Luchtvaartbedrijven kijken al jaren naar manieren om hun brandstofverbruik
terug te dringen. Maar sinds de olie door de 100 dollar-grens is gegaan,
wordt de noodzaak tot besparen nijpender.

De pijn van de hoge brandstofprijzen wordt nadrukkelijk gevoeld door de
vliegmaatschappijen, omdat kerosine hun belangrijkste kostenpost is. Ging
vijf jaar geleden nog 14 procent van de prijs van een ticket naar brandstof,
dit jaar is dat gestegen tot 34 procent, zo meldt de International Air
Transport Association (IATA).

Als de prijzen op dit niveau blijven, zullen luchtvaartmaatschappijen
het komende jaar 176 miljard dollar uitgeven aan brandstof. Dat is vier keer
meer dan in 2003.

Voor de vliegmaatschappijen betekent elke stijging van de olieprijs een enorme
kostenverzwaring. Ga maar na, om een Boeing 737 vol te tanken heb je 26
duizend liter kerosine nodig, in een 747 gaat wel 216 duizend liter.

Luchtvaartmaatschappijen proberen deze extra kosten op te vangen door middel
van brandstoftoeslagen. Of door andere manieren van inkomsten te vinden,
zoals het laten betalen voor koffers of maaltijden aan boord. Maar de
prijzen kunnen niet onverminderd stijgen, op een gegeven moment blijven de
passagiers thuis.

Nu moeten luchtvaartmaatschappijen op zoek naar andere manieren om
brandstof te besparen. Wat kunnen automobilisten hiervan leren?

Vorige week kondigde Martinair al aan te gaan onderzoeken wat langzamer
vliegen betekent voor het brandstofverbruik. Bijvoorbeeld ‘slechts’ 870
kilometer per uur in plaats van 900. Hoeveel brandstof de maatschappij
hiermee denkt te besparen is nog onduidelijk.

Lees ook op Business Insider

Bij auto’s is dit te vergelijken met het nieuwe rijden. Oftewel, vroeg
schakelen, de auto op de juiste momenten laten uitrollen en 80 kilometer per
uur rijden in zijn vijf. Hiermee is op jaarbasis zo’n 4,5 procent aan
brandstof te besparen.

Voor zowel vliegtuigen als auto’s geldt: hoe lichter des te beter. Het blad
Aviation and the environment becijferde dat een vliegtuig 0,03 kilo olie
verbrandt per kilo per uur. De hele commerciële vloot vliegt bij elkaar
opgeteld 57 miljoen uur per jaar. Bij een vermindering van een kilo per
vlucht, levert dat een totale besparing op van 1700 ton brandstof per jaar.

Daarom zijn luchtvaartmaatschappijen hard op zoek naar manieren om
kilo’s te besparen. Zo ruilde Delta haar stoelen al in voor 8,5 kilo
lichtere exemplaren. En collega Northwest gebruikt tegenwoordig een kwart
minder water voor het doorspoelen van de wc’s.

Ook in de auto telt elke kilo. Per vijftig kilo extra massa gebruik je 3,3
procent meer benzine of 2,5 procent meer diesel, zo berekende TNO. Dus weg
met het zware stratenboek, dat je toch niet meer gebruikt omdat je allang
een Tomtom hebt. Haal meteen ook die reserveband en zware krik uit de auto
en bespaar zo op de benzinekosten.

Dan is er nog het stroomlijnen van een vliegtuig. Transavia liet een
aantal jaar geleden al zogenaamde winglets, omhoogstaande uiteinden van de
vleugels plaatsen en bespaart hiermee 3 procent brandstof. Ook wast het de
vliegtuigen vaker om de luchtweerstand te verminderen en op die manier
brandstof te besparen.

Dit geldt ook voor auto’s. In het kader van het nieuwe rijden berekende TNO
wat een open raam, een skibox of een fietsenrek scheelt voor het
energiegebruik. En wat bleek? Rijden met een beladen fietsenrek verbruikt
bijna 30 procent meer brandstof dan zonder.

Maar ook kleine zaken als ‘viezigheidjes’ op de motoren schelen in
brandstofverbruik. Hoe schoner die zijn, des te lager het verbruik.
Martinair berekende door de motoren regelmatig schoon te spuiten, een
brandstofbesparing van 1 procent te hebben gerealiseerd.

Voor auto’s is dit natuurlijk wat lastiger. Wel heeft een aantal
oliemaatschappijen brandstoffen ontwikkeld die de motor schoonhouden en op
die manier minder benzine verbruiken. TNO onderzocht deze claims en
concludeerde dat zo inderdaad enkele procenten minder brandstof verbruikt
wordt. Maar een besparing in geld levert dit de automobilist niet op, de
bewuste benzine is namelijk duurder dan normale brandstof.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl