Luister hieronder naar de audioversie van dit artikel


0:00
4:7
  • De vrije val van de Russische roebel toont dat westerse sancties wel degelijk hard aankomen in Rusland.
  • Ook op andere manieren werken de effecten van de oorlog in Oekraïne door op de valutamarkt, mede door de torenhoge olieprijs.
  • Energie-exporteurs zoals Noorwegen en Canada zien hun munten in waarde stijgen, signaleert valuta-expert Joost Derks van iBanFirst.

ANALYSE- In april 2020 stonden er in Nederland enorme rijen toen IKEA haar vestigingen na de eerste coronalockdown weer opende. Dat is echter kinderspel bij de drukte voor de deuren van Russische winkels. Het grote verschil is dat deze IKEA-vestigingen niet voor het eerst weer open gingen, maar juist de deuren sluiten.

Net als heel veel andere ondernemingen trekt het Zweedse meubelconcern zich terug uit Rusland. Hierdoor krijgt de bevolking van dat land steeds minder te kiezen.

Ook op andere manieren laat de invasie van Oekraïne zich heel hard voelen in het dagelijks leven in Rusland. Zelfs als westerse goederen het land zoals gebruikelijk instroomden, zou het voor de Russische bevolking toch heel moeilijk zijn om ze te kopen.

De roebel is voor het eerst in de historie namelijk gedaald tot minder dan een eurocent. Sinds de invasie van Oekraïne heeft de Russische munt een kwart van zijn waarde verloren. Over de afgelopen vijf jaar komt dat verlies zelfs op 50 procent.

De Russische centrale bank heeft extreme maatregelen genomen om de koersdaling te stoppen. De rente werd bijvoorbeeld verhoogd van 9,5 naar 20 procent en buitenlandse partijen mogen niet langer aandelen en obligaties verkopen op beurzen in Rusland.

Die maatregelen halen weinig uit: de vrije val van de roebel is een duidelijk signaal dat de rest van de wereld Rusland steeds meer in een economische houdgreep krijgt.

Noorse Kroon en Canadese dollar

Behalve via een scherpe daling van de roebel werkt de oorlog ook op andere manieren door in de valutamarkt. Dat gebeurt onder meer via een scherpe stijging van de olieprijs.

Een vat Brent-olie kost inmiddels bijna 130 dollar. Eind vorig jaar lag die prijs onder de 70 dollar. Die stijging wordt veroorzaak door de harde sancties en doordat veel westerse energiebedrijven zich terugtrekken van de Russische markt.

In sommige gevallen doet dat behoorlijk pijn. Het Britse BP moet bijvoorbeeld een miljardenverlies slikken op de verkoop van een belang in het Russische Rosneft. Ook het Franse TotalEnergies staat onder grote politieke druk om het land – waarin het miljarden heeft geïnvesteerd - eveneens de rug toe te keren. Dat verklaart waarom de aandelen van deze energiebedrijven ondanks de snel oplopende olieprijs sinds de start van de oorlog toch gedaald zijn.

Olie-exporterende landen hebben daar geen last van. Landen zoals Noorwegen en Canada kunnen hogere olie-inkomsten tegemoet zien, zolang er voor Rusland een veel kleinere rol is weggelegd op de wereldwijde oliemarkt.

De Noorse kroon is sinds het uitbreken van de oorlog met 3 procent gestegen en voor de Canadese dollar komt die winst op 2 procent.

Veilige havens: dollar, yen en Zwitserse frank

Naarmate duidelijk werd dat de oorlog niet snel voorbij zou zijn en dat de westerse sancties zeer zwaar werden, nam de onzekerheid op financiële markten toe. Dat wordt weerspiegeld in een opmars van valuta die een status  hebben van veilige haven in onzekere tijden.

Ten opzichte van de euro zijn de dollar, yen en Zwitserse frank afgelopen week met 2 procent opgelopen. Aan de andere kant staan de koersen van veel Oost-Europese valuta juist behoorlijk onder druk.

De Tsjechische kroon daalde met ruim 3 procent, de Poolse zloty ging met 5 procent onderuit en voor de Hongaarse florint kwam de schade zelfs op meer dan 6 procent uit. Die dalingen zijn overigens geen aanwijzing dat valutahandelaren vrezen dat de strijd zich uitbreidt naar Oost-Europa.

Landen in deze regio doen relatief veel zaken met Rusland en worden dus indirect hard geraakt door de sancties. Zolang de maatregelen steeds strenger worden, is de kans groot dat de druk op deze munten aanhoudt terwijl olievaluta’s nog meer terrein kunnen winnen.

Joost Derks is valutaspecialist bij iBanFirst. Hij heeft ruim twintig jaar ervaring in de valutawereld.