Brexit handel douaneunie

Het Britse Hogerhuis.

De harde Brexit waarop de Britse premier Theresa May lijkt aan te sturen, zou ook betekenen dat het Verenigd Koninkrijk uit de douane-unie stapt. Dit kan één van de grootste schadeposten van de Brexit worden voor het Britse bedrijfsleven.

Een dinsdag gepubliceerd rapport van een werkgroep van het Britse Hogerhuis stelt dat het “essentieel” is om te voorkomen dat het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie wederzijds importtarieven gaan invoeren. Bovendien is er het risico van hogere kosten als gevolg van grenscontroles.

Britse bedrijven zijn erg bezorgd over de mogelijkheid van de herinvoering van grenstarieven en vertraging van de goederenhandel als gevolg van grenscontroles, aldus het dinsdag gepubliceerde rapport.

Een vertrek uit de douaneunie, iets dat momenteel op de agenda staat bij de Britse regering, brengt grote risico’s mee. Het rapport, dat de titel Brexit: trade in goods” geeft een analyse van de implicaties voor de handel van het Verenigd Koninkrijk met de Europese Unie.

Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen:

• De Britse industrie werkt met aanvoerketens van toeleveranciers die diep geïntegreerd zijn met de Europese Unie. Dit betekent dat onderdelen van goederen diverse keren de grens passeren, voordat een eindproduct in elkaar wordt gezet. Als het komt tot tariefheffingen betekent dit ook dat componenten meer dan eens belast worden. Aangezien er voor Britse industriële bedrijven in dit soort gevallen vaak geen alternatieven zijn voor Europese importen, kunnen hierdoor hoge kostenposten ontstaan.

• Een vertrek uit de Europe douaneunie zal volgens het rapport leiden tot “significante extra administratieve  lasten voor bedrijven vanwege extra vertragingen bij grensovergangen, die leiden tot extra kosten.” In het kader van de Europese doauneunie worden aan de buitengrenzen dezelfde heffingen gehanteerd in kunnen goederen binnen de douaneunie ongehinderd passeren.

• Het vertrek uit de douaneunie betekent ook dat het herkomst-principe voor goederen weer gaat gelden. Dat geldt zowel in het geval van een vrijhandelsverdrag met de EU, als bij een regeling onder de regels van de Wereld Handelsorganisatie. Voor het in- en uitvoeren van goederen geldt dan niet meer het automatisme van gelijke standaarden. Voor eventuele heffingen wordt gekeken naar de ‘oorspronkelijke’ herkomst van onderdelen van een product. Dit brengt administratieve rompslomp mee die Britse bedrijven graag zouden vermijden.

• De industrie- en grondstoffensector is van groot belang voor Britse werkgevers. De handel tussen het VK en de Europese Unie heeft een waarde van 357 miljard pond.

Volgens barones Verma, voorzitter van de commissie die het rapport heeft opgesteld, is het van groot belang dat in ieder geval wederzijdse importtarieven worden vermeden.

Maar, zo waarschuwt ze: “Niet-tarifaire handelsbelemmeringen vormen een minstens zo grote bedreiging voor de handel en zijn lastiger aan te pakken via een vrijhandelsverdrag.” Ze doelt hier op afwijkende regels voor productkwaliteit en standaarden die de onderlinge handel kunnen belemmeren.