• Afrika is in toenemende mate een belangrijke leverancier van IT-professionals voor bedrijven in Europa en de Verenigde Staten.
  • Het Nederlandse bemiddelingsbedrijf Tunga speelt in op die vraag en ziet een duidelijke groeimarkt.
  • Business Insider sprak met CEO Ernesto Spruyt over het creëren van win-winsituaties voor ontwikkeling in Afrika én voorzien in de booming vraag naar IT-diensten in het westen.

Afrika is in toenemende mate een belangrijke leverancier van IT-professionals voor bedrijven in Europa en de Verenigde Staten. En dat is niet onlogisch.

Het continent beschikt over een grote, relatief goed opgeleide talentpool en heeft een jonge, internet savvy bevolking die in 2040 niet alleen verdubbeld zal zijn, maar ook grotendeels Engels spreekt.

Bovendien ontwikkelt de digitale infrastructuur in veel Afrikaanse landen zich in hoog tempo en is het tijdsverschil met Europa, anders dan bijvoorbeeld met India, minimaal.

En last but not least, de lonen zijn er vooralsnog laag. Want waar een Nederlandse IT’er zonder blikken of blozen een beginsalaris tussen de 2.500 euro en 3.000 euro per maand kan vragen, daar schommelt het gemiddelde maandsalaris van de Nigeriaanse, Egyptische of Oegandese IT’er rond de 1.000 euro.

Naar schatting telt het continent nu zo’n 690.000 professionele software-ontwikkelaars. Tel daarbij op dat we hier in Europa een schreeuwend tekort aan zulke profs hebben en je businessmodel is daar.

Zoiets dacht sociaal ondernemer Ernesto Spruyt ook toen hij in 2015 samen met ontwerpbureau Butterfly Works het bedrijf Tunga oprichtte, een onderneming die het midden houdt tussen een detacheringsbedrijf en een fullservice HR-dienstverlener.

“Er is veel aandacht voor hulp aan koffieboeren met fair trade, wat beide partijen per saldo weinig oplevert. Bemiddelen voor IT-dienstverlening is veel leuker en levert professionals uit Afrika ook meer op”, zegt Spruyt tegen Business Insider Nederland.

CEO Ernesto Spruyt van Tunga. Foto: Tunga
CEO Ernesto Spruyt van Tunga. Foto: Tunga

Tunga betekent ‘maken, creëren’ in het Swahili

“We hadden aanvankelijk het idee een online marktplaats te bouwen waar vraag en aanbod elkaar konden vinden, maar dat werkte niet”, vertelt Spruyt. “De culturele afstand was te groot. We zijn daar toen tussen gaan zitten en projecten gaan doen zoals het bouwen van apps. Steeds meer klanten wilden echter de mensen zelf aansturen en vroegen ons te werven, matchen en begeleiden. Dat is nu 95 procent van onze business.”

Het idee voor Tunga ontstond in 2015. Spruyt werkte bij een startup en zag hoe lastig het was om goede programmeurs te vinden.

Hij kwam in contact met ontwerpbureau Butterfly Works dat door heel Afrika al verschillende IT-scholen had opgezet voor jongeren uit achterstandswijken. De directeur van Butterfly Works had net als Spruyt de hogere hotelschool doorlopen. Er was een klik en de rest is geschiedenis.

Niet alleen werving, matching en detachering

Bij Tunga, dat kantoren heeft in Amsterdam, Kampala en Lagos, werken nu zo’n 20 à 25 mensen. Het aantal IT-professionals dat voor Tunga werkt loopt inmiddels tegen de 70 à 80, verdeeld over 45 klanten in Europa en de Verenigde Staten.

Het businessmodel is eenvoudig: de IT’ers komen bij Tunga’s klanten in het team, maar staan op de loonlijst van Tunga die de administratie regelt, een vinger aan de pols houdt en voor vervanging zorgt wanneer een IT’er uitvalt.

De klant betaalt een maandelijkse commissie aan Tunga. Zoals gezegd: een combinatie tussen een fullservice HR-dienstverlener en een detacheringsbureau.

Maar niet helemaal. En daar komt het verleden van Butterfly Works om de hoek kijken: opleiden.

“We krijgen dagelijks veel sollicitaties binnen, maar de meeste mensen zijn er nog niet klaar voor. Daarvoor hebben we een platform ontwikkeld, een soort dashboard waarop kandidaten – en wij – kunnen aflezen hoe ze ervoor staan en aan welke skills ze nog moeten werken”, zegt Spruyt.

“We hebben ook een academy waar we cursussen aanbieden, zodat we de mensen die niet voldoen toch perspectief kunnen bieden. Eigenlijk bouwen we een ecosysteem. We willen niet de vissen uit de vijver vissen, we willen dat er meer vissen in de vijver komen.”

Ontwikkelaars uit 24 Afrikaanse landen

Tunga heeft ruwweg drie poten. Alles wat operationeel is, is in Afrika gevestigd, terwijl de commerciële tak in Europa zit.

“Ons hoofdkantoor zit in het Oegandese Kampala waar het werk gecoördineerd wordt”, zegt Spruyt. “In Lagos hebben we een servicecenter waar we het werk faciliteren. We hebben daar een hub waar onze werknemers terecht kunnen, bijvoorbeeld wanneer een klant graag heeft dat zijn teamleden bij elkaar op een kantoor zitten.”

En het echte handwerk? Dat gebeurt door professionals in heel Engelstalig Afrika, al werkt het leeuwendeel vanuit Nigeria. “We hebben ontwikkelaars uit 24 Afrikaanse landen, maar het meeste is wel uit Nigeria, Oeganda, Kenia en Egypte. Ghana is in opkomst.”

Tunga’s commerciële poot zit in Europa, in de Amsterdamse Wibautstraat om precies te zijn, al werkt daar maar één persoon. Spruyt: “De rest werkt vanuit huis. We hebben een salesmanager in Spanje, het hoofd sales zit in Amsterdam, ons socialmediabureau in Den Bosch en onze telemarketeers zitten in Noorwegen en Engeland.”

Coronaproof bedrijf

Deze opzet klinkt als uitermate coronaproof, nog voordat we wisten wat corona was. Merkte Tunga daar iets van? “De coronacrisis heeft ons in operationele zin niet geraakt. Ons sales- en marketingmodel was al 90 procent via online en telefoon. Veel concullega’s van ons waren gewend om kopjes koffie te drinken met klanten en elkaar. Die hebben meer moeten schakelen”, vertelt Spruyt.

Wat betreft de economische impact heeft Tunga wel even last gehad van de crisis. Spruyt: “In maart en april vorig jaar hadden we natuurlijk een volledige stagnatie, omdat bij de eerste lockdown iedereen op de rem ging staan. De pijplijn was in één klap leeg. Niemand nam de telefoon op, terwijl wij gewend waren om bedrijven te bellen. Maar iedereen zat opeens thuis.”

Het corona-effect duurde echter kort. Spruyt zag het vanaf september 2020 weer aantrekken “en sinds januari is het weer gekkenhuis”.

Heeft Tunga veel last van koffiedrinkende concullega’s? Anders gezegd: is het een competitieve markt? Spruyt: “Er zijn niet veel bedrijven die dit zo doen. Er is een grote speler, maar die richt zich vooral op de Amerikaanse markt. Met zo’n partij hebben we dan weer wel concurrentie op talent. Verder zijn er wat partijen die zich op Afrika richten, maar die zijn vrij klein. De vraag is heel groot, het is echt een seller’s market. Als je talent hebt, dan kun je dat altijd wel wegzetten. Maar wij komen makkelijk met bedrijven in gesprek, ook omdat we een afwijkend verhaal hebben.”

Hoe die klanten eruitzien? Tunga heeft volwassen corporates, maar ook startups en mkb-bedrijven. Die laatste komen volgens Spruyt op de arbeidsmarkt “echt niet aan hun trekken”. Het klantenbestand beperkt zich overigens niet tot Nederland. Tunga bedient in toenemende mate partijen in Engeland en Noorwegen.

Begonnen in 2015 was het de eerste twee jaar vooral kijken wat werkt en wat niet, de pilotfase. In 2017 haalde Tunga de occasionsite Gaspedaal van DPG Media Groep binnen als klant. Vanaf dat moment kreeg het bedrijf tractie.

“Dat was de echte launch, sindsdien is het een stijgende lijn geweest. Ik denk dat we inmiddels wel 150 klanten hebben bediend. Op dit moment hebben we 70 à 80 mensen voor ons werken, dat was vorig jaar nog maar de helft. Ieder jaar verdubbelen we en zelfs in coronajaar 2020 groeiden we met 25 procent.”

Groeimarkt voor Afrikaans IT-talent

Wat zijn de verdere groeiprognoses? “Er zit nog veel rek in. Ik denk dat we probleemloos naar 1.500 tot 2.000 mensen kunnen doorgroeien. Dan moeten we wel wat buitenlandse markten meepakken. Maar als je ziet hoe groot het tekort aan IT’ers is en hoeveel IT’ers er in die landen zelf bijkomen, dan is dat bij lange na niet genoeg. Ik voorzie dat zelfs een economisch heel slecht scenario weinig impact zal hebben op deze sector.”

Nog mondiale ambities buiten Afrika? “In theorie zouden we naar andere continenten kunnen, maar wij hebben echt een missie op Afrika. We zien daar nog veel potentieel en we zijn opgericht om in Afrika jongeren te helpen.”

LEES OOK: De HR-baas van IBM legt uit hoe ze bepaalt welke taken geschikt zijn voor thuiswerken en wat werknemers beter op kantoor kunnen doen