De actiegroep Stop Oppressive Stereotypes heeft bezwaar tegen twee attracties van De Efteling die in hun ogen racistisch zijn. Het pretpark gaat met de initiatiefnemers in gesprek.

Dat zegt een woordvoerder van De Efteling tegenover Looopings.nl en NU.nl. “We willen graag een dagje uit zijn voor iedereen, ongeacht geslacht, ras, politieke of seksuele voorkeur. Daarom willen we graag horen wat in dit geval de pijnpunten zijn.”

De actiegroep stoort zich onder meer aan Monsieur Cannibale, de theekopjesattractie waarbij in het midden een donker getinte kannibaal staat. Ook op het Carnaval Festival heeft de actiegroep kritiek: van de 275 poppen hebben er vijf een donkere kleur, en dat zijn allen Afrikaanse bosjesmannen.

“Onderdrukkingen beginnen met stereotyperingen”, schrijft de actiegroep op hun Facebook-pagina die iets meer dan 100 likes heeft. “Onze actiegroep gaat de strijd aan met organisaties die gebruik maken van onderdrukkende stereotyperingen.”

Als profielfoto heeft de Facebook-pagina het logo van De Efteling met daaronder de leus ‘Wereld vol racisme’, een verwijzing naar de slogan van het pretpark, ‘Wereld vol wonderen’.

Al eerder kritiek

Het is niet de eerste keer dat er kritiek is op de Efteling-attracties. Een journalist van The Wall Street Journal bezocht twee jaar geleden het pretpark en verbaasde zich over de manier waarop donkere mensen afgebeeld worden. Ze vond Monsieur Cannibale een bizarre verwijzing naar de racistische VOC-tijd. Later werd ze met de dood bedreigd.

Ook de Nederlandse documentairemaakster Sunny Bergman stelde in haar film ‘Zwart als roet’ over Zwarte Piet het stereotype beeld dat Monsieur Cannibale oproept ter discussie. Bekijk het fragment hieronder:

Lees ook op Business Insider

De Efteling stelde eerder dat de attracties alleen karakters uitbeelden. “We maken in ons park uitvergrotingen van karakters uit verhalen, mythes en sages. Wij denken dus ook niet dat alle stiefmoeders slechte mensen zijn, zoals bij Sneeuwwitje, of dat alle mensen met obesitas veel papier eten, zoals Holle Bolle Gijs.”