tevoorschijn te toveren. Klik je bijvoorbeeld op een deur, dan verschijnen de afmetingen, leverancier, het merk en het materiaal.

Alleen moet iemand die informatie wel invoeren. En niet onbelangrijk, doorgeven aan de volgende schakel. En daar zit de crux, zegt Patrick van der Vliet, BIM Programma Manager van bouwbedrijf BAM Wonen. “Lang niet elke partij denkt aan het belang van de ander in de verzuilde bouwwereld.”

Een architect, ontwikkelaar, bouwer of bijvoorbeeld baksteenfabrikant moet namelijk wel tijd en geld investeren om al die informatie in 3D-vorm te krijgen. Dit komt ten goede aan de volgende schakel.

Lees ook op Business Insider

“De bouwer kan dan bijvoorbeeld bouwen op informatie van de architect en ontwikkelaar. Vervolgens kan de woningcorporatie, beheerder of woningeigenaar dit gebruiken voor onderhoud. Iedere schakel kan informatie toevoegen. De corporatie kan bijvoorbeeld invoeren na hoeveel jaar een buitendeur is geschilderd.”

Zou alle informatie consequent ingevoerd, doorgegeven en gebruikt worden, dan kan daar de volgens Van der Vliet het volgende mee worden bereikt:

  • Door een gebouw eerst in 3D te bouwen, worden bouwfouten voorkomen.
  • Een gebouw wordt optimaal en duurzaam onderhouden, omdat je weet van welke onderdelen en materialen gebruik is gemaakt.
  • In het 3D-model kun je precies aangeven hoe onderdelen bevestigd zijn. Dat maakt bouwen met demontabele onderdelen mogelijk. Die kunnen van de sloophamer worden gered en hergebruikt als een gebouw is afgeschreven. Zo wordt duurzaam en circulair bouwen ondersteund.

We doen een rondje gebouw om te zien hoe BIM werkt. Van der Vliet neemt ons mee naar Heidehof, een appartementencomplex met sociale huurwoningen van corporatie Woongoed Zeist, waarvoor BAM alle informatie in BIM beschikbaar heeft gemaakt voor onderhoud en beheer.


Huismeester Cor laat ons binnen en we komen in een hal. Hier nog geen 3D, maar een ouderwetse fotocollage van een huurder die de bouw van het complex heeft gevolgd.


Omdat we niet in de huiskamer van een van de huurders willen staan, lopen we door naar de garage. Hier kan Van der Vliet ook goed laten zien hoe BIM werkt. Eenmaal in de garage haalt hij zijn iPad tevoorschijn. Daarop zien we precies de omgeving waar we in staan, in 3D, inclusief details als licht en allerlei leidingen.


Van der Vliet draait zich om waardoor we de uitgang in het vizier krijgen en roosters die boven de parkeerplaatsen zijn geplaatst.


Hij zoomt vervolgens in op een aantal elementen. Op de iPad zien we alle informatie over een leiding boven de parkeerplaats.


“Heb je deze informatie ook over de roosters”, vraagt Cor aan Van der Vliet. Die laat daarop de specificaties van de roosters zien. “Dit wil ik wel hebben”, zegt Cor.

“Kinderen klimmen steeds op de roosters waardoor ik ze snel moet vervangen. Dan is het handig om te weten welke ik moet bestellen”, legt hij uit.

Maar de BIM-informatie is dus nog niet naar de huismeester doorgesijpeld.

We gaan naar boven voor een 3D-kijkje op de galerij. Hier kan Van der Vliet ‘technische knopen’ laten zien, ofwel plekken van het gebouw waar verschillende objecten en materialen samenkomen.


De balustrade die aan de betonnen vloer bevestigd is, de deur in de deurpost in de gevel, het raam in het kozijn, het zijn allemaal ‘technische knopen’. BIM kan deze technische knopen haarfijn in beeld brengen.

“Tradtioneel gaat de sloophamer in een gebouw als het wordt afgeschreven. Maar in BIM kun je inzichtelijk maken hoe onderdelen demontabel zijn, omdat je kunt zien hoe ze bevestigd zijn en in welke staat ze verkeren. Zo kunnen objecten eventueel hergebruikt worden, wat veel duurzamer is”, aldus Van der Vliet.

Hij zoomt in op de deur, vervolgens verschijnen op de iPad niet alleen specificaties als afmetingen en materiaal, maar ook de locatie.


Hetzelfde gebeurt bij de kozijnen. “Het kan zijn dat de kozijnen aan de noordkant vaker geschilderd moeten worden dan die aan de zuidkant. Dat is allemaal informatie die beheer kan toevoegen aan BIM. Zo kun je ook zien of het kozijn te veel onderhoud behoeft en kies je bij vervanging misschien niet voor vuurhouten kozijnen maar voor hardhout.”

Dan steekt een van de huurders haar hoofd buiten de deur: Of we even ergens anders willen staan, met ons geklets lijkt het alsof we bij haar in de huiskamer staan.


Volgens Van der Vliet gebruiken alle grote bouwbedrijven BIM wel.

“Maar de uitdaging is dat we dit in de hele keten gaan inzetten, van architect en ontwikkelaar tot aannemer en eigenaar, zodat we over 30 jaar weten welke bakstenen en andere materialen zijn gebruikt.”

LEES OOK: Coen van Oostrom transformeerde een leegstaand pand in Amsterdam tot één van de slimste kantoorgebouwen ter wereld – wij namen een kijkje