Dat is het gevolg van een uitspraak van de rechtbank in Amsterdam deze week.
Bondgenoten gaat in hoger beroep tegen het vonnis, aldus advocaat Michel de
Ridder van de FNV-bond vrijdag.
Oud-directeur Bill Vriesinga van het bedrijf uit Oldenzaal claimde
aanvankelijk 41,2 miljoen gulden (18,7 miljoen euro), omdat de toenmalige
Industriebond FNV – dat later in Bondgenoten is opgegaan – zijn bedrijf
moedwillig kapot gestaakt zou hebben. De rechtbank kende deze week een
schadevergoeding toe van ruim 5,5 miljoen euro. Over dat bedrag moet de
vakbond ook nog rente betalen van de afgelopen jaren.
Volgens FNV Bondgenoten was het bedrijf al voor de bezetting ten dode
opgeschreven. Werknemers van Klieverik gingen in maart 1992 over tot de
bezetting, omdat zij vreesden dat de directie spullen uit de fabriek wilde
halen die van belang waren voor het voortbestaan van het bedrijf. Ook kregen
ze geen salaris meer uitbetaald en stevende volgens de FNV-bond de
onderneming door ,,mismanagement” af op een faillissement.
De rechtbank oordeelde deze week dat Klieverik weliswaar kampte met schulden,
maar dat niet gesteld kan worden dat het geen toekomst had. Daarbij wordt
onder meer gewezen op een orderportefeuille van 49 miljoen gulden en
kredietverstrekkers die overwogen leningen te verstrekken, maar door de
bedrijfsbezetting werden afgeschrikt om nog geld te steken in het bedrijf.
Advocaat De Ridder vraagt zich af hoe de rechtbank heeft kunnen komen tot het
oordeel, omdat volgens hem wel een faillissement op handen was. Het feit dat
de salarissen niet meer uitbetaald werden, is volgens hem al een bewijs
daarvoor. FNV Bondgenoten beschikt volgens een woordvoerder over voldoende
middelen om de boete van 16 miljoen euro te betalen.
Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl