Geld dat in 2008 op een vrije spaarrekening werd gezet is nu in reële termen tien procent minder waard. Wie zijn vermogen niet wil laten verdampen maar laten groeien, kan daarom toch maar beter beleggen, schrijft Paul van der Kwast.

Het aantal Nederlandse beleggers neemt voor het eerst in lange tijd toe, zo maakte Millward Brown, een marktonderzoeksbureau, vorige maand bekend. Er zijn nu 1,5 miljoen beleggers, wat betekent dat in 20 procent van de huishoudens wordt belegd.

Dat percentage komt ongeveer overeen met het belegde vermogen in aandelen, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Als je de huishoudens met een vermogen van meer dan een miljoen niet meetelt – die vertekenen het beeld – is 18 procent van het vrije vermogen belegd in aandelen en obligaties; maar liefst 82 procent staat op een spaarrekening.

Bizar weinig eigenlijk. En ook niet slim. De som van lage spaarrente, vermogensrendementsheffing en inflatie heeft ervoor gezorgd dat wie in 2008, het eerste crisisjaar, al zijn geld op een spaarrekening had gezet nu in reële termen 10 procent armer is. Maar hoewel er heel wat wordt geklaagd over de lage spaarrente, durven miljoenen mensen nog steeds niet te beleggen. Waarom niet? Ik denk dat de volgende zaken mensen afschrikken.

Koersobsessie

De media kijken alleen maar naar de beurskoersen en verslaan de koersontwikkelingen als een sportwedstrijd. Daardoor lijkt beleggen meer op gokken. Maar misschien wel de helft van het beleggingsresultaat bestaat uit cashrendement.

Met dividend behaalde je de afgelopen jaren met aandelen een hoger rendement dan met sparen (zie ook dit stuk van Z24’s Jeroen de Boer). De afgelopen jaren bedroeg de winstuitkering in contanten gemiddeld 3 procent. Obligaties leveren jaarlijks couponrente op. Momenteel is het niet veel, maar altijd nog beter dan de 1,2 procent die je op een spaarrekening krijgt.

Beleggen is moeilijk

Niet waar, er is niets ingewikkelds aan, als je je maar aan een paar basisprincipes houdt:

Lees ook op Business Insider

1. Hoe langer je het geld kunt missen, des te meer risico je kunt nemen en omgekeerd. Heb je het geld misschien over drie jaar nodig, koop dan voornamelijk obligaties. Beleg je voor ‘later’, koop dan meer aandelen.

2. Spreid je beleggingen. Beleg niet in losse Nederlandse aandelen, maar beleg wereldwijd in een breed gespreid beleggingsfonds of een indextracker. Met een tracker beleg je in een index van bijvoorbeeld de 600 grootste bedrijven van Europa of de 2.000 grootste bedrijven in de wereld. Voordeel boven een fonds is dat de kosten van een tracker heel laag zijn.

Ongeduld

Ongeduld is misschien wel de grootste bedreiging voor particuliere beleggers. Ongeduld is een karakterkwestie, maar ongeduld en onrust worden sterk gestimuleerd door banken en brokers. Je kunt overal online de koersen volgen en aan- en verkooporders doorgeven. Dat geeft je ook nog eens een misplaatst gevoel van ‘in control’ zijn en zet aan tot veelvuldig handelen. Terwijl vorige maand door onderzoek van de Universiteit van Maastricht weer eens werd bewezen dat veel handelen de hoofdoorzaak is van het slechte rendement dat veel particuliere beleggers boeken.

De feiten

Tenslotte de feiten. We lezen voortdurend over slechte beleggingsresultaten bij pensioenfondsen. Maar het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) behaalde de afgelopen 20 jaar met zijn beleggingen in voornamelijk obligaties, aandelen en vastgoed (in die volgorde) een gemiddeld jaarrendement van ruim 7 procent.

En de crisis dan?

Zelfs als je op het slechtste punt was begonnen met beleggen, namelijk op de dag dat Lehman Brothers in 2008 omviel en de kredietcrisis begon, was je bezit nu ongeveer 50 procent meer waard geweest. Na aftrek van de inflatie en vermogensrendementsheffing blijft een winst van ongeveer 30 procent over. Dat geldt voor een zogeheten ‘neutrale’ portefeuille (de helft in aandelen, de helft in obligaties), bijvoorbeeld het SNS Euro Mixfonds of 50/50 in een aandelen- en een obligatietracker.

Was je op het dieptepunt van de beurscrisis ingestapt, in maart 2009, dan had je zelfs 80 procent winst gemaakt. Misschien stort de wereldeconomie in en wordt de hele wereld permanent armer. Maar als je dat niet verwacht, is er geen enkele reden om je koopkracht te laten uithollen op een spaarrekening.

Paul van der Kwast is financieel planner en journalist. Voor Z24 schrijft hij tweewekelijks een column over personal finance.

Lees ook

Lage spaarrente, lage hypotheekrente: wanneer heeft aflossen zin?

Beleggen in de wereldindex: wat is goedkoop?

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl