Het klinkt leuk: met belastingvoordeel sparen of beleggen voor je pensioen. Maar banksparen voor je pensioen heeft ook nadelen. En die nadelen worden steeds groter. Veel ondernemers bouwen pensioen op via banksparen. De overheid stimuleert de pensioenopbouw, doordat je de inleg op je bankspaarrekening mag aftrekken van je inkomen en zo minder inkomstenbelasting betaalt. Pas als je met pensioen bent en je maandelijks een uitkering vanuit je bankspaarrekening krijgt, betaal je inkomstenbelasting. Een belangrijk voordeel van deze constructie is dat de belastingtarieven voor gepensioneerden lager zijn dan voor mensen die nog geen AOW krijgen. In de eerste schijf betaal je als AOW’er maar 19 procent en in de tweede schijf 24 procent; bij niet-AOW’ers is dat respectievelijk 37 en 42 procent. Dus je trekt de premie af tegen een hoog belastingtarief en betaalt pas belasting als je in de lagere schijf voor AOW’ers valt. So far so good. Maar: het belastingvoordeel voor gepensioneerden slinkt. Dat wil zeggen, ouderen gaan in de tweede schijf, die geldt voor het inkomen tussen de bijna 20.000 euro en 33.500 euro, elk jaar een beetje meer belasting betalen. Deze maatregel, de 'houdbaarheidsbijdrage', is in 2011 ingevoerd om de stijgende AOW-uitgaven te kunnen betalen. In 2032 is het tariefsverschil tussen de twee leeftijdsgroepen in de tweede schijf helemaal verdwenen en betaal je alleen onder de 20.000 euro als gepensioneerde nog een lager tarief - voor zolang het duurt. Zoals vaak worden ook bij deze maatregel (in 2011) bestaande gevallen ontzien, dus mensen die nu 67 en ouder zijn, merken niets van deze sluipende belastingverhoging in de tweede schijf. Nu is 2032 nog ver weg, maar op den duur gaat iedereen onder de 67 als gepensioneerde meer belasting betalen. Dit scheelt tot 200 euro per maand aan netto pensioen, ofwel een kleine 50.000 euro gedurende je hele pensioenperiode. Fiscaal voordeel verwaarloosbaar Bij banksparen zet je nu geld opzij waar je pas na je pensionering aan mag komen – een bankspaarrekening is namelijk een geblokkeerde rekening. Het belastingvoordeel dat je denkt te behalen vanwege de lagere belastingtarieven voor gepensioneerden, is dus tegen de tijd dat je met pensioen gaat grotendeels verdwenen. Alleen voor het inkomensdeel tussen de 13.000 euro (het AOW-bedrag voor alleenstaanden) en de 20.000 euro levert banksparen dus nog een fiscaal voordeel van maximaal 130 euro per maand op. Tegenover dit sterk afgenomen voordeel staan nadelen: je mag voor je AOW krijgt niet aan het geld komen; verder moet je je ook als je met pensioen bent, houden aan de strenge fiscale regels die voor banksparen gelden. Zo moet je het geld minimaal 5 jaar lang maandelijks aan jezelf uitkeren; als het gaat om meer dan 21.000 euro aan aanvullend pensioen per jaar moet dat zelfs in minimaal 20 jaar. Ander nadeel is dat als je gaat uitkeren je de rente moet vastzetten voor de hele uitkerende periode. Tot die tijd mag je zelf bepalen hoe je je geld belegt of spaart. Als de rente op het moment dat je met pensioen gaat hoog staat, krijg je een relatief hoog pensioen. Maar het omgekeerde geldt ook. Dus als de rente relatief laag staat als jij met pensioen gaat, krijg je minder pensioen dan waarop je had gerekend. Baas van eigen geld Al deze nadelen heb je niet als je ‘gewoon’ belegt en spaart, dus zonder deze fiscale regels. Je bepaalt dan helemaal zelf wat je met het geld doet en hoeveel je in welk jaar opneemt. Er zijn maar twee nadelen. Ten eerste telt dit spaar- en beleggingsgeld als vermogen en wordt het belast in Box 3. Je betaalt jaarlijks 1,2 procent vermogensbelasting. Over geld op een bankspaarrekening betaal je geen vermogensbelasting. Ten tweede moet je de discipline hebben om dit geld niet voortijdig op te nemen en het gefaseerd op te nemen als je met pensioen bent. Het eerste nadeel kun je compenseren doordat je zowel voor als na je pensionering alle vrijheid hebt om te beleggen. Met beleggen kun je meer rendement behalen dan wanneer je je aan de starre regels van banksparen moet houden. Het tweede is een kwestie van zelfbeheersing. Alleen wie voor wie denkt dat hij uiteindelijk moeilijk van zijn centen af kan blijven, lijkt banksparen een goed idee.

Banksparen voor je pensioen was een van de manieren waarop zelfstandig ondernemers en anderen die niet zijn aangesloten bij een pensioenfonds voor hun oude dag konden sparen. Foto ANP

Het klinkt leuk: met belastingvoordeel sparen of beleggen voor je pensioen. Maar banksparen voor je pensioen heeft ook nadelen. En die nadelen worden steeds groter.

Veel ondernemers bouwen pensioen op via banksparen. De overheid stimuleert de pensioenopbouw, doordat je de inleg op je bankspaarrekening mag aftrekken van je inkomen en zo minder inkomstenbelasting betaalt. Pas als je met pensioen bent en je maandelijks een uitkering vanuit je bankspaarrekening krijgt, betaal je inkomstenbelasting.

Een belangrijk voordeel van deze constructie is dat de belastingtarieven voor gepensioneerden lager zijn dan voor mensen die nog geen AOW krijgen.

In de eerste schijf betaal je als AOW’er maar 19 procent en in de tweede schijf 24 procent; bij niet-AOW’ers is dat respectievelijk 37 en 42 procent. Dus je trekt de premie af tegen een hoog belastingtarief en betaalt pas belasting als je in de lagere schijf voor AOW’ers valt. So far so good. Maar: het belastingvoordeel voor gepensioneerden slinkt. Dat wil zeggen, ouderen gaan in de tweede schijf, die geldt voor het inkomen tussen de bijna 20.000 euro en 33.500 euro, elk jaar een beetje meer belasting betalen.

Deze maatregel, de ‘houdbaarheidsbijdrage’, is in 2011 ingevoerd om de stijgende AOW-uitgaven te kunnen betalen. In 2032 is het tariefsverschil tussen de twee leeftijdsgroepen in de tweede schijf helemaal verdwenen en betaal je alleen onder de 20.000 euro als gepensioneerde nog een lager tarief – voor zolang het duurt.

Zoals vaak worden ook bij deze maatregel (in 2011) bestaande gevallen ontzien, dus mensen die nu 67 en ouder zijn, merken niets van deze sluipende belastingverhoging in de tweede schijf.

Nu is 2032 nog ver weg, maar op den duur gaat iedereen onder de 67 als gepensioneerde meer belasting betalen. Dit scheelt tot 200 euro per maand aan netto pensioen, ofwel een kleine 50.000 euro gedurende je hele pensioenperiode.

Fiscaal voordeel verwaarloosbaar

Bij banksparen zet je nu geld opzij waar je pas na je pensionering aan mag komen – een bankspaarrekening is namelijk een geblokkeerde rekening. Het belastingvoordeel dat je denkt te behalen vanwege de lagere belastingtarieven voor gepensioneerden, is dus tegen de tijd dat je met pensioen gaat grotendeels verdwenen. Alleen voor het inkomensdeel tussen de 13.000 euro (het AOW-bedrag voor alleenstaanden) en de 20.000 euro levert banksparen dus nog een fiscaal voordeel van maximaal 130 euro per maand op.

Tegenover dit sterk afgenomen voordeel staan nadelen: je mag voor je AOW krijgt niet aan het geld komen; verder moet je je ook als je met pensioen bent, houden aan de strenge fiscale regels die voor banksparen gelden. Zo moet je het geld minimaal 5 jaar lang maandelijks aan jezelf uitkeren; als het gaat om meer dan 21.000 euro aan aanvullend pensioen per jaar moet dat zelfs in minimaal 20 jaar.

Ander nadeel is dat als je gaat uitkeren je de rente moet vastzetten voor de hele uitkerende periode. Tot die tijd mag je zelf bepalen hoe je je geld belegt of spaart. Als de rente op het moment dat je met pensioen gaat hoog staat, krijg je een relatief hoog pensioen. Maar het omgekeerde geldt ook. Dus als de rente relatief laag staat als jij met pensioen gaat, krijg je minder pensioen dan waarop je had gerekend.

Baas van eigen geld

Al deze nadelen heb je niet als je ‘gewoon’ belegt en spaart, dus zonder deze fiscale regels. Je bepaalt dan helemaal zelf wat je met het geld doet en hoeveel je in welk jaar opneemt. Er zijn maar twee nadelen. Ten eerste telt dit spaar- en beleggingsgeld als vermogen en wordt het belast in Box 3. Je betaalt jaarlijks 1,2 procent vermogensbelasting. Over geld op een bankspaarrekening betaal je geen vermogensbelasting. Ten tweede moet je de discipline hebben om dit geld niet voortijdig op te nemen en het gefaseerd op te nemen als je met pensioen bent.

Het eerste nadeel kun je compenseren doordat je zowel voor als na je pensionering alle vrijheid hebt om te beleggen. Met beleggen kun je meer rendement behalen dan wanneer je je aan de starre regels van banksparen moet houden. Het tweede is een kwestie van zelfbeheersing. Alleen wie voor wie denkt dat hij uiteindelijk moeilijk van zijn centen af kan blijven, lijkt banksparen een goed idee.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl