Nederland en Frankrijk geven elk 80 miljoen euro uit om twee portretten van Rembrandt in Europa te houden. Dat bedrag belandt in de zakken van de verkoper van de schilderijen: de steenrijke bankiersfamilie Rothschild.

56 procent van de Nederlanders is tegen de aankoop van de Rembrandt-schilderijen, bleek afgelopen weekend uit een peiling van Maurice de Hond. Toch is de Nederlandse regering samen met Frankrijk van plan om de twee Rembrandts aan te schaffen. Dit zodat de waardevolle kunstwerken niet worden opgekocht door een vermogende oliesjeik of Chinees. De schilderijen blijven in Europa.

Het gaat om de huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit. Zij poseren in 1634 voor de jonge Rembrandt van Rijn. Oopjen is een meisje uit de Amsterdamse gegoede stand. Soolmans is de zoon van een rijke Vlaming die zich in Amsterdam heeft gevestigd.

Het stel is dan begin twintig en net getrouwd. Rembrandt portretteert ze levensgroot, staand en ten voeten uit. En: apart van elkaar. Dat was in die tijd niet gebruikelijk en alleen voorbehouden aan de heel rijken. Het echtpaar is gekleed naar de laatste Franse mode.

De doeken komen al snel in bezit van de Franse familie De Rothschild en blijven daar. Momenteel maken ze deel uit van de Eric de Rothschild Collection. De eigenaar kreeg eerder dit jaar echter een exportvergunning, tot verdriet van veel Franse kunstliefhebbers die de Rembrandts liever niet zien vertrekken. Het Franse museum Het Louvre zou hebben laten weten er zelf niet genoeg geld voor te hebben. De steenrijke bankiersfamilie Rothschild zette de schilderijen daarop in de etalage voor 160 miljoen euro.

Bussemaker verpest deal

Aanvankelijk leek het erop alsof Nederland beide portretten zou kopen, maar vorige week meldde ook Frankrijk zich plots als koper. Achteraf gezien is dat niet zo onverwacht. Naar nu blijkt heeft minister van Cultuur Jet Bussemaker afgelopen zomer op eigen houtje onderhandeld met Frankrijk over het gezamenlijk aanschaffen van de twee topstukken. Dat meldde ze echter niet aan haar collega’s in het kabinet als de fractievoorzitters in de Tweede Kamer.

De Franse regering gaf in eerste instantie aan niet over het benodigde bedrag te beschikken. Toen het kabinet Rutte en het Rijksmuseum (die dus niet wisten dat Bussemaker gesprekken met Frankrijk voerde) op 22 september de plannen ontvouwden om de Rembrandts naar Nederland te halen, klopte Frankrijk alsnog op de deur.

Vermaarde bankiersfamilie

De twee schilderijen van Rembrandt hangen naar verluidt nu nog aan de muur van een appartement in Parijs. Ze zijn in bezit van de Franse tak van de vermaarde familie Rothschild, die haar vermogen vooral met bankieren vergaarde.

De Rothschilds komen voort uit een Duits-Joodse bankiersfamilie. De wortels van de Rothschild-dynastie gaan terug tot 1798, toen de 21-jarige Nathan Mayer Rothschild uit Duitsland naar Engeland trok om daar een textielzaak te beginnen. Toen de exporten over Het Kanaal steeds moeilijker werden door de oorlogen die Napoleon voerde, zocht Nathan vanaf 1809 zijn heil in de financiële markten in Londen waar hij fortuin maakte. Binnen tien jaar had hij met zijn broers vestigingen in Parijs, Wenen, Napels en Frankfurt.

Het huis van Rothschild in Frankrijk is terug te herleiden tot het jaar 1812, toen James Mayer de Rothschild de Franse tak van het bankiershuis vestigde in Parijs. De tentakels van de Rothschilds reikten ver. De bank investeerde onder fors meer in de mijnbouwindustrie. Ook stond de familie bekend om haar goede wijnen.

Onder het socialistische bewind van de Franse president Mitterand werd de onderneming werd genationaliseerd. In 1987 kreeg de familie de bank terug. In 2003 volgde een fusie met de Britse tak van de investeringsbank. Nog altijd is de bank zeer invloedrijk.

Bron: Z24/ANP

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl