“Kun je zo even terugbellen? We hebben net een taartmomentje.” Directeur Richard van der Linde van de Delftse startup Lacquey viert maandagochtend met zijn vierkoppige team dat ze een grote investeerder en partner hebben gevonden.

Food Technology Noord-Oost Nederland (Ftnon), dat machines bouwt voor de verwerking van groente en fruit, neemt een belang van 51 procent in de robotmaker. “We hebben anderhalf jaar naar dit punt toegewerkt. Dan vier je het ook met des te meer plezier.”

Want het vinden van een geldschieter was volgens 44-jarige Van der Linde een lang en moeizaam traject. “Robotica is nieuw. Er zijn nog niet veel commerciële successen. Dat maakt het lastig om aan investeerders aan te tonen dat je hier straks geld mee gaat verdienen.”

Voorzichtige robothand

Van der Linde doelt op de robothand die zijn bedrijf Lacquey (oud-Engels voor lakei) maakt. Die kan groente en fruit oppakken en wegleggen, klaar om verpakt of versneden te worden door machines zoals die van Ftnon. Dat klinkt als een eenvoudige taak – iets dat een mensenhand zonder problemen kan – maar voor een robot is dat een grote uitdaging.

Het vastgrijpen moet heel voorzichtig gebeuren, anders komen er deukjes in de appel, tomaat of kool. Of nog erger: dan prikt de robot in de vrucht of groente. “Bovendien is geen paprika of krop sla hetzelfde”, zegt Van der Linde. “Dat is heel anders dan in de auto-industrie, waar ieder onderdeel identiek is.”

Robots worden bij het maken van auto’s al sinds de jaren zestig ingezet om dagelijks duizenden dezelfde onderstellen in elkaar te lassen, schroefjes vast te draaien en panelen te spuiten. Ook in de elektronica- en metaalsector knappen robots het vuile werk op. Maar in de voedselindustrie zijn ze nog nauwelijks te vinden, blijkt uit statistieken van de Internationale Federatie voor Robots.

Robothanden kunnen moeilijk omgaan met de diverse vormen van groente en fruit. Er ligt een enorme kans voor ondernemers om grijpers te maken die dat wel kunnen. De voedselindustrie is namelijk enorm. Jaarlijks gaat er alleen al 2 biljoen euro om op de markt voor voorverpakt voedsel, aldus marktonderzoeker Euromonitor.

Lees ook op Business Insider

Handprothese inzetten voor ander werk

In 2009 pakt Van der Linde samen met Martijn Wisse de handschoen op. Beiden houden zich aan de TU Delft bezig met toepassingen van robots. “We dachten: laten we een bedrijf opzetten, anders blijft het zo academisch”, zegt Van der Linde, die in 2001 promoveerde in de robotica aan de Delftse technische universiteit. Hij is tevens mede-oprichter van het Robotics Institute aldaar.

De robothand bestaat dan al; Delft doet al jarenlang onderzoek naar handprothesen die voorzichtig voorwerpen vast kunnen pakken. De kneep zit ‘m in de zogenoemde underactuationtechnologie. Die zorgt dat de motorkracht evenredig over de vingers verdeeld wordt, zodat er nergens drukplekken ontstaan. De vingers vouwen zich afzonderlijk om een object heen totdat ze allemaal contact maken. Daarna wordt de kracht langzaam opgevoerd tot een vooraf ingesteld maximum.

Van der Linde en Wisse willen dezelfde techniek gebruiken om mensenhanden te vervangen bij laaggeschoold fabriekswerk. De keuze valt op de voedingsindustrie, omdat daar nog nauwelijks robots worden ingezet voor het verpakken en verwerken van groente en fruit.

In de beginjaren ligt de focus op de ontwikkeling van de robothand. Maar al gauw ontdekken de academici dat alleen de mechanische grijper niet genoeg is. “Het is niet iets ontwikkelen, neerzetten in een fabriek en dan hard wegrennen. Je moet ervoor zorgen dat de robot blijft draaien en dat een klant tevreden is”, zegt Van der Linde. Lacquey bouwt software en diensten om de robothand heen. Zo kunnen medewerkers bijvoorbeeld inloggen op afstand als de machine hapert om problemen op te lossen.

Negen basismodellen

De eerste robothand van Lacquey draait sinds 2013 bij het Zuid-Hollandse handelsbedrijf Haluco. Eén van de geautomatiseerde taken is het verpakken van stoplichtpaprika’s, de mix met drie kleuren die je in elke supermarkt kunt kopen. De robothand pakt een rode paprika van de lopende band, dan een gele en vervolgens een groene, en legt ze in de goede volgorde, klaar om verpakt te worden. In het onderstaande filmpje zie je hoe dat in zijn werk gaat.

Ondertussen zijn er ook handjes ontwikkeld voor onder andere kolen, sla, uien en kipfilet. “Het lijkt allemaal op elkaar, maar ieder product heeft zo zijn eigen problemen”, zegt Van der Linde. Zo kunnen paprika’s door condensvorming heel glad zijn en is opstapelend zetmeel een probleem bij het vastgrijpen van aardappels.

Van der Linde wil echter niet voor elk product een unieke oplossing ontwikkelen. “Je wilt een bepaalde mate van standaardisering om het schaalbaar te maken”, zegt hij. “We hebben nu negen basismodellen. Daar komen in de toekomst misschien nog een paar bij.”

Stap naar versindustrie

Bij het verpakken van groente heeft Lacquey inmiddels zijn meerwaarde bewezen. De volgende uitdaging is om de robothand succesvol in te zetten in de voedselverwerkende industrie, waar bijvoorbeeld groenten worden versneden. Die stap is groter dan het lijkt. “In die fabrieken is het veel natter en kouder”, zegt Van der Linde. “Daar moet je hele systeem op ingericht zijn.”

Ook zijn de hygiëneregels strenger dan in de verpakkingsindustrie. De machines die kipfilets verwerken worden iedere avond schoongemaakt met een hogedrukspuit, met een cocktail van chemicaliën om alle bacteriën te doden. “Daar moet de robothand tegen kunnen, anders is-ie binnen een week stuk”, aldus Van der Linde.

Uiteindelijk wil Lacquey de robothand 3D-taken aanleren, zoals broccoli of bloemkool met de steel naar boven op de band leggen zodat de machine er roosjes van kan maken. “Dan moet je met meerdere camera’s naar het product kijken, niet alleen van boven”, zegt Van der Linde. “Het oriënteren van zo’n groente is een stuk complexer. Technisch ligt daar nog een grote uitdaging.”

Nuchtere familiebedrijven

De voedselindustrie staat volgens de Lacquey-directeur te trappelen om mensenwerk te automatiseren. Nu zijn laaggeschoolde werknemers de hele dag bezig paprika’s van de lopende band te pakken en ze in bakjes te doen. De robothand, die zo’n 100.000 euro kost, kan de menselijke arbeidskrachten vervangen. De terugverdientijd is 1,5 tot 2,5 jaar.

“Iedereen weet dat dit gaat komen, maar niemand wil de eerste zijn”, geeft Van der Linde aan. “Mijn gok is dat er vroeg of laat een omslagmoment komt, dat de hele industrie ineens de technologie omarmt. Dan kan het hard gaan en kunnen we de robothanden waarschijnlijk niet aanslepen.”

Van der Linde heeft wel een verklaring voor de afwachtende houding. “Er zijn maar weinig echte multinationals in deze industrie. Het zijn vaak nuchtere familiebedrijven. Die willen eerst zien dat het werkt, voordat ze het kopen.” Dat levert wel een probleem op voor een bedrijf als Lacquey, dat eerst flink moet investeren in het product om te bewijzen dat het werkt.

“Zeker in de eerste jaren was het een gevecht tegen cashflow”, zegt Van der Linde. Lacquey wist te overleven door een mix van subsidies, productverkopen en eigen geld van de oprichters. “Zo houd je dat vijf jaar lang vol, maar dat is niet houdbaar.”

Investeerder zoeken

De noodzaak om een investeerder te vinden dringt twee jaar geleden door. Maar dat betekent een hele omschakeling voor Van der Linde, die voor Lacquey niet eerder een bedrijf leidde. “Als startup denk je aan de dag van morgen. Ik was chef krullenzetter, maakte de lonen over, enzovoorts. Je bent niet bezig met strategische vragen die over vier jaar pas spelen, maar dat zijn wel dingen die een investeerder van je verlangt.”

Van der Linde volgt onder meer een cursus bij Yes Delft, de broedplaats voor jonge bedrijven waar Lacquey sinds 2011 deel van uitmaakt, over hoe om te gaan met durfkapitalisten. “Al was het alleen maar om het jargon te leren.” Via het netwerk van Yes Delft vindt hij ook mensen die helpen met het schrijven van een businessplan. “Dat moet je niet in je eentje willen uitvinden, daar heb je de tijd niet voor.”

Uiteindelijk kan Lacquey kiezen uit een aantal partijen uit het binnen- en buitenland. De keuze voor Ftnon ligt voor de hand, omdat beide bedrijven al anderhalf jaar samenwerken. “Het is ook het bedrijf waar wij de snij-industrie mee in willen gaan”, zegt Van der Linde. “Achter Ftnon zat al een mooie partner, toen was de link snel gelegd.”

Van der Linde doelt op de Amsterdamse participatiemaatschappij Active Capital, die sinds eind 2013 eigenaar is van de Almelose machinemaker. Active Capital legt tevens het geld op tafel voor het belang in Lacquey. Om welk bedrag het gaat, willen de partijen niet zeggen.

Stap naar het buitenland

Met het kapitaal wil Lacquey de stap naar het buitenland zetten. “Daar ligt de echte markt en zijn er veel meer robothandjes nodig”, zegt Van der Linde. Ftnon is daarbij een gedroomde partner. Het bedrijf, dat een jaaromzet heeft van zo’n 25 miljoen euro, is actief in meer dan vijftig landen, waaronder de VS, Engeland en China.

Over twee jaar wil Van der Linde de eerste geautomatiseerde productielijnen hebben opgeleverd in de snij-industrie. Het leegkiepen van de kratten tot en met het snijden van de groente moet zonder tussenkomst van mensenhanden kunnen gebeuren. “Dan, na twee jaar, kunnen we echt schalen.”

Veel langer moet het volgens Van der Linde niet duren. Want hoewel een directe concurrent ontbreekt, is tijd Lacquey’s grootste vijand. “Technologie gaat zo gruwelijk snel”, zegt hij. “Als wij dit schaapje niet binnen vier jaar geschoren hebben, dan gaat iemand anders het doen.”