De Nationale ombudsman velt een snoeihard oordeel over oud-staatssecretaris van Financiën Frans Weekers. Die heeft bij zijn aanpak van de Bulgarenfraude een jaar geleden veel verkeerd gedaan.

Dat blijkt donderdag uit een rapport van de ombudsman.

Weekers wilde onder druk van de Tweede Kamer de Bulgarenfraude hard aanpakken, maar deed dat op zo’n manier dat veel goedwillende ontvangers van toeslagen van de Belastingdienst de dupe werden. Weekers trad om die reden af in een Kamerdebat eind januari van dit jaar.

Hij werd opgevolgd door Eric Wiebes, die bijna een miljoen euro terughaalde van de Bulgarenfraude. De resterende 3 miljoen euro zijn waarschijnlijk voorgoed verdwenen.

Waarnemend ombudsman Frank van Dooren heeft Weekers’ aanpak van de Bulgarenfraude onder de loep genomen en oordeelt hard. “De ombudsman kan niet anders concluderen dan dat de staatssecretaris deze operatie zwaar heeft onderschat.”

Risico bij de burger

Weekers besloot in 2013 dat mensen die toeslagen kregen van de fiscus daarvoor nog maar één bankrekeningnummer mochten gebruiken. De Belastingdienst koos daarop voor een rigoureuze aanpak die er toe leidde dat 2 weken na de ingangsdatum de betalingen aan 177.000 burgers en ondernemers werden opgeschort. Veel burgers kwamen daardoor snel financieel in de problemen.

De ombudsman vindt het opmerkelijk dat Weekers de invoeringsperiode drastisch inkortte en daarmee zijn eigen Belastingdienst weinig tijd gaf om de ingrijpende maatregel zorgvuldig in te voeren. Het risico en de schadelijke gevolgen kwamen daardoor ten onrechte bij de burger te liggen.

Goeden hebben geleden onder kwaden

Het optreden van de fiscus, aangestuurd door Weekers, is daarmee volgens de ombudsman "in strijd met het vereiste van goede organisatie" en "niet behoorlijk" geweest. Hierdoor hebben de goeden geleden onder de kwaden. De ombudsman is tevreden met de maatregelen die de nieuwe staatssecretaris Eric Wiebes inmiddels heeft genomen of aangekondigd.

De Belastingdienst laat in een reactie weten de problemen die zijn ontstaan door de 'één-bankrekeningnummer-maatregel' te betreuren. De les die de fiscus er uit heeft getrokken is dat voor dergelijke zaken een langere overgangsperiode nodig is.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl