Door belastingverlagingen zien veel werknemers in januari 2021 een positief effect op het nettoloon.

Toch kan het besteedbare inkomen in 2021 in veel gevallen lager uitvallen, zeker als je rekening houdt met de inflatie.

Hogere pensioenpremies, verschillen in de loonontwikkeling én oplopende werkloosheid zijn risico’s om rekening mee te houden.

Het kabinet-Rutte III trakteert werknemers in 2021 op een aantal belastingverlagingen. Dat resulteert in januari op papier in een stijging van het nettoloon voor veel werknemers.

Zo gaat het belastingtarief voor inkomens tot 68.507 euro volgend jaar omlaag naar 37,1 procent. Tegelijk gaan de heffingskortingen omhoog, ofwel bedragen die je in mindering kunt brengen op de te betalen belasting. Dit geldt voor de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.

Het ministerie van Sociale Zaken berekende eerder deze maand dat iemand met een modaal inkomen van rond de 35.000 euro bruto per jaar er in januari 2 procent netto op vooruitgaat. Verdien je twee keer modaal, dus zo’n 70.000 euro, dan is de netto stijging op het loonstrookje gemiddeld 1,3 procent.

Lees ook: Loonstrookje 2021: sterkste netto voordeel bij salaris tot €45.000 – bij bruto salaris van €80.000 iets meer dan 1% voordeel

Lees ook op Business Insider

Kijk je puur naar de belastingeffecten, dan nemen de nettolonen met enkele tientjes per maand toe, becijfert ABN Amro in de onderstaande tabel.

Toch kan het voor veel groepen werknemers zo uitpakken dat het zogenoemde reële besteedbare inkomen daalt in 2021 en 2022, zo stelt econoom Piet Rietman van ABN Amro woensdag in een analyse. Het gaat hier om de koopkracht van je netto inkomen, rekening houdend met de inflatie.

De inflatie, ofwel de gemiddelde stijging van de prijzen van goederen en diensten, wordt door het Centraal Planbureau geraamd op zo’n 1,3 procent in 2021. Als je er in loon dus 1,3 procent op vooruitgaat en prijzen stijgen met hetzelfde percentage, dan blijft de koopkracht per saldo gelijk.

Werknemers krijgen in 2021 te maken met aan de ene kant het positieve belastingeffect op het nettoloon en aan de andere kant de inflatie die producten en diensten duurder maakt. ABN Amro-econoom Rietman noemt vervolgens drie factoren die ervoor kunnen zorgen dat het reële besteedbare inkomen volgend jaar niet stijgt of zelfs daalt.


1. Lonen: grote verschillen tussen bedrijven en sectoren

Een stijging van de brutolonen pakt in principe positief uit voor de koopkracht, omdat dit ook doorwerkt op het nettoloon en daarmee het besteedbare inkomen. Het Centraal Planbureau gaat uit van een gemiddelde stijging van cao-lonen met 1,4 procent in 2021, maar daar plaatst econoom Rietman wel een kanttekening bij.

Zo zijn er momenteel grote groepen werknemers waarbij de cao afloopt op 31 december dit jaar, zonder dat er nieuwe cao’s zijn afgesproken. Als er geen akkoorden liggen voor begin volgend jaar, blijft de feitelijke loonstijging achter.

Verder is het zo dat in sectoren die hard geraakt zijn door de coronacrisis, zoals de horeca en de reiswereld, loonstijgingen een stuk beperkter of geheel afwezig zullen zijn.


2. Stijging pensioenpremies

Veel pensioenfondsen van werkgevers zitten in zwaar weer. Werknemers dragen via het loon premies af aan pensioenfondsen. Afhankelijk van de premiestijging bij pensioenfondsen in 2021 kunnen er flinke verschillen ontstaan bij verschillende groepen werknemers.

“We verwachten dat zo’n 30 tot 35 procent van de werknemers dat wat ze erop vooruitgaan door de verlaging van de inkomstenbelasting weer inleveren door een verhoging van de pensioenpremie”, schrijft Rietman.


3. Stijging van de werkloosheid

De werkloosheid is dit jaar, ondanks de coronacrisis, opvallend laag gebleven. Op het moment dat de coronasteun van de overheid in 2021 wordt afgebouwd en er een nieuwe golf van reorganisaties en faillissementen komt, kan de werkloosheid volgend jaar nog oplopen. Het CPB rekent erop dat de werkloosheid in 2021 stijgt naar 6,1 procent van de beroepsbevolking.

Voor degenen die hierdoor getroffen worden, betekent werkloosheid een aanzienlijke daling van het inkomen, ook als je een ww-uitkering krijgt.

Kortom: voor individuele werknemers en groepen kan de reële inkomensontwikkeling fors uiteen gaan lopen in 2021.

LEES OOK: Dit zijn de belangrijkste fiscale veranderingen in 2021 voor de inkomsten- en vermogensbelasting in box 3