Menig jongetje (en ook volwassen mannen) droomt ervan: een eigen supercar! Blitse snelheidsmonsters met prijzen vanaf een paar ton tot miljoenen euro’s. Aandacht verzekerd!

Een Ferrari, Lamborghini, McLaren, Pagani of Bugatti. Deze fabrikanten hebben ook wel bescheidener auto’s. Maar het zijn toch vooral hun supercars die het meest tot de verbeelding spreken.

Echter… klopt dit allemaal wel? Supercars zijn oogverblindend, maar voor de bestuurder kunnen ze ook een totale nachtmerrie zijn.

Elf nadelen op een rij.


1. De lage rijhoogte is in het dagelijks verkeer niet erg praktisch.

Foto: Een Lamborghini is niet ideaal voor heuvelachtig terrein. Bron: Gotham Dream Cars

De afstand tussen de bodem van een supercar en het wegdek is niet bijzonder groot. Dat kan ook niet, want deze snelheidsduivels zijn ontworpen om aan de weg vastgeplakt te blijven.

De keerzijde is dat de minste oneffenheid in het wegdek schade kan veroorzaken – duizenden euro’s schade. Dit verpest enigszins het plezier als je in een coole Lamborghini rijdt. Je moet steeds uitkijken voor gaten of hobbels.

Lees ook op Business Insider


2. Ze zijn té krachtig.

Foto: Een paar pk minder? Bron: YouTube/DRIVE

Wat kun je in de praktijk met meer dan 600 pk ? In 99,9 procent van de keren dat je rijdt: niets. Toch zit je opgezadeld met een enorme brandstofslurper.

Probeer je toch een keertje van het volle vermogen gebruik te maken, dan neem je ongekende risico’s: je kan de controle over het stuur verliezen en een kostbaar ongeluk krijgen. Of als je even niet oplet: een fikse boete voor snelheidsovertredingen.

Een depressie ligt op de loer. Niets is ontmoedigender dan een supercar in de file. O, wat ziet-ie er knap uit, maar hij zit hopeloos vast. Je hebt fors in de buidel getast voor al die pk’s, maar benutten? Ho, maar!


3. Eentje kopen kost een vermogen – repareren ook.

Foto: Geen fraai gezicht. Bron: Charles Gallay/Getty Images

Zelfs de goedkoopste supercars zijn nog prijzig. Want is een auto van 100.000 euro wel echt een supercar? Dus tel je al gauw wat meer neer.

Maar dan:

1. Je rijdt ergens tegenaan en je speeltje moet gerepareerd worden.

2. Je merkt dat een verouderd onderdeel vervangen moet worden.

In beide gevallen ben je enorme bedragen kwijt. Plus: het kan maanden duren voordat je je supercar weer kunt ophalen.


4. Ze zijn vreselijk oncomfortabel.

Bron: Screenshot via YouTube

Een beetje middenklasser is geoptimaliseerd voor het comfort van de bestuurder en de mede-passagiers. Supercars zijn dat niet.

Het hele idee van een supercar is dat je zo laag mogelijk in een soort buis van koolvezel of magnesium ligt, strak vastgebonden, en je wezenloos schrikt als je het gaspedaal intrapt.

En probeer maar eens een beetje relaxed door de binnenstad te rijden. Ik heb afgelopen jaar een tijdje een McLaren 675LT onder mijn kont gehad. Gelukkig had-ie een bekerhouder voor de koffie. Maar na een paar uur rijden, had mijn onderrug het wel een beetje gehad.


5. Je bent nooit alleen met een supercar.

Foto: Iedereen wil even kijken. Bron: REUTERS/Carlos Barria

Waar je ook heengaat, je kunt je niet verstoppen. Altijd iemand die een vraag heeft of een bewonderende uitroep. Mag ik een selfie maken?

Iets anders kun je eigenlijk ook niet verwachten. Je hebt een spetterende rode supercar gekocht en wil ‘m niet permanent verbergen in de garage. Maar het wordt best een beetje vermoeiend de duizendste keer. Je staat te tanken… en weer komt er zo’n glunderende tiener op je af met een vraag.

Aan de andere kant: als je een sociaal type bent, is het misschien juist wel leuk. Je maakt deel uit van de club van supercarfanaten. Altijd iets om over te praten.


6. Behoorlijk wat mensen vinden je fout.

Bron: Gotham Dream Cars

Wellicht is het totaal misplaatst. Maar als je een supercar bezit, krijg je te maken met vooroordelen. Er zijn foto’s van mij genomen terwijl ik in een supercar reed… ik zal het niet ontkennen: fout, hééél fout.

Een supercar kan je gedrag beïnvloeden. Je gaat je gedragen als rockster, terwijl je in het echte leven een onzichtbare ambtenaar bent. Hoe dan ook: mensen hebben hun oordeel klaar.


7. Koffie drinken? Vergeet ’t maar.

Bron: Reuters/Juan Carlos Ulate

Zelfs als je houders hebt voor bekertjes, dan nog is de kans op gemorste koffie buitengewoon groot: denk aan de eerder genoemde gevoeligheid voor gaten en oneffenheden in de weg. Of gewoon het wegdek zelf.

Neem dus geen drankjes mee in je supercar. Puristen stellen dat als je zo gehecht bent aan je ochtendkoffie, een supercar niets voor je is. Maar dat gaat wel heel ver.


8. De auto wassen kost een vermogen.

Bron: Hollis Johnson

Supercars mogen niet vies zijn. Geen vlekje zelfs! Pas op voor vingerafdrukken, laat staan de uitwerpselen van vogels. Regen? Hou ‘m in de garage.

Eigenlijk moet je supercar er altijd net zo uitzien als toen-ie nog in de showroom stond. Probleem is dat je ze niet zomaar naar de wasstraat kunt brengen. Nee, wassen is precisiewerk – elke keer dat-ie wordt schoongemaakt.

Als je dus gewend bent aan twee keer per jaar naar de wasstraat voor een paar tientjes, maak je borst dan maar nat.


9. Je kijkt nergens anders meer naar.

Bron: Hollis Johnson

Dit vertellen ze er niet bij: supercars zijn veeleisend. Ze zuigen alle aandacht op. De hele tijd!

Afgelopen jaar heb ik een Ferrari 488 GTB geleend voor een autorecensie. En ik kon m’n ogen niet afwenden, ik raakte gehypnotiseerd. Ik moest mezelf dwingen om iets anders te gaan doen.


10: Bagage… pardon?

Bron: Matthew DeBord/Business Insider

Op expeditie met je supercar? Mwah… Supercars bieden weinig ruimte voor reisspullen. Tenzij je het hebt over een paar flessen champagne.


11. Je MAG nooit echt hard rijden.

Bron: Hollis Johnson/Business Insider

130 kilometer per uur? Daar zijn supercars in een paar seconden voorbij, op weg naar snelheden boven de 200 kilometer per uur.

Geweldig! Je hebt honderdduizenden euro’s besteed aan een auto die wettelijk een fractie daarvan mag inzetten.


Hoe zwaar het leven met een supercar ook is… hij is wel SUPER!

Bron: Bryan Logan/Business Insider

Leven is lijden. Je zult ervaren dat de mooiste dagen van je leven met een supercar die van de aan- én verkoop zijn.

Maar eens in de zoveel tijd, als je onderweg bent, dan valt het zonlicht precies goed en zoef vooruit met een adembenemend uitzicht… laat ik ‘m toch nog maar even houden!