Het aantal parkeerboetes stijgt explosief. Hoe kun je een boete voor fout parkeren met succes aanvechten?

Door de inzet van scanauto’s is het aantal parkeerbonnen in de grote steden explosief gestegen, zo blijkt uit een recente inventarisatie door het AD.

In Amsterdam bijvoorbeeld is vorig jaar voor bijna 30 miljoen euro naheffingsaanslagen opgelegd aan automobilisten die geen of te weinig parkeergeld hebben betaald. Zes jaar eerder, voor de scanauto zijn intrede deed, was dat nog 18 miljoen euro: een toename van ruim 66 procent. In Tilburg is het aantal uitgedeelde parkeerbonnen sinds de komst van scanauto’s zelfs verdrievoudigd.

Een bekeuring voor fout parkeren kost je gemiddeld 60 euro. Dat is natuurlijk zonde van het geld. Hoe kun je toch met succes bezwaar aantekenen?

We vroegen het jurist Indy Rissema, oprichter van Bezwaartegenverkeersboetes.nl, die op no cure no pay-basis automobilisten bijstaat voor verkeersovertredingen.


1. Auto stond op plaats met parkeerverbod

Het bonnetje onder je voorruit omdat je geen geld in de meter hebt gegooid of de parkeertijd is verstreken, is eigenlijk geen boete, maar een naheffing: een belastingaanslag van de gemeente, legt Rissema uit. Dat is van een andere orde dan wanneer je een boete krijgt omdat je auto staat geparkeerd op een plek met een parkeerverbod, zoals de stoep, vlak voor een bocht of op een invalidenparkeerplaats.

Krijg je een naheffing (vaak ruim 60 euro) terwijl je auto fout stond geparkeerd, dan kun je daar met succes bezwaar tegen aantekenen, meent Rissema. “Je bent alleen parkeerbelasting verschuldigd als er daadwerkelijk sprake is van parkeren: dus als je auto op een plek staat waar dat wettelijk is toegestaan, zonder dat je aan het laden en lossen bent.”

Lees ook op Business Insider

De parkeercontroleur kan wel een boete opleggen wegens fout parkeren (van bijvoorbeeld 95 euro), maar legt hij een naheffingsaanslag op, dan sta je juridisch sterk.


2. Niet staande gehouden

Zoals je hebt kunnen lezen in het artikel over bezwaar aantekenen tegen verkeersboetes, moet een agent jou staande houden om je identiteit vast te stellen als hij daartoe de mogelijkheid heeft. Alleen als dat niet kan, mag hij de boete aan de kentekenhouder opleggen; ook als dat niet de bestuurder is.

“Bij een parkeerovertreding hoef je in principe niet staande te worden gehouden”, legt Rissema uit. “En dat is logisch: want als je auto staat geparkeerd zit er in principe niemand achter het stuur.”

Maar als jij als bestuurder de agent of buitengewone opsporingsambtenaar (BOA) aanspreekt vóór de bon is uitgeschreven, is er wèl sprake van een reële mogelijkheid tot staande houding. De agent mag dan niet de boete aan de kentekenhouder opleggen, maar aan de bestuurder.

Is de bon tóch gericht aan de kentekenhouder, dan is dat een goede grond om hem te laten vernietigen.

De timing is wel cruciaal, benadrukt Rissema. Als je de agent aanspreekt nádat hij de bon achter je voorruit heeft gelegd, dan ben je te laat, omdat zich voor die tijd geen reële mogelijkheid tot staande houding heeft gedaan.

De verkeersjurist wijst op een rechtszaak uit 2017, waarbij een autobezitter aanvoerde dat de boete onterecht aan de kentekenhouder was opgelegd, terwijl zich wel een reële mogelijkheid tot staandehouding had voorgedaan. Uit foto’s die de agent van de auto had gemaakt, was namelijk te zien dat er twee mensen in de auto zaten. De rechter ging daar in mee, waarna de bon kon worden verscheurd.


3. Kenteken verkeerd ingevoerd

In steden met scanauto’s staan parkeerautomaten waarop je je kenteken moet invoeren. Een typefoutje is snel gemaakt, met alle kosten van dien, zo blijkt uit een analyse van bezwaarschriften in Den Haag en Utrecht. In Utrecht levert zo’n tikfout gemiddeld twee boetes per dag op en in Den Haag zelfs tien, schrijft de ANWB.

Toch is er geen directe reden tot paniek als dit jou overkomt. Als het ingevoerde kenteken sterk lijkt op jouw eigen kenteken (bijvoorbeeld als je één letter of cijfer hebt omgewisseld), maak je toch een kans om onder een bon uit te komen. Zorg wel dat je een betalingsbewijs hebt.


4. De auto is niet meer van mij

Als de auto niet meer in je bezit is, kun je met succes bezwaar aantekenen, mits de auto is verkocht voordat de overtreding plaatsvond. Je kunt dit bewijzen met een vrijwaringsbewijs.

Is je auto gestolen, dan ben je eveneens kansrijk. Ook in dat geval moet je wel bewijs kunnen overleggen. Stuur dus een kopie van de politie-aangifte mee.


5. Ik heb wel betaald

In woonplaatsen waar nog ouderwetse parkeerwachten rondlopen, kan het voorkomen dat je een naheffing krijgt terwijl je keurig hebt betaald. Maak in dat geval een kopie van de parkeerbon en stuur dat als bewijs mee.


6. Lastig verhaal: Noodsituatie

Er kan zich soms een noodsituatie voordoen, waardoor het niet lukt om geld in de meter te stoppen; bijvoorbeeld omdat je iemand moet wegbrengen naar de spoedeisende hulp. De rechter gaat hier niet zomaar in mee, maar als je een ziekenhuisrapport of artsenverklaring kunt overleggen, maak je toch een kans dat de naheffing wordt kwijtgescholden.


Kansloos: Parkeermeter was stuk

Een defecte parkeermeter is een van de grootste parkeerergernissen. Maar wie denkt dat dit een goed argument is om onder een parkeerbon uit te komen, heeft het mis. Je bent verplicht om naar een andere meter te lopen die wél in orde is, zo blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad.


Kansloos: Banksaldo te laag

Ook met argumenten als ‘mijn banksaldo was te laag’ of ‘ik was mijn bankpas vergeten’, zul je geen rechter overtuigen.


Meer over auto’s en boetes: