Tussen twee colleges door even een paar klanten telefonisch te woord staan. Voor talloze studenten aan hogescholen en universiteiten is dat realiteit.

Al voordat ze hun diploma hebben, zijn ze entrepreneur. Maar hoe combineer je het ondernemerschap met collegebanken? “Ik moet nú mijn scriptie afronden, want dan kan ik vol gas doorstomen.”

Internationaal gezien zijn in Nederland studerende studenten ondernemend. De Erasmus Universiteit doet om het jaar onderzoek naar ondernemerschap onder studenten.

Uit de laatste peiling (2013) blijkt dat drie procent van de Nederlandse studenten behalve studiepunten ook een urenadministratie bijhoudt. Internationaal is dat twee procent.

Mannelijke studenten ondernemen meer dan vrouwen

Mannelijke studenten zijn eerder geneigd te ondernemen dan vrouwelijke studenten. 63 procent van de studentondernemers is man, 37 procent is vrouw. Studenten die een management- of een businessopleiding volgen, hebben vaker de ambitie om te gaan ondernemen dan studenten in andere richtingen. Ook is het aandeel studentondernemers op hogescholen aanzienlijk hoger dan op universiteiten.

Ferna Jalink is coördinator van Startpunt, het platform voor studentondernemers van de Zwolse Hogeschool Windesheim. Ze ziet het aantal studenten met ondernemende ambities op haar spreekuur de laatste tijd toenemen. Een paar jaar geleden leidde drie procent van de studenten op Windesheim een onderneming. “Voor de helft was het toen een optie om tijdens of vlak na de studie voor zichzelf te beginnen. Dus de mindset is heel ondernemend.”

Studentondernemers moeten hun studie combineren met hun bedrijf. Omdat scholen en universiteiten er (financieel) belang bij hebben dat studenten hun studie niet laten versloffen, bieden ze vaak speciale regelingen voor deze groep. “Windesheim heeft er natuurlijk belang bij dat studenten hun studie goed afmaken”, aldus Jalink. “Het zou zonde zijn als je drie jaar in een student investeert en hij daarna stopt omdat het bedrijf zo goed loopt.”

Jalink kent geen harde cijfers, maar benadrukt dat Windesheim alert is op veranderingen op de arbeidsmarkt. Op Windesheim maken, net als op veel hbo-opleidingen, ondernemersvaardigheden deel uit van het curriculum.  “Wie gaat er tegenwoordig nog in loondienst na het afronden van de studie? Ik denk dat het half om half is, dus ook de school neemt daar zeker verantwoordelijkheid in.”

Ook Den Haag is zich bewust van die trend. Daarom stimuleert de regering initiatieven waarmee ‘studenten hun studie kunnen combineren met de opbouw van een succesvol bedrijf’. Op een website biedt de overheid studentondernemers (in spe) een handig overzicht met regelingen. ‘Ambitieuze studentondernemers’ worden zelfs opgeroepen deel te nemen aan wedstrijden ‘die worden georganiseerd of ondersteund door de overheid’.

Afstuderen binnen eigen bedrijf

Bovendien vindt de overheid dat het voor studenten mogelijk moet zijn om af te studeren binnen hun eigen bedrijf. Dat dit nog niet heel gebruikelijk is, weet de 18-jarige Marijn Kortstra. De Eindhovenaar volgt de mbo-opleiding ICT Beheer op niveau 4 en runt een bedrijf in webdesign, webdevelopment en webhosting. “Ze hebben een uitzondering voor me gemaakt. Ik mag stage lopen binnen mijn eigen bedrijf.”

Hoewel Marijn studeert en onderneemt, verschilt hij op een belangrijk punt van veel andere studentondernemers: hij richtte zijn bedrijf op voordat hij aan zijn studie begon. Toen hij op zijn dertiende de Kamer van Koophandel belde om zich in te schrijven, kreeg hij nul op het rekest. “Toen ik vijftien was, belde ik nog een keer. Toen mocht het wel op voorwaarde dat ook mijn ouders zouden tekenen.”

Zijn inschrijving zorgde voor verwarring bij de KvK-adviseur, vertelt hij met gevoel voor humor. “Ze dachten dat ik met mijn vader meekwam, maar het was andersom. En toen de champagne werd ontkurkt, heb ik die maar even overgeslagen.” Inmiddels is hij drie jaar verder, loopt zijn bedrijf goed, heeft hij zijn studie bijna afgerond en mag hij wel aan de vrijdagmiddagborrel.

Marijn, die momenteel vier dagen per week stage loopt één dag per week naar school gaat, grijpt de kans om stage te lopen binnen zijn eigen bedrijf met beide handen aan. Al leidt het soms tot hectische periodes, veel problemen levert de combinatie van studeren en werken hem niet op. Daar heeft hij een duidelijke verklaring voor. “Ik werk volgens de methode Getting Things Done van David Allen. Dat heeft veel dingen makkelijker gemaakt.”

Aan het begin van een werk- en studieweek legt hij zijn twee agenda’s naast elkaar om ervoor te zorgen dat zijn studie- en werkgerelateerde activiteiten elkaar niet overlappen. Naast een gestructureerde planning adviseert hij studentondernemers hun klanten in te lichten over het dubbelleven dat ze leiden. “Als ik klanten vertel dat ik ook studeer, krijg ik vaak leuke reacties. En ze hebben er eerder begrip voor als ik een keer een deadline niet haal omdat ik voor school aan de slag moet.”

Hij adviseert studentondernemers ‘veel contact te zoeken met andere jonge ondernemers’. Dat sparren heeft volgens hem een leuk bij-effect. “Jonge ondernemers zijn sneller geneigd om elkaar opdrachten te gunnen.” Ook Ferna Jalink van het Zwolse Startpunt adviseert om zo veel mogelijk te sparren. “Vaak weet je niet wat je niet weet, terwijl er nog veel bruikbare tips liggen.” Studenten die twijfelen, moeten volgens Marijn gewoon beginnen. “Doe het en kijk hoe het loopt.”

Evenementen en borrels

Voor Rotterdammer Bouwy van Sambeek (26) kwam de ambitie om serieus te gaan ondernemen toen hij met zijn masteropleiding Management of Technology aan de TU Delft bezig was. Tijdens zijn bacheloropleiding was hij ‘lekker aan het hockeyen’. “Tegelijk met die master ben ik ook een minor Entrepeneurship gaan volgen. Toen merkte ik dat ik veel energie kreeg van evenementen en borrels.”

Inmiddels is Bouwy eigenaar van de bv JackSavior, een bedrijf dat met nieuwe technologie de levensduur van koptelefoons wil verlengen. “Tijdens mijn bacheloropleiding kreeg ik het idee voor een headset-brug. Ik zag dat dat ding hopeloos was verouderd, maar ben er toen nog niet ondernemend achteraan gegaan.” Dat deed hij wel toen hij aan een vak voor de minor Entrepeneurship begon. “Ik kwam er achter dat Samsung door dit probleem in één jaar 18 miljoen euro garantiekosten heeft gehad.”

Zijn studie mag dan wel het vliegwiel voor zijn onderneming zijn geweest, de combinatie valt hem zwaar. “Ik ben nu een jaar bezig met mijn scriptie en heb nu tien bladzijden. Dat betekent eigenlijk dat het niet te doen is.” De scriptie is een blok aan zijn been, toch voelt hij ‘aan zijn water dat hij het nu moet afmaken’. “Als ik nu stop, heb ik een bachelor Werktuigbouwkunde, maar verder geen titels.”

Hij erkent dat als zijn bedrijf een succes wordt die titels misschien niet eens nodig zijn.  Toch wil hij graag ir. voor zijn naam kunnen zetten.  Zijn studie onderbreken om verder te gaan als zijn bedrijf in rustiger vaarwater is beland, vindt hij geen optie. “Daar geloof ik niet in. Dus ik moet nú mijn scriptie afronden, want dan kan ik vol gas doorstomen.” Daarom heeft hij afspraken met zichzelf gemaakt. “Twee dagen per week aan de scriptie. Maar het gaat nog steeds niet heel rap, want er komt iedere keer iets tussen.”

Als scriptie had Bouwy graag een marketingplan voor zijn eigen bedrijf geschreven. “Daar deden ze een beetje moeilijk over bij de TU Delft. Want het moet hoog generaliseerbaar zijn.” Nu schrijft hij alsnog een marketingplan, maar dan voor een bedrijf dat is gelieerd aan de Delftse universiteit. “In mijn afstudeercommissie zitten ook aandeelhouders van dat bedrijf.”

Inmiddels heeft Bouwy met zijn startup de nodige prijzen in de wacht gesleept. Eén daarvan is de Rough Diamond Award van het high tech-ondernemerscentrum Yes!Delft, die hij won door voor het vak Ready to Startup een businessplan te schrijven. “Ik ben officieel niet ingeschreven bij Yes!Delft”, aldus Bouwy. “Dat mag alleen als je bent afgestudeerd.” Toch is hij kind aan huis bij het centrum. “Ik heb een pasje en doe mee aan masterclasses die ze daar geven.”

De druk op Bouwy om zowel zijn studie als zijn onderneming voort te zetten, wordt vergroot omdat hij inmiddels patent heeft aangevraagd. “Dan moet je na een jaar nogmaals investeren”, legt hij uit. Achteraf denkt hij dat het daarom misschien goed was geweest om iets langer te wachten met zijn patentaanvraag. Toch vermoedt hij dat iedere startup last heeft van tijddruk, zeker als de time-to-market is bepaald. “Maar wie een start-up zonder tijdsdruk heeft, kan beter eerst stoppen om de studie af te maken”, adviseert hij.

Deadlines stellen heeft niet veel zin, weet Bouwy uit ervaring. “Als ik ergens een aanbod krijg om geld binnen te halen, moet ik er als een malle achteraan. Want ik heb dat geld gewoon nodig. Als ik dan een deadline voor mijn scriptie heb, ga ik die niet halen.” In plaats van deadlines stellen blokkeert hij momenten in zijn agenda. “Ik weet nog niet of dat de beste manier is, maar ik heb het idee dat het werkt.”

Bouwy wil dit jaar afstuderen. Niet zozeer omdat het wel eens een dure grap kan worden als hij niet binnen tien jaar afstudeert. Vooral omdat zijn handen jeuken. “Hoe eerder je je studie hebt afgerond, hoe eerder je kunt ondernemen en hoe leuker het is.”