Studenten die lenen voor hun studie, kunnen dat dit jaar tegen een spotgoedkope rente doen. Omdat rentes jaarlijks veranderen, is maximaal lenen niet per se het handigst.

Ondernemers en consumenten klagen luidkeels over de haperende kredietmachine. Banken zijn aan het bijkomen van de kredietcrisis en staan niet te springen om  nieuwe leningen te verstrekken.

Eén groep in de samenleving heeft echter weinig last van de kredietschaarste: de pakweg 170 duizend studenten die een lenen bij de overheid.

Studielening: lage rente

Doordat de rente op studentenleningen bij de overheid is gekoppeld aan de rente die Nederland betaalt op de kapitaalmarkt, profiteren studenten volop mee van de spotgoedkope tarieven waartegen Nederland als AAA-land in de Noordelijke eurozone kan lenen.

Voor dit jaar is het leentarief gesteld op 0,6 procent. In 2008 lag het tarief nog op 4,17 procent en in 1993 zelfs op 9,49 procent.

Zeker in vergelijking met commerciële rentetarieven voor studielenigen, die bij grootbanken iets boven de 8 procent liggen, is de 0,6 procent die de staat momenteel rekent een schijntje.

Maximaal lenen

Het maximum dat hbo- en universitaire studenten met een prestatiebeurs in de bachelor- en masterfase kunnen lenen, bovenop de basisbeurs, is per september dit jaar 442 euro per maand.

Lees ook op Business Insider

Wie geen recht meer heeft op een prestatiebeurs maar nog wel volttijdsstudent is, kan nog drie jaar lang een bedrag van maximaal 873 euro per maand lenen

Leen je vier jaar lang maximaal naast de basisbeurs, dan heb je exclusief de rente een schuld van ruim 21 duizend euro opgebouwd. Bij drie jaar maximaal lenen buiten de prestatiebeurs om, kom je op ruim 31 duizend euro schuld, exclusief de rentelasten.

Gemiddeld lenen studenten minder dan het maximum. Bij de meest recente peildatum, in december 2012, lag het gemiddelde leenbedrag per maand voor studenten met basisbeurs op 376 euro. Voor studenten met een volledige lening was dat 614 euro.

Sinds 2006 zijn studenten met een prestatiebeurs gemiddeld wat meer gaan lenen. Aanvankelijk was dat ook het geval voor studenten met een volledige lening, maar bij die laatste groep is sinds 2010 een lichte daling van de leenbedragen zichtbaar.

Bankierende student?

Voor studenten met een prestatiebeurs zijn de leenbedragen gesplitst in een reguliere lening en zogenoemd ‘collegegeldkrediet’. Voor beide leningen geldt echter dat het krediet niet is geoormerkt, zo laat de woordvoerder van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) desgevraagd weten. Ofwel er is geen verplichting om de lening aan collegegeld of huur van een kamer uit te geven.

Gelet op de ultralage rente, kunnen studenten in theorie meer lenen dan ze strikt nodig hebben voor hun levensonderhoud, om daarmee bjvoorbeeld een nieuwe laptop te kopen. Dat is in ieder geval goedkoper dan een consumptief krediet bij de bank.

Maar helemaal zonder risico is lenen uiteraard nooit. Na de studie krijg je twee jaar respijt, maar dan moeten voormalige studenten hun opgebouwde schuld in principe in 15 jaar aflossen.

Renterisico

De overheid rekent rente over de maandelijks uitgekeerde leenbedragen tijdens de studietijd. Deze rente wordt jaarlijks aangepast. Als je extra veel leent en de rente is aan het eind van de studietijd hoger, dan kan die hogere rente voor langere tijd drukken op je totale studieschuld.

Voor de studieschuld geldt namelijk dat het rentepercentage na afloop van de studie voor vijf vast wordt gezet. Voor studenten die afgelopen jaar afstudeerden met een studieschuld, is dat momenteel juist erg gunstig. Zij betalen tussen 2013 en 2017 0,6 procent rente over hun studieschuld.

Lees ook:

Hoe het CBS de werkloosheid overdrijft

Masterstudie: prijzen tweede master fors uiteen

Zó spaar je voor de studie van je kind

Mathijs Bouman: De beste investering zit tussen je oren

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl