• De inflatie is weer een beetje hoger in maart, met een gemiddelde stijging van de prijzen van goederen en diensten van 1,9 procent.
  • De hoogste variabele spaarrente is daarentegen stabiel op 0,3 procent.
  • Spaarders blijven last houden van koopkrachtverlies doordat het niet mogelijk is om met rente-inkomsten de stijging van prijzen bij te houden.

Nederlandse huishoudens betaalden in maart gemiddeld 1,9 procent meer voor goederen en diensten dan een jaar eerder. Daarmee trok de inflatie opnieuw aan ten opzichte van de voorgaande maand, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag.

Afgelopen december was de inflatie nog 1 procent op jaarbasis. In januari lag de gemiddelde prijsstijging op 1,6 procent en in februari op 1,8 procent.

In maart zijn het opnieuw prijzen van brandstoffen, energie en ook kleding die de inflatie omhoog duwen. Motorbrandstoffen waren in maart gemiddeld bijna 11 procent duurder dan in dezelfde maand een jaar eerder.

“De consument betaalde in maart 2021 voor benzine 1,730 euro, voor diesel 1,392 en voor LPG 0,739 euro per liter”, aldus het CBS. Dit is mede een gevolg van de sterke stijging van olieprijzen in een jaar tijd.

Binnen de Europese Unie heeft Nederland een relatief hoog inflatieniveau. De inflatie wordt op Europees niveau iets anders berekend vergeleken met het prijsmandje van het CBS. Volgens de zogenoemde Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex lag de Nederlandse inflatie in maart op 1,9 procent, terwijl het gemiddelde in de eurozone op 1,3 procent uitkwam.

Spaarders lijden onder rentebeleid van ECB

Nederlandse spaarders blijven last houden van het rentebeleid van de Europese Centrale Bank, waardoor het niet mogelijk is om met de inkomsten uit spaargeld de inflatie bij te benen.

De ECB kijkt voor zijn beleid naar de gemiddelde inflatie in de eurozone. Zolang die relatief laag is, blijft de ECB volop actief om rentes kunstmatig te drukken. Dit doet de centrale bank om lenen goedkoop te houden en de economie te steunen.

Voor spaarders pakt dit echter negatief uit. De relatief sterke stijging van consumentenprijzen in Nederland vermindert namelijk de koopkracht van spaargeld.

De hoogste variabele spaarrente bedraagt 0,3 procent en de inflatie zit daar dus 1,6 procentpunt boven. De reële waarde van het spaargeld krijgt daardoor een flinke knauw.

Uit gegevens van de site spaarinformatie.nl blijkt dat het geen zin heeft om spaargeld voor langere tijd vast te zetten, als je de inflatie wil verslaan. De hoogste spaarrente voor een deposito bedraagt namelijk 0,9 procent. Je moet spaargeld dan 10 jaar vastzetten en krijgt dan nog altijd een vergoeding die onder het inflatieniveau ligt.

Lees ook: Zoveel armer ben je geworden, als je in de afgelopen 5 jaar €25.000 of €100.000 op de spaarrekening liet staan

De inflatie is overigens niet de enige bedreiging voor spaarders. Sinds 1 maart kunnen Nederlanders weer aan de slag met de belastingaangifte over 2020. Daar geldt in box 3 voor spaargeld en beleggingen een vrijstelling van 30.846 euro per persoon.

Vervolgens is er een getrapt heffingssysteem, waarbij je voor het vermogen boven de vrijstelling tot een bedrag van 103.644 euro effectief 0,54 procent belasting betaalt, ongeacht het rendement dat je haalt.

LEES OOK: Geld lenen voor een auto of verbouwing? De rente is fors gedaald: 5 punten om op te letten bij een persoonlijke lening