Opvallend nieuws: twee trekkerbouwers hebben recent aangekondigd dat er straks drones in de lucht vliegen met de naam van een bekend trekkermerk. De drone als marketinginstrument, of zit er meer achter?

Eerst kondigde tractorbouwer CNH – het moederbedrijf van Case IH en New Holland – aan dat het een drone op de markt brengt. Nu doet ook landbouwmachinefabrikant Agco – bekend van Massey Ferguson, Fendt en Valtra – een duit in het zakje, schrijft Boerenbusiness.nl.

Drones hebben iets magisch. Op hoge snelheid brengen ze beelden naar je toe die voorheen onmogelijk te verkrijgen waren voor een leek. Leuk voor de aanwas op Youtube, maar ook de agrarische sector ziet grote kansen. Zo kunnen drones worden ingezet voor gewasinspectie, voor het bespuiten van gewassen met beschermingsmiddelen, voor het opsporen van onkruid of ziektes, of als vliegende zaaimachine.

Net als ieder stuk technologie kennen drones ook tegenstanders. Die verschuilen zich achter de veiligheid, in een dik bevolkt land als Nederland een zeer goede zaak. Er hoeft maar één serieus ongeluk te gebeuren en het is over en uit.

Twee verschillende aanpakken

CNH en Agco weten beide het nieuws te halen door aan te kondigen zelf met een drone te komen. De aanpak verschilt echter enorm. Simpel gezegd kiest CNH voor hightech en Agco voor lowtech. Beide betrekken een dronespecialist bij de zaak.

CNH gaat in zee met het Amerikaanse Precision Hawk, dat zich specialiseert in de agrarische sector. Agco doet dat met 3D Robotics, die zich focussen op de consument. Met hun Solo-quadcopter gaan ze de strijd aan met DJI’s Phantom en de Horizon Hobby Blade 350QX. (Bekende namen voor een dronefanaat).

Ondersteuning van dealers

Het Lancaster toestel van Precison Hawk is het professioneelst. CNH is van plan hem via hun eigen dealernetwerk wereldwijd in de markt te gaan zetten. Ook in Nederland. Het New Holland, Case IH of Steyr dealerbedrijf moet ze gaan verkopen. Voor een slordige 30.000 euro heb je er een.

Lees ook op Business Insider

Een goede ondersteuning is noodzakelijk. Sommige dealers hebben al moeite met GPS techniek, laat staan drones. Wie zit daar op te wachten? Voor de vertaling van de beelden werkt CNH samen met verschillende universiteiten over heel de wereld, waaronder één in Nederland. Het vertalen van de beelden met behulp van software is een grote uitdaging, net als het omzetten van de verzamelde data in iets nuttigs.

Instapmodel van Agco

Agco gaat voor een flink goedkopere consumentendrone. Die is specifiek bedoeld om foto’s en film mee te maken met behulp van een Gopro-actiecamera. Andere filter erop en je hebt een camera waarmee je in het donker kunt filmen. Met de drone kun je op een volle batterij zo’n 20 minuten vliegen, genoeg om de gewassen in de gaten te houden en bruikbare data op te halen.

Het voordeel van de Agco-drone is de prijs. 3D Robotics biedt het instapmodel aan voor 1.000 dolar. De ‘Agco-edition’ komt met twee camera’s en verwerkingssoftware die draait op een cloud-account. Dat brengt een nog onbekend prijskaartje met zich mee, maar verwacht geen tienduizenden euro’s. In tegenstelling tot CNH begint Agco met een lancering louter in de Verenigde Staten.

Steile leercurve

Wellicht dat Agco met de goedkope drone aan kan tonen dat betrouwbare techniek niet veel geld hoeft te kosten. Bovendien kun je er altijd nog machines mee gaan filmen mocht het niks worden. Maar, het geheel heeft toch wel een marketingsausje. Er zitten nog te veel open plekken in het verhaal.

De huidige dronetechniek is er één van vallen en opstaan. Een steile leercurve want nog veel moet worden onderzocht. Data verzamelen is vaak niet het probleem, de interpretatie en vervolgstappen wel. Dat heeft tijd nodig. De ideeën die bij CNH en Agco heersen zijn goed, maar de vraag is hoe ver ze hun tijd vooruit zijn. Naar je dealer stappen voor een drone is voorlopig nog kijken in de toekomst.

Lees ook op Boerenbusiness.nl

Koester zeker die oldtimer achter in de schuur

Dit is waarom het aantal weidevogels in Nederland daalt

Waar lopen in Nederland de meeste ezels rond?

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl