Oud-premier en oud-PvdA-leider Wim Kok is overleden. Dat heeft zijn familie zaterdag bekendgemaakt.

Kok overleed in zijn woonplaats Amsterdam op tachtigjarige leeftijd in aanwezigheid van zijn vrouw Rita, kinderen en kleinkinderen. Hij stierf in het ziekenhuis aan de gevolgen van een hartkwaal.

Wim Kok was de laatste premier van PvdA-huize en gezien het sterk geslonken electoraat van die partij zal dat voorlopig wel zo blijven.

Kok gaat de geschiedenis in als de leider van twee paarse kabinetten, waarvan vooral het eerste behoorlijk succesvol was. Maar hij zal ook herinnerd worden als de man die ‘de ideologische veren’ van de PvdA afschudde en daardoor volgens critici de sociaaldemocraten naar rechts duwde.

Van vakbondsman tot premier met internationaal aanzien

Kok, geboren in Bergambacht in een bescheiden milieu, volgde een opleiding aan Nyenrode. Na vakbondsfuncties vervuld te hebben werd hij in 1976 voorzitter van de vakcentrale FNV.

In 1982 sloot hij met de werkgevers het ‘akkoord van Wassenaar’ over loonmatiging in ruil voor arbeidstijdverkorting. Mede dankzij deze overeenkomst kreeg de in een diepe recessie verkerende economie een oppepper.

In 1986 volgde Kok PvdA-leider Joop den Uyl op. Drie jaar later werd hij vicepremier in het kabinet-Lubbers III. Zijn beginjaren in de politiek waren verre van makkelijk.

Lees ook op Business Insider

Onder zijn verantwoordelijkheid moest er diep gesneden worden in de arbeidsongeschiktheidsregeling WAO. Het kostte hem en zijn partij veel aanhang.

Niettemin eindigde de PvdA bij de verkiezingen van 1994 als grootste. Haar belangrijkste concurrent, het door een opvolgingsdrama geplaagde CDA, presteerde namelijk nog slechter. Voor het eerst sinds driekwart eeuw trad een kabinet aan zonder confessionelen: Paars 1, met PvdA, VVD en D66.

Koerswijziging PvdA door ‘afschudden ideologische veren’

Als PvdA-leider zorgde Kok voor een koerswijziging van de partij, die hij meer in de richting van het politieke midden stuurde. In een toespraak in 1995 noemde hij dat het “afschudden van de ideologische veren”.

Economisch ging het Nederland in de jaren negentig voor de wind en dat had zijn weerslag op het eerste kabinet-Kok. Dat deed het heel goed bij de kiezer en werd in 1998 beloond met zetelwinst.

Kok zelf verwierf zelfs wereldfaam als voorvechter van de ‘derde weg’: de middenweg tussen sociaaldemocratie en liberalisme. Tot zijn bewonderaars behoorden de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton en de toenmalige Britse premier Tony Blair.

Ook Paars II, bestaande uit dezelfde drie partijen, was aanvankelijk zeer populair. Pas door de opkomst van Pim Fortuyn eind 2001 kwam de klad erin. Een maand voor de verkiezingen van mei 2002 trad het kabinet zelfs af, wegens een vernietigend rapport over de val van Srebrenica.

Kok verdween uit de landelijke politiek en werd commissaris bij enkele multinationals. Door de vergoedingen die hij hiervoor toucheerde kreeg hij het etiket ‘zakkenvuller’ opgeplakt. Nogal pijnlijk, omdat hij zich als premier had verzet tegen de ‘exhibitionistische zelfverrijking’ aan de top van het bedrijfsleven.