Een Chinese frituurkok die even roert in de bamipan, waardoor zijn werkgever een boete krijgt van de Inspectie SZW en daardoor automatisch ook geen tijdelijke werkvergunningen kan krijgen van de overheid.

Of een buitenlandse student die maximaal tien uur per week aan de slag mag bij een Chinees restaurant en een uur langer in de keuken staat dan is toegestaan. Ook dit restaurant krijgt een boete en kan een werkvergunning vergeten.

Het zijn gevallen die advocaat Arend van Rosmalen op zijn bureau heeft gehad bij zijn kantoor Mynta Law, dat zich toelegt op zaken die een link hebben met China.

Van Rosmalen is blij met twee uitspraken van de Raad van State afgelopen maandag, die het voor Chinese koks en restaurants makkelijker maken om aan tijdelijke werkvergunningen te komen. De hoogste bestuursrechter van Nederland oordeelde dat minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken de afspraken die in 2014 met de Aziatische horecasector zijn gemaakt, sindsdien steeds verkeerd heeft toegepast.

Wokakkoord

De zaak draait om het Convenant Aziatische Horeca, in de volksmond bekend als het ‘wokakkoord’, dat de minister twee jaar geleden sloot met de sector.

Chinese restaurants kwamen destijds in de problemen, omdat nieuwe wetgeving het praktisch onmogelijk maakte om gespecialiseerde koks uit Azië naar Nederland te halen om in de keukens te werken. Ook zouden er onvoldoende Nederlandse koks zijn die goed Aziatisch kunnen koken.

Door het gebrek aan gekwalificeerd keukenpersoneel moesten tientallen restaurants de deuren sluiten, of ze werden verkocht. De overheid verstrekte of verlengde nauwelijks meer werkvergunningen.

Lees ook op Business Insider

Dat probleem werd opgelost met het ‘wokakkoord’, dat op 1 oktober 2014 werd ondertekend door de Aziatische horecasector en minister Asscher. Daarmee konden gedurende twee jaar in totaal 3.150 koks uit Azië aan de slag in Nederland via een tijdelijke werkvergunning. Als tegenprestatie beloofde de sector om honderden Nederlandse koks op te leiden in de Aziatische horeca.

Voorwaarden werkvergunning

De zaak waar de Raad van State zich over boog draait om de voorwaarden voor een werkgever voor het verkrijgen of behouden van zo’n tijdelijke werkvergunning.

Minister Asscher heeft naar de Kamer toe steevast gezegd dat er met de sector is afgesproken dat “werkgevers die in de afgelopen vijf jaar een boete opgelegd hebben gekregen door de Inspectie SZW voor overtreding van de arbeidswetgeving niet in aanmerking komen voor een vergunning”, zo schreef hij op 20 september 2015 aan de Tweede Kamer. Dat betekende in de praktijk dat werkgevers die voor een relatief klein vergrijp een boete hadden gekregen, geen nieuwe Aziatische koks naar Nederland konden halen.

De Raad van State heeft nu bepaald dat dit zo niet in het ‘wokakkoord’ staat, en bevestigde daarmee een eerdere uitspraak van een lagere rechter van november vorig jaar.

In het convenant zijn zogenoemde kan-bepalingen opgenomen. Dat houdt in dat het ministerie niet automatisch een tijdelijke werkvergunning kan weigeren als er in het recente verleden een boete is opgelegd. De minister en de staatssecretaris hebben een “vergewisplicht” en moeten per geval de belangen afwegen, aldus de Raad van State.

“De minister gaat de uitspraak bestuderen”, laat woordvoerder Peter Blok van het ministerie in een reactie weten. Hij benadrukt dat het weigeren van een tijdelijke werkvergunning wegens een eerder opgelegde boete in principe mogelijk is. “De Raad van State oordeelt dat in dit concrete geval de door de vreemdeling aangevoerde belangen niet bij het besluit zijn betrokken en dat daarmee het besluit niet goed is gemotiveerd. Daarmee moet het besluit opnieuw genomen worden.”

Vervelende verrassing

“Het is mooi dat iets wat klip-en-klaar in het convenant stond, nu door de Raad van State bevestigd is”, zegt Van Rosmalen in een reactie. Hij voert op dit moment namens vijf Chinese restauranthouders rechtszaken over het ‘wokakkoord’. “Vaak gaat het om hele lullige overtredingen waardoor je geen vergunning meer krijgt. Dat stapelt zich op voor de restaurants.”

De Aziatische horecasector heeft Asscher’s interpretatie van het ‘wokakkoord’ altijd als een “hele vervelende verrassing” gezien, aldus de advocaat. “Ze dachten dat er een kan-bepaling in het convenant stond, maar toen bleek dat de minister het in de praktijk anders ging doen. Met die Kamerbrieven in de hand heeft het ministerie steeds volgehouden dat de afspraken anders waren dan ze waren. Dit heeft heel vervelende situaties opgeleverd.”

Overigens is het ‘wokakkoord’ onlangs met drie jaar verlengd en omgezet in beleid (pdf). Het artikel over de naleving van arbeidswetten als speciale voorwaarden voor de werkvergunning is daarbij geschrapt.

Nu gelden de voorwaarden die zijn genoemd in de Wet arbeid vreemdelingen. In ruil voor de soepele afgifte van de werkvergunningen gaan de restaurants meer Nederlandse koks opleiden en een baan bieden.

Dat betekent niet dat de uitspraak van de Raad van State nutteloos is, zegt Van Rosmalen. “Koks hebben er nog veel belang bij, omdat ze op een gegeven moment een permanente verblijfsvergunning willen. Daarvoor moet je vijf jaar aaneengesloten een werkvergunning hebben. Met dat doel ben je in retrospect aan het procederen.”

LEES OOK: Ik nam een kijkje in de keuken van McDonald’s en begrijp nu hoe je in 50 seconden een hamburger krijgt