Alle winkels in het Groningse winkelcentrum móeten hun deuren op zondag openen, zo oordeelt de rechtbank Noord-Nederland. Maar waarom eigenlijk?

De aanleiding voor de ophef is de uitspraak in een zaak die door vastgoedeigenaar en bestuurslid Paul Beeres van de Vereniging Van Eigenaren (VVE) is aangespannen tegen Primera-ondernemer Gerard Platjouw. Die had eind februari al voor meer dan tienduizend euro aan openstaande boetes vanwege ‘ongewenste’ sluitingstijden. Elke maandelijkse koopzondag die hij aan zich voorbij laat gaan kost hem 250 euro en als de winkel op donderdagavond en zaterdagmiddag eerder dichtgaat dan de winkeliersvereniging heeft bepaald, moet hij nog eens vijfhonderd euro per week betalen.

Het vonnis wordt pas dinsdag officieel gepubliceerd, maar lekte vrijdag al uit. Daaruit blijkt dat de totale boete kan oplopen tot zo’n 28 duizend euro, weet het Reformatorisch Dagblad. Diezelfde krant berichtte drie jaar terug al over een Tilburgse winkelier die jarenlang 250 euro betaalde voor het – om religieuze redenen – dichthouden van zijn winkel op zondag.

Openingstijden staan in huurcontract

De basis voor die boetes liggen in het huurcontract en de huishoudelijke reglementen van de bewuste winkelcentra. Een huurder is ooit akkoord gegaan om zich aan de openingstijden van het winkelcentrum te houden, maar wordt opeens geconfronteerd met de wens van de verhuurder of meerderheid van de ondernemers om die tijden aan te passen. Bijvoorbeeld door eens per maand op zondag open te gaan: daar heeft hij zich aan te houden.

Al in 2013 wordt de motie Holdijk van Tweede Kamerleden Verhoeven en Van Tongeren aangenomen, waarin de regering wordt verzocht om via wetgeving of op andere wijze de contractuele positie van winkeliers in winkelcentra te versterken. De huidige wetgeving zegt namelijk niet op welke grond het verboden is om in contracten met winkeliers bepalingen op te nemen waarmee zij gedwongen kunnen worden om op zondag open te gaan.

Minister Henk Kamp voelde echter weinig voor het aanpassen van de wet. “Ik acht het van groot belang dat partijen vrij zijn om zelf de inhoud van hun overeenkomst te bepalen. Het invoeren van wetgeving om te voorkomen dat in overeenkomsten bepalingen kunnen worden opgenomen waarmee winkeliers gedwongen kunnen worden om op zondag open te gaan, zou een forse inbreuk op de contractsvrijheid betekenen. Ik ben hier geen voorstander van”, reageerde hij op de motie.

Goede redenen

Wel heeft hij op drie ‘niet-wettelijke mogelijkheden’ actie ondernomen. Zo werden gemeenten duidelijk gewezen op de belangen van de winkeliers die niet op zondag open willen, onder meer via een brief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Verder heeft het ministerie overlegd met de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ), dat een model heeft opgesteld dat veelvuldig wordt gebruik bij de huur van winkelruimten. Die belangenvereniging beloofde de algemene bepalingen aan te passen, zodat het niet mogelijk is om met boetes te slingeren als een huurder goede redenen heeft om zijn deuren dicht te houden.

Ten derde wees Kamp ook op de verantwoordelijkheid van de winkelier zelf. “Een winkelier zal voor hij een overeenkomst aangaat, zich goed in de inhoud daarvan moeten verdiepen.”

“Met deze maatregelen wordt naar mijn oordeel in voldoende mate voorkomen dat winkeliers een boete krijgen indien zij op zondag niet open willen gaan”, aldus Kamp een paar jaar terug.

Niet dus, concludeert SGP-Kamerlid Elbert Dijkgraaf nu. De route van Kamp is volgens hem na de uitspraak van de rechtbank ‘onwerkbaar geworden’. Hij dringt nu aan op goede wet- en regelgeving.

Kosten hoger dan opbrengsten

Primera-ondernemer Platjouw gaat ondertussen in beroep tegen de uitspraak. Maar veel kans geeft advocaat Rudolf van Binsbergen van Wille Donker Advocaten hem niet. Hij voerde namens winkeliers al vaker rechtszaken tegen gemeenten die meer koopzondagen wilden invoeren. Daarbij vormde de geloofsovertuiging van de winkelier vaak een belangrijk argument.

De Primera-ondernemer in Paddepoel heeft echter financiële redenen om zich niet aan de openingstijden van het winkelcentrum te houden. Hij vertelt in het Reformatorisch Dagblad dat het hem minstens 350 euro kost om op zondag open te zijn, in plaats van dat het geld oplevert. “Ik moet twee man personeel inzetten voor vijf uur. Ze moeten dubbel betaald krijgen, dus ik ben voor twintig uur aan personeelskosten kwijt”, rekent hij voor. Hij is niet de enige retailer die zijn deuren op zondag dichthoudt: van de tachtig winkelpanden blijven er volgens Platjouw 42 dicht.

Een rechter heeft volgens Van Bindsbergen net wat meer ruimte om een winkelier in het gelijk te stellen als hij daar grondwettelijke vrijheden bij kan halen. “In zo’n geval heb je misschien een kans, als er sprake is van niet-religieuze redenen is de discussie nog moeilijker te winnen”, aldus de advocaat. Zo is er een christelijke ondernemer in Paddepoel die een - tijdelijke - ontheffing heeft.

Platjouw lijkt zijn hoop vooral te moeten vestigen op de evaluatie van de nieuwe Winkeltijdenwet, die drie jaar terug werd geïntroduceerd. Die evaluatie vindt dit jaar plaats en Kamp beloofde dat dit aspect dan ‘uitdrukkelijk wordt meegenomen’. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Lees ook op Retailwatching.nl

Zo gebruiken de meest innovatieve winkels van Parijs technologie in de winkel

In deze lingeriewinkel pas je in de winkel, maar koop je online

Waarom kledingketen Tuunte nooit meer opruiming houdt