Het mag geen verrassing meer heten, als president Mario Draghi van de Europese Centrale Bank donderdagmiddag aankondigt dat de eurozone een geldinjectie van 500 tot 600 miljard euro krijgt. Maar hoe gaat dat in zijn werk? En wat merken we daarvan?

Beleggers en economische experts zijn er al weken vol van: gaat de Europese Centrale Bank (ECB) over tot het aanzetten van de geldpers om de kwakkelende eurozone een zetje te geven? In jargon gaat het dan over ‘kwantitatieve verruiming’ van de geldhoeveelheid, of in het Engels Quantitative Easing (QE).

Het middel dat hiervoor gebruikt wordt is het opkopen van staatsobligaties van eurolanden. Maar hoe werkt dat precies, wat is het effect voor bedrijven en gewone burgers? Vijf vragen.

(UPDATE: de ECB kondigde donderdag inderdaad aan staatsobligaties van eurolanden te gaan opkopen. Lees hier meer over de precieze invulling van het programma: ECB gaat voor 60 miljard euro per maand publiek en privaat schuldpapier kopen)

1) Hoe werkt de geldpers?

In de moderne wereld is geld een schuldbewijs dat centrale banken uitgeven. Het is echter schuld waarvoor geen aflossingsplicht geldt en de centrale bank hoeft er ook geen rente over te betalen. Centrale banken kunnen in principe onbeperkt dergelijke schuld uitgeven en daarmee de geldhoeveelheid vergroten.

Op de balans van de centrale bank is geld dus terug te vinden aan schuldzijde. Daar staan bezittingen tegenover zoals goud, vreemde valuta en andere waardepapieren.

Als een centrale bank staatsobligaties koopt die in handen zijn van beleggers (banken, verzekeraars en andere vermogensbeheerders) en hiervoor met vers gedrukte euro’s betaalt, komt er aan de bezittingenkant van de balans dus staatspapier bij en aan de schuldenkant meer uitgegeven geld.

Lees ook op Business Insider

2) Wat doet de geldpers met de staatsschuld?

Vraag is wat het effect is voor de overheid. Stel bijvoorbeeld dat de nationale centrale banken van de eurozone staatsschuld opkopen naar rato van hun aandeel in de Europese Centrale Bank. Voor Nederland is dat ongeveer 5,7 procent.

Zakenbank Morgan Stanley heeft de volgende berekening gemaakt: als de centrale banken die bij de ECB zijn aangesloten in totaal voor ongeveer 500 miljard euro staatspapier kopen, gaat dit voor Nederland om zo’n 29 miljard euro. Dit scheelt op een Rijksschuld (exclusief lokale overheden) van 328 miljard euro ongeveer 9 procent.

Maar wat is nu het voordeel voor de overheid? Dat hangt af van de invulling van het opkoopprogramma.

Op korte termijn is er in ieder geval het voordeel dat rentelasten wegvallen. Want stel dat De Nederlandsche Bank (DNB) voor 29 miljard euro staatspapier opkoopt, dan moet minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën voor de resterende looptijd van dit schuldpapier rente aan DNB betalen.

Echter, het Rijk is voor 100 procent eigenaar van de centrale bank en die keert zijn jaarlijkse winst uit als dividend aan de staat. Dus als de centrale bank meer rente-inkomsten geniet uit het bezit van staatspapier, vloeien die inkomsten uiteindelijk weer terug naar de staat via de winstuitkering. Deze broekzak-vestzakoperatie zorgt ervoor dat het opkopen van staatsschuld door de centrale bank de rentelast drukt.

Punt is nu: wat gebeurt er als de opgekochte staatsobligaties (die dus al eerder waren uitgegeven) afgelost moeten worden? Hier speelt het beleid van de centrale bank een belangrijke rol. Zolang de centrale bank na de aflossing van staatsleningen voor eenzelfde bedrag nieuwe staatsleningen in de markt koopt, is er sprake van schuldverlichting voor de overheid.

Echter, als de centrale bank bij aflossing van oude leningen niet opnieuw staatsschuld opkoopt, moet de overheid zich weer tot beleggers richten voor herfinanciering.

Het effect op de staatsschuld hangt dus mede af van de duur van het opkoopprogramma en het type leningen dat wordt gekocht. Daarbij geldt: hoe langer de resterende looptijd van het schuldpapier dat wordt gekocht, hoe groter de verlichting voor de staat.

3) Wat is het beoogde effect?

De reden dat de ECB de geldpers overweegt in te zetten is officieel dat de inflatie in de eurozone gevaarlijk laag is. De ECB moet zorgen voor een gemiddelde prijsstijging in de eurozone van bijna 2 procent, maar in december 2014 daalden de prijzen gemiddeld met 0,2 procent.

Lage inflatie of zelfs deflatie (dalende prijzen) wordt gezien als teken dat de economie van de eurozone stagneert. Consumenten geven weinig uit, lonen stijgen niet en bedrijven zien geen mogelijkheden om prijzen te verhogen. Met het aanzetten van de geldpers stelt de ECB indirect nieuw, goedkoop krediet beschikbaar als impuls voor de economie.

Als financiële instellingen die beleggen in staatsleningen van eurolanden vers geld krijgen doordat de ECB staatsleningen opkoopt, schept dat in theorie ruimte om nieuwe leningen te verstrekken aan bedrijven en consumenten.

Ander effect van het bijdrukken van euro’s is dat de wisselkoers van de euro ten opzichte van de dollar onder druk komt te staan. Zeker als de Amerikaanse centrale bank juist minder scheutig wordt met het rondstrooien van dollars.

In principe is een zwakkere euro gunstig voor Europese exporteurs die kosten hebben in euro’s en spullen verkopen in dollargebieden.

Ook biedt het opkopen van staatsschuld door centrale banken overheden in principe ruimte om belastingen te verlagen of meer te investeren. Ze profiteren immers sowieso van lagere rentelasten, zoals hierboven aangeven.

4) Werkt het aanzetten van de geldpers?

Economen zijn zwaar verdeeld in hun oordeel over de effectiviteit van het aanzetten van de geldpers. Op de genoemde positieve effecten voor de economie kan namelijk het nodige worden afgedongen.

Zo kunnen banken nu al erg goedkoop lenen bij de ECB en heeft dat nog geen geweldig effect gehad op de kredietverstrekking aan bedrijven en consumenten. Bedrijven zien veelal beperkte investeringsmogelijkheden en veel burgers zijn vooral bezig met de afbouw van relatief hoge (hypotheek)schulden.

De zwakkere euro helpt exporteurs, maar de waarde van de handel met niet-eurolanden is relatief klein vergeleken met de onderlinge handel van eurolanden. Het valuta-effect is hiermee beperkt.

Tot slot staan niet alle eurolanden te trappelen om de extra investeringsruimte die ontstaat, als de centrale bank schuldpapier opkoopt, te benutten. Vooral in Duitsland, de motor van de Europese economie, is de regering erg huiverig voor grootschalige investeringsprogramma’s.

Omdat de onzekerheid over de gedragseffecten zo groot is, valt vooraf eigenlijk weinig zinnigs te zeggen over het effect van monetaire verruiming. Zie ook het artikel: overheden moeten meewerken als ECB geldpers aanzet.

5) Wat merkt de consument?

Als er meer euro’s in omloop komen en er meer goedkoop krediet beschikbaar komt, heeft dit in principe een drukkend effect op rentes. Dat geldt ook voor spaar- en hypotheekrentes.

Wanneer de ECB de geldpers aanzet, mag je dus in principe een verdere daling van spaar- en hypotheekrentes verwachten. Hoe groot dit effect is, valt echter lastig in te schatten. Beleggers zijn de afgelopen maanden al deels vooruit gelopen op actie van de ECB en dat heeft marktrentes gedrukt. Ook spaar- en hypotheekrentes vertonen al geruime tijd een dalende lijn.

Het effect van de geldpers op de rente kan dus beperkt uitvallen, als ECB-president Mario Draghi niet verrast en met een programma komt waar beleggers al rekening mee hadden gehouden.