ANALYSE – Nu de belasting op grote vermogens vanaf 2017 omhoog dreigt te gaan, wordt het nog aantrekkelijker om geld in je bedrijf te houden. Bij spaargeld dat in je eigen bedrijf zit, betaal je namelijk belasting over het werkelijke rendement in plaats van over die nep-4 procent waar de Belastingdienst vanuit gaat.

Als IB-ondernemer (eenmanszaak, maatschap of vennootschap onder firma) betaal je over spaargeld dat in je bedrijf zit inkomstenbelasting in box 1. De echte rente wordt belast. Als je een spaartegoed hebt van 100.000 euro en je krijgt 0,8 procent aan rente, betaal je alleen over die 800 euro aan rente-inkomsten belasting.

Feitelijk betaal je over een nog lager bedrag belasting dankzij de mkb-winstvrijstelling van 14 procent. Daarom wordt slechts 86 procent van 800 euro ofwel 688 euro belast. Als je in de hoogste belastingschijf valt, betaal je dus 52 procent over 688 euro ofwel 358 euro. Afgerond betaal je 45 procent belasting over de rente-inkomsten.

Heb je eenzelfde bedrag op je spaarrekening in box 3 staan, dan betaal je 1,2 procent ofwel 1.200 euro aan belasting. Over de rente betaal je dan 150 procent belasting.

Zakelijk doel sparen

Er is wel een ‘maar’: de Belastingdienst vindt dat geld dat op de balans van je bedrijf staat en dat dus niet in box 3 wordt belast een zakelijk doel moet dienen. Hier komen we in grijs gebied, want wat is een zakelijk doel?

Als ondernemer weet je nooit hoe het loopt, dus het lijkt mij verdedigbaar om een aardige buffer in je bedrijf aan te houden voor als de zaken minder gaan. In de praktijk zal de fiscus ondernemers niet snel dwingen om geld van hun zakelijke spaarrekening over te hevelen naar hun privé-rekening. Ik heb verschillende klanten die meer dan één of zelfs twee ton op hun zakelijke spaarrekening hebben staan en die daar nog nooit iets over hebben gehoord.

Als dga (directeur-grootaandeelhouder) is het nog makkelijker om geld in je BV te houden. Je hoeft daar helemaal geen zakelijke reden voor te hebben. Bij bovengenoemd bedrag van 100 duizend euro en een spaarrente van 0,8 procent betaal je over het rendement 20 procent vennootschapsbelasting, dus 160 euro. Vervolgens heft de Belastingdienst nog eens 25 procent box 2-belasting als je het geld uit de BV haalt. In totaal ben je aan belasting dan slechts 320 euro kwijt, ofwel 40 procent over de werkelijke rente-inkomsten.

Beleggen in box 3 relatief goedkoop

Nu geldt voor beleggers het omgekeerde als wat voor spaarders geldt. Voor beleggers is juist de huidige belasting in box 3 helemaal niet hoog. In de meeste landen, zoals Duitsland, Frankrijk en de VS, wordt niet het vermogen op zich belast, zoals in Nederland, maar de vermogenswinst. Gemiddeld ligt het percentage er rond de 30 procent. Voor spaarders is dat in die landen gunstig, maar aandelenbeleggers zijn in Nederland beter af.

Historisch bezien bedroeg het rendement op aandelen gemiddeld ruim 8 procent per jaar. Stel dat de kosten één procent bedragen, dan resteert een rendement van 7 procent. De huidige vermogensrendementsheffing is bij zo’n rendement erg gunstig. Bij een heffing van 1,2 procent in box 3 bedraagt de belasting op de vermogenswinst maar 17 procent.

Zelfs bij een stijging van de vermogensrendementsheffing voor vermogens tussen de 100 duizend euro (na de vrijstelling) en de één miljoen euro naar 1,41 procent, zoals in de recente kabinetsplannen, is dat maar 20 procent. Minder dus dan de 30 procent die je in vergelijkbare landen betaalt.

Houd dus je spaargeld aan in je eenmanszaak of BV, dan wordt het lage werkelijke rendement belast in box 1 of box 2. En zet je risicovolle beleggingen in box 3, dan wordt het (hopelijk hoge) rendement belast tegen het relatief lage tarief in box 3.

Paul van der Kwast is financieel planner en lid van de Vereniging Onafhankelijke Financieel Planners.