De vraag naar goed getraind personeel voor luxejachten van miljardairs is groeiende. Maar het werk aan boord is allesbehalve glamoureus. De hulpjes zijn niets meer dan “veredelde schoonmakers”.

Dagelijks de afstandsbediening poetsen, zwemmen tussen de kwallen en uren achtereen in de brandende zon stilstaan op het dek, wachtend op instructies. Het leven aan boord als bediende van een rijke stinkerd is uitdagend.

Ondanks de crisis is er steeds meer vraag naar ‘butlers op zee’. Het aantal miljardairs op de wereld blijft namelijk toenemen. En wat doe je als je heel veel geld hebt? Juist, je koopt een peperduur schip waarmee je de blits kunt maken in Monaco of de Caraïben.

Op dit moment worden er zo’n 400 nieuwe superjachten gebouwd, schrijft The Guardian. Dat levert de komende jaren 3500 nieuwe banen op voor bemanningsleden.

Salaris is goed, training is zwaar

Een hulpje zijn aan boord van een luxe schip betaalt goed. Het startsalaris bedraagt tussen de 1.700 en 2.500 euro per maand, inclusief slaapplek op de boot en maaltijden. Klim je hoger op de ladder dan kun je zo’n 4.000 euro per maand bijschrijven op je bankrekening.

Maar een plek aan de zijde van een superrijk iemand verover je niet zomaar. Het personeel moet kundig zijn. Wervingsbureaus springen in op die vraag. Sara Vestin Rahmani kreeg verzoeken van haar klanten om personeel te leveren dat getraind is om te werken op superjachten. Dat zijn schepen langer dan 50 meter met een waarde tussen de 35 en 70 miljoen euro. Dit jaar is ze aan de Franse zuidkust begonnen met een dergelijke cursus.

Haar Londense bedrijf Bespoke Bureau floreert tijdens de crisis. “We hebben geluk dat de rijken rijker worden tijdens een recessie”, zegt ze. Cursisten betalen 900 euro voor een week training. Maar een papiertje halen als hulpje op een jacht is niet eenvoudig.

Lees ook op Business Insider

Kleine klusjes, grote precisie

Een handdoek oprollen lijkt een simpele klus. Maar voor een miljardair is alleen het beste goed genoeg. Ook een kleine taak als een handdoek oprollen moet perfect gebeuren: het logo moet zichtbaar blijven. Een cursist pakt het verkeerd aan en krijgt de volle laag van instructeur Terry Gilmore. “Niet zo, dat is helemaal fout.”

Gilmore heeft jarenlang gewerkt aan boord van schepen van rijke Russen en leden van het Saoedische koningshuis. Na veertig jaar is hij met pensioen gegaan, nu leidt hij de volgende generatie bootbediendes op.

In een week stampt Gilmore alle illusies van een glamoureus leven aan boord van een jacht uit het hoofd van de studenten. Ze zijn niets meer dan “veredelde schoonmakers”, pepert hij hen in.

Een bediende is gebonden aan strikte regels. Het vragen van ‘waarom?’ is absoluut uit den boze. In plaats daarvan moet het hulpje vragen: ‘Mag ik de reden weten?’. Een gast aanspreken met een zonnebril op is een doodzonde: iemand moet je in de ogen kunnen kijken.

Mobiele telefoons mogen niet in de broekzak zitten. Gilmore vertelt tegen The Guardian een verhaal van bediende die eten serveerde, toen zijn telefoon afging. Hij had geluk dat hij niet werd ontslagen. Ook het uploaden van foto’s op sociale media is uit veiligheidsredenen verboden, om de locatie van het schip niet prijs te geven.

Sommige klanten eisen zelfs dat het personeel uren achtereen in de brandende zon stilstaat op het dek, wachtend op instructies. Ze zouden een belletje kunnen gebruiken om een bediende te roepen, aldus Gilmore. Het personeel zou dan binnen kunnen wachten. Maar de klant is koning. Het hebben van een jacht is pure praalzucht, en ordelijk personeel hoort daarbij.

Nog meer regeltjes en taken

Andere dagelijkse taakjes zijn het poetsen van de afstandsbediening en het controleren van handdoeken op losse draden. Die worden afgeknipt met een nagelschaartje.

De flesjes zonnebrand worden elke dag gecontroleerd op inhoud. Zit er minder dan de helft in, dan wordt de hele flacon weggegooid. Een halfleeg flesje kun je beter niet hebben, aldus Gilmore. “Dat lijkt goedkoop.”

Een hulpje heeft niet alleen taken aan boord. Soms moet de zwembroek uit de kast worden gehaald. Vestin Rahmani herinnert zich een verhaal van twee personeelsleden die in water vol met kwallen sprongen, omdat de eigenaresse van het schip graag wilde zwemmen. “De bediendes zwommen naast haar zodat zij niet werd gestoken. Ze zaten zelf onder de steken en hadden pijn de volgende dag. Aan het einde van de week kregen ze een grote fooi.”