Volgend jaar gaat het zzp-pensioenfonds van start. De hoogste tijd, want zelfstandigen zijn op pensioengebied achtergesteld bij werknemers in loondienst, schrijft Paul van der Kwast.

Zelfstandigen zonder personeel kunnen zich vanaf 1 januari 2015 aansluiten bij een pensioenfonds dat via uitvoerder APG wordt opgezet. APG belegt onder meer geld van ABP, het pensioenfonds voor de overheid en het onderwijs, en verder van werknemers in de bouw en de schoonmaak- en glazenwassersector.

Natuurlijk konden zelfstandigen altijd al fiscaalvriendelijk pensioen opbouwen met een lijfrentepolis of, sinds 2008, een bancaire lijfrente (banksparen). Maar zo’n lijfrente heeft nadelen. Wat zijn de voordelen van het zzp-pensioenfonds?

1. Beleggen levert meer op

Verreweg het meest bepalend voor de hoogte van je pensioen is hoe het pensioengeld wordt geïnvesteerd. Het nieuwe zzp-pensioenfonds gaat net als andere pensioenfondsen het pensioengeld investeren in aandelen, obligaties en dergelijke. Dat is verstandiger dan wat de meeste zzp’ers nu doen.

Voor zover zij überhaupt pensioen opbouwen, zetten ze het geld op een bankspaarrekening waar het vrijwel niets oplevert. Zelfs de meest behoudende pensioendeskundige weet dat je moet beleggen om een beetje behoorlijk rendement te maken. Wie alles op een spaarrekening zet, moet tot wel twee keer zoveel geld opzij zetten om hetzelfde pensioen te krijgen als bij beleggen.

Onbegrijpelijk is dat sommige aanbieders van lijfrentes hun klanten juist steeds meer richting sparen duwen. Klanten van ABN Amro bijvoorbeeld kunnen sinds begin dit jaar niet langer beleggen voor hun pensioen. Zij zijn gedwongen met hun pensioengeld tegen een minimale rente te sparen.

2. Flexibele fiscale regels

De fiscale regels die gaan gelden voor het zzp-pensioenfonds zullen naar verwachting flexibeler zijn dan de regels die nu nog gelden voor lijfrentes. Als je nu vóór je AOW-leeftijd met pensioen wilt, moet je de lijfrente op zijn vroegst tot je 85e laten lopen. Je mag ‘m niet tot bijvoorbeeld je 75e laten lopen. Het zzp-pensioen heeft een minimale looptijd van tien jaar en kun je al vanaf je 60e opnemen.

Lees ook op Business Insider

Hopelijk krijgen deelnemers aan het zzp-pensioenfonds ook, zoals bij het werknemerspensioen, de mogelijkheid om met deeltijdpensioen te gaan. Veel zelfstandigen willen geleidelijk minder gaan werken en de teruglopende inkomsten compenseren met steeds meer pensioen.

Tenslotte lijkt het mij logisch dat je ook mag je variëren in de hoogte van de uitkeringen, dus bijvoorbeeld de eerste vijf jaar een hoger pensioen en de rest van je leven een lagere uitkering. Ook dit mag al wel bij een werknemerspensioen.

3. APG kan goedkoop werken

Pensioenuitvoerder APG gaat het zzp-pensioenfonds beheren. APG kan erg goedkoop werken, omdat het zo groot is (bijna 4,5 miljoen deelnemers). Uit onderzoek door de AFM (pdf) blijkt dat het effect van lage kosten aanzienlijk is. Deelnemers aan een duur pensioenfonds krijgen met dezelfde inleg tot wel een kwart minder pensioen dan deelnemers aan de fondsen met de laagste uitvoeringskosten (zoals het APG).

Een lijfrente lijkt ook goedkoop, maar dat valt tegen. Zo betaal je 150 tot meer dan 500 euro aan afsluitkosten en, bij sommige banken, in de pensioenfase ook maandelijkse uitkeringskosten. Maar vooral de rente valt tegen: op een uitkerende bankspaarrekening wordt doorgaans een half tot een heel procentpunt minder vergoed dan op een vergelijkbaar gewoon deposito. Dat scheelt zo vijf procent op het totale uitgekeerde pensioenkapitaal.

Zelfstandigen die voor 2008 een lijfrente hebben opgebouwd, moeten helemaal oppassen. Zij hebben vaak een woekerpolis met hoge en verborgen kosten.

4. Beroep op vermogen bij arbeidsongeschiktheid

Als je niet kunt werken wegens ziekte en je hebt géén peperdure arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) maar wel een lijfrente, heb je een probleem. Je mag namelijk niet aan het opgebouwde lijfrentekapitaal komen (op straffe van een belastingheffing van 72 procent).

Naar verwachting mag je vanaf volgend jaar wel ongestraft een beroep doen op je opgebouwde vermogen bij het zzp-pensioenfonds. Je betaalt dan natuurlijk wel inkomstenbelasting over de uitkeringen.

5. Pensioengeld opeten in bijstand

Nu nog moet je als je in de bijstand komt eerst je opgebouwde lijfrente ‘opeten’. Dat is niet alleen vervelend omdat je dan je pensioen kwijt bent, maar je betaalt bij het voortijdig opnemen van je opgebouwde lijfrentepensioen ook nog eens 72 procent belasting (zie boven).

Waarschijnlijk hoef je vanaf 2015 niet langer je pensioen op te eten alvorens voor bijstand in aanmerking te komen. Dat geldt voor het zzp-pensioen, maar zal vermoedelijk als ‘bijvangst’ ook voor bestaande lijfrenteregelingen gaan gelden.

Paul van der Kwast is financieel planner en journalist. Voor Z24 schrijft hij tweewekelijks een column over personal finance.

Lees ook

Je eigen huis als pensioenpot? Dit zijn de opties

7 manieren om hogere vermogensbelasting te vermijden

Waarom vastgoed kopen voor veel ondernemers niet slim is

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl