Het aandeel vrouwen in de top van de bedrijven stijgt maar mondjesmaat, blijkt uit de Bedrijvenmonitor Topvrouwen.

Er zijn zorgen over de aanwas van vrouwen in de laag onder de top, die neemt af.

De Tweede Kamer behandelt een wettelijk vrouwenquotum voor beursgenoteerde bedrijven, waarbij voor iedere vertrekkende man een vrouw in de plaats moet komen.

Het aandeel vrouwen in de top van bedrijven steeg de afgelopen jaren, maar te weinig en te langzaam. Dat concludeert de Bedrijvenmonitor Topvrouwen.

Ook de aanwas van vrouwen in de laag onder de top is nog niet genoeg op gang gekomen. Uit die laag worden vrouwen juist geselecteerd voor topfuncties.

In 2019 bleef het aandeel vrouwen in raden van bestuur met 12,4 procent gelijk ten opzichte van een jaar eerder, stelt het rapport. Het aantal vrouwen in raden van commissarissen steeg in dezelfde periode met 2 procent naar 20,4 procent.

Veel van de 5000 onderzochte vennootschappen hadden eind 2019 nog geen enkele vrouw op deze posities.

In januari vorig jaar liep de zogenoemde streefcijferregeling af. Die regelde sinds 2013 dat besturen en raden van commissarissen voor minimaal 30 procent uit vrouwen en minimaal 30 procent uit mannen moesten bestaan. Sinds die tijd werden vooral meer vrouwelijke commissarissen dan bestuursleden benoemd.

Wettelijk vrouwenquotum in de maak

De komende weken behandelt de Tweede Kamer het wettelijke vrouwenquotum. Daaronder vallen straks alleen beursgenoteerde bedrijven en hun commissarissen.

Voor iedere vertrekkende man moet een vrouw komen, totdat tenminste een derde van de raad uit vrouwen bestaat. Ook voor mannelijke commissarissen gaat een ondergrens van 30 procent gelden.

“We zijn hoopvol omdat er eindelijk een quotumwet ligt”, zegt commissievoorzitter Caroline Princen. Maar, na zeven jaar streefwet voldoet slechts 10 procent van de bedrijven aan de norm, zegt ze. “De groep die beweegt is aan het voorsorteren op de quotumwet”, zegt Princen.

Princen maakt zich verder zorgen over de aanwas van vrouwen in de laag onder de top. Die groeit volgens haar niet en neemt zelfs af. De commissie roept bedrijven op alert te blijven op deze laag, maar ook op hun diversiteitsbeleid. “Daar wordt nog te weinig aandacht aan besteed”, zegt ze. Over de impact van de coronacrisis op het aantal topvrouwen kan Princen nog weinig zeggen.

Ingrid Thijssen, topvrouw en voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, zegt dat het rapport de noodzaak van een quotum aantoont. Thijssen vindt verder dat er “niet één silver bullet” is voor een diverse bestuurskamer en pleit voor beter toegankelijke kinderopvang en het doorbreken van de deeltijdcultuur.

Lees meer over diversiteit in het bedrijfsleven: