De zomervakantie staat weer voor de deur en dat betekent dat Nederlanders massaal naar het buitenland trekken – en daar ook geld uitgeven.

Maar het is volgens de Consumentenbond verstandig om van tevoren even na te denken over hoe je dat precies gaat doen.

Pinnen in het buitenland kan namelijk behoorlijk duur uitpakken door hoge transactiekosten of een omrekenservice. Vooral dat laatste kost veel geld: soms ben je buiten de eurozone tot wel 12 procent meer kwijt bij het pinnen, waarschuwt de bond woensdag.

Dat komt door de omrekenservice Dynamic Currency Concversion (DCC). Veel banken, hotels en winkels bieden die dienst aan, maar daardoor pakt het pinnen veel duurder uit. Europese consumentenorganisaties willen dat de misleidende diensten worden verboden.

Deze zomer gaat dat waarschijnlijk nog niet lukken, dus is het nog even opletten geblazen bij het pinnen. De Consumentenbond zet een aantal tips op een rij om extra kosten te voorkomen.

1. Je betaalpas gebruiken in de eurozone

Als het goed is, kost het je binnen de eurozone niets extra om geld op te nemen of in winkels te betalen met je bankpas. Alle Nederlandse banken verstrekken wereldpassen met een Maestro- of V Pay-logo. Als je dat in de winkel ziet, kun je er pinnen zonder dat het je extra geld kost.

Toch kan het zijn dat je, als je geld opneemt pinautomaat, toch nog extra kosten moet betalen. De bank mag die kosten rekenen als inwoners van het land zelf ze ook moeten betalen. Maar dat moet dan wel met een sticker zijn aangegeven op de betaalautomaat. Vooral in Duitsland en Spanje is het volgens de Consumentenbond goed om hierop te letten.

Lees ook op Business Insider

2. Je creditcard gebruiken in de eurozone

Als je geen Maestro- of V Pay-logo ziet in een winkel, is het verstandiger om met je creditcard te betalen. In alle eurolanden kun je gratis met je creditcard betalen. Maar let op: geld opnemen met je creditcard kost wel geld, zelfs in Nederland.

3. Je betaalpas gebruiken buiten de eurozone

Buiten de eurozone kost het wel geld om je betaalpas te gebruiken. Als je in een winkel pint, rekenen de banken Bunq, ING, Knab, Rabobank en Triodos Bank een koersopslag van 0,5 tot 1,2 procent boven op de wisselkoers. ASN Bank, RegioBank en SNS rekenen die niet, maar vragen om een vast bedrag van 15 eurocent per betaling. Bij ABN Amro ben je het duurst uit: daar betaal je zowel een koersopslag van 1,2 procent als een vast bedrag van 15 cent per betaling.

Ook geld opnemen is duurder buiten de eurozone. De meeste banken brengen naast een koersopslag ook nog een vast bedrag in rekening. Hoe hoog die kosten zijn, verschilt per bank, dus het is goed om dat even bij je eigen bank te checken voordat je op vakantie gaat.

4. Je creditcard gebruiken buiten de eurozone

Het kost buiten de eurozone ook geld om je creditcard te betalen. De koersopslag is bij je creditcard zelfs net iets hoger dan bij je betaalkaart, dus vaak is het gunstiger om gewoon je betaalkaart te gebruiken als je afrekent in een winkel.

Zeker bij een pinautomaat moet je je creditcard even in je tas laten zitten. Daar betaal je vaak minimaal 4,50 euro aan kosten plus een koersopslag.

Volgens de Consumentenbond is er wel een uitzondering: als je een creditcard van de ANWB, de Bijenkorf, een Mastercard of een World Card hebt, betaal je naast de koersopslag maar 1 procent (maximaal 1,50 euro) per opname als je een positief saldo op je creditcard hebt. Dat geldt ook voor creditcards van ASN Bank of SNS als ze van Visa zijn en uitgegeven door ICS.

LEES OOK: Zoveel fooi moet je geven bij restaurants, hotels en in taxi’s in de 11 populairste vakantielanden onder Nederlanders